Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LOMBO004A - Cor en Kea

Een personal narrative (boek), van maandag 01 september 1997 t/m maandag 01 juni 1998

223.jpg

Hoofdtekst

Cor en Kea
Cor:
School, ik vond het allemaal maar niks, wat moest je nou op school? Ik heb op de nonnenschool gezeten. Dat was wel vroeger van: de mensen die een winkel hadden, al konden ze niet leren, mochten doorgaan. Want ik zat bij een meisje en ik zal het nooit vergeten, die heette Nettie, dat kind dat haalde tienen en kon leren! En dat vond ik wel mooi, want dan ging ik er bij zitten en dan kon ik mooi alles afkijken. En die haalde tienen, maar die kwam uit de Daendelstraat, maar die mocht niet doorleren, hoor. Dat mocht van de school niet. Maar er was een groentewinkelier, die had geloof ik acht of negen kinderen, en die dochter die zat ook bij mij in de klas, nou die kon amper leren net zoals ik, maar die mocht wél doorgaan hoor. Alleen de mensen die een winkel hadden, middenstanders, die mochten doorleren, al konden ze het niet.

's Zomers moest je met sokken aan naar de nonnenschool. En ik kreeg van mijn moeder sokken aan en ik denk: ja het is eigenlijk veel te heet, dus ik m'n sokjes uit onderweg. Dan kwam ik op school, huppekee, terug naar huis, sokken halen! En 's winters mocht je geen lange broek aan en je moest dan een rok d'r overheen. En echt in de rij staan, hè. Ik zag het laatst nog ergens bij een school, ik moest zo lachen, ik zeg tegen Ad van mij: "Dat heb ik vroeger ook moeten doen."
Als het regende, dan ging eerst de zesde klas naar binnen, en dan de vijfde en de hele kleintjes moesten wachten en dan stortte het of het was hartstikke koud. En dat herinnerde me gelijk aan vroeger. Ja, dan moest je gaan staan en je mond dicht houden. Achter de school lagen hele dure, nou zijn het gewone huizen, toen waren het hele dure huizen en die hadden dan achter om hele grote tuinen met rozenbomen en dan gingen we 's middags altijd voordat we naar school gingen, om twee uur begon de school - dan gingen we eerst rozen jatten.
Dan hoorden we de bel en oh, eer dat je dan uit die tuin was en dan kwam je weer te laat in de rij en dan kreeg je weer straf. En waar moest je die rozen laten, die moest je ook gauw wegstoppen, nou dan kregen we weer straf, hoor, want bij de tweede bel kwamen we pas aan en dan had je al lang moeten staan... Honderd keer schrijven dat en dat en op school blijven. En we kregen één keer in de week de pastoor op school voor de catechismus. En dan begon die over God. Ik zal het nooit vergeten, toen zei die: waar is God? En ik tegen dat meisje naast me: in z'n vel als ie niet gekrompen is. Nou straf gehad! Dat had ie gehoord. Straf heb ik gehad! Ze sloegen je met een lineaaltje. Plastic roze en gele hadden ze.

En we hadden zuster Lidwina die gaf handwerkles. Moest je pannenlappen breien en sokken van katoen, en schortjes moest je borduren. Met een kruissteekje, hè en precies in het hoekje. Had ik ook altijd zo'n hekel aan. En opstand, dat was er niet bij. Dan kreeg je thuis ook nog 'ns een peut. Dan kon je vier hoeken van de kamer zien. Want dan ging om vier uur 's middags de school uit en als ik dan de hele middag niet naar school was geweest en ik kwam, ja vroeger had je geen klokkie, dus je liep dan buiten en dan dacht je nou het is nou wel tijd om naar huis te gaan, dan ging je naar huis want het was vijf voor vier, en dan zeiden ze: "Waar kom jij vandaan?" Ja, wat moest je zeggen? Ja, van school... "Maar die is nog lang niet uit, vier uur en het is ongeveer zeven minuten lopen!" Nou dan zag ik die vier hoeken weer, hoor. En met straf naar boven.

En na de lagere school moest ik gelijk gaan werken. Mijn moeder heb wat gevonden voor me en ze is met me mee geweest, ik zal het nooit vergeten. Een heel groot huis, en ik kwam er als 13-jarige en ik moest om acht uur beginnen tot twee uur, zoiets vergeet je nooit, gek hè? En ik zou mee blijven eten en dan kreeg ik zeven en een halve gulden in de week. Nou, dat was goed, maar de was doen hoefde ik niet. Nou, ik kwam maandagmorgen om acht uur en ik kom in die keuken, staat er zó'n was. Dan deed ze het me voor hoe ik moest wassen en allemaal die dingen. En dan was er, zal ik maar zeggen, een schoteltje en dan was er zo'n likkie appelmoes over en dat moest ik drie trappen beneden in de kelder in het vliegenkastje zetten.
En dan dat mee-eten. Ze had twee kleine kinderen, moest ik in de keuken alleen eten. Ik denk: nou, gezellig eten! Ik kom thuis om half drie, ik zeg tegen me moeder: geef me eerst maar 'ns een paar sneeën brood, ik sterf van de honger. Zei ze: je hebt daar toch gegeten? En dan zei ik: ja, ik krijg amper te vreten, maar ik moest wel wassen hoor en zilver poetsen. Ik sterf van de honger. Nou ik heb d'r niet lang gezeten, hoor. Een half jaar en toen ben ik weggegaan.
Toen moest ik van m'n vader naar een naaifabriek.

Want m'n vader kon zo goed naaien vroeger, die kon pakken maken. Moest ik ook, maar ik had er helemaal geen zin in. Maar ik moest het persé. Ik was vroeger toch niet zo'n lieverdje hoor. Maar op een gegeven moment, ik had er een half jaar gezeten, toen kwam ik met m'n poot onder die naaimachien, onder die naald. Ik denk aju.
Ik 's middags een snippermiddag genomen en naar de HAKA. Dat is een fabriekscoperatie, dat was toen HAKA. Ik werd gelijk aangenomen. Koekies, koffie, chocola inpakken. Dan zat je gezellig met een heel stel meiden. Je loon was maar een tientje, vijftien gulden, maar de rest moest je dan aan de lopende band verdienen met stukwerk. Dan had ik soms wel eens weken van dertig, veertig gulden. En daar had ik het leuk met al die meiden daar. Op dat naaiatelier mocht je niet praten, je mocht niks. Je moest daar alleen maar die ene kant van die broek doen en huppekee doorschuiven.
Ik naar de HAKA. Kon ik zo beginnen, maar ja, wat moest ik thuis zeggen? Ik was vroeger nogal goed in smoesjes maken dus ik had een heel prevelement klaargemaakt: "Ja, ik kan ergens anders werken en daar verdien ik veel meer." Ik denk als ik het op het geld gooit, wa? "Daar verdien ik veel meer, hoor." "Ja?", zei die. Ik zei: "Ja." "Ja, waar dan?"
"Daar, ik leer d'r toch geen naaien want ik moet maar een pijp maken en dan die weer een pijp."
En die ouwe die begon te vloeken en tekeergaan: "En wat denk jij wel wie je voor je hebt?" Nou, ja later was het dan goed want ik ging meer verdienen daar.

Je moest vroeger alles stiekem doen, je mocht nooit wat. En ik denk dat ik m'n eigen daarom ook een hoop afzette, dat ik ook een hoop gemene dingen ging doen. Want ik zou het van mijn kinderen nooit verlangen dat ze dat zouden doen. Terwijl ik het zelf altijd heb moeten doen, maar dat heb ik met ze d'r ook over gehad. Ik zeg: ik wil dat jullie alles eerlijk zeggen, want ik ben zelf vroeger zo, eigenlijk gemeen geweest. Maar ja, dat mos je wel want je mocht anders nooit wat.
Eén keer, dat was op een zaterdagavond, was er ergens een feest, uitvoering noemden ze dat vroeger, en dan had je bal na. En dan zei ik: mag ik dan op het bal blijven? Nou als het elf uur begint, dat bal dan kan je ook twaalf uur thuis zijn. Wat heb je nou met een uur, eer dat dat feest begint...
Normaal moest je tien uur thuis... en dan kwam je vijf over tien thuis. Dan, dan mocht je zes weken de deur niet uit. En dat deed ik altijd, ik fietste erheen, dan ging ik dansen op de Straatweg, bij Jansen en dan was het tien uur, oh, ik kom nooit op tijd thuis... Dus gauw fietsen naar huis, zonder licht, werd je aangehouden! Ik zeg: ik ben al te laat, hoor en nou sta je me nog aan de praat te houden. Krijg ik helemaal op m'n sodemieter... nou fiets dan maar gauw door. En dan was ik op het hoekje van de Riouwstraat, stond ik daar uit te hijgen, haalde ik een nippel uit m'n achterband en dan was ik goed uitgehijgd en dan kwam ik binnen, zei ik: Verdorie, dat tuig daar! Heb ik de hele weg moeten lopen. Allemaal smoesjes...
Ik sloopte gewoon m'n fiets, die moest je dan zelf weer maken, want ik moest de volgende dag naar m'n werk. Nou, dat kon ik heel overtuigend doen, ik kon zo goed liegen vroeger. Maar ja, dat moest je wel.
Bij mij thuis waren ze wel erg streng, maar er waren ook wel weer leuke dingen. Je denkt er nou weer heel anders aan terug, hoe dat vroeger was. Vroeger was het van: verdomme, ik mag ook niks! Maar nou denk je: ze hadden misschien in hun ogen wel gelijk.
("Als ik het vertel, zie ik het weer helemaal voor me" Verhalen uit Lombok. Deel 1. Utrecht 1998, p.24-35.)

Beschrijving

De vertelster vertelt over haar jeugd, over haar schooltijd en werk. De nonnenschool was streng, maar ook thuis was men streng. Daarom deed ze dingen stiekem en verzon ze smoesjes. Toch waren er ook leuke dingen.

Bron

"Als ik het vertel, zie ik het weer helemaal voor me" Verhalen uit Lombok. Deel 1. Utrecht 1998, p.24-35

Commentaar

tussen 1 september 1997 - 1 juni 1998
Onder Beeld een fotocollage.

Naam Overig in Tekst

Cor    Cor   

Nettie    Nettie   

Ad    Ad   

God    God   

Lidwina    Lidwina   

HAKA    HAKA   

Jansen    Jansen   

Naam Locatie in Tekst

Kea    Kea   

Daendelstraat    Daendelstraat   

Straatweg    Straatweg   

Riouwstraat    Riouwstraat   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20