Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DIVTX140

Een sprookje (mondeling), maandag 04 januari 1999

Hoofdtekst

[Vervolg letterlijke weergave van een telefoongesprek met mevrouw Hovinga uit St. Annaparochie, op 4 januari 1999]
- En dat verhaal over dat haantje en dat hennetje? Dat kende u van uw vader?
- Ja, van mijn grootvader eigenlijk.
- Van uw grootvader?
- Ja.
- Vertelde die het in het Fries of niet?
- Die, nee, dat maakt niets uit, ik doe hem ook wel in het Bilts, want we spreken hier de Biltse taal. Maar nee, dat maakt niet zoveel uit.
- Nee, nee, nee.
- Maar hij praat... ik heb die Friese boeken, nou of we dachten we moeten ook iets van biologie doen, we moeten ook eigenlijk een verhaaltje erbij hebben. En toen kwam ik op die verhalenbundels.
- Aha, ja, ja.
- En ja, die Friese boeken kent u toch wel?
- Ja, ik ken wel verschillende van die Friese uitgaven. Van, van Ype Poortinga ken ik natuurlijk.
- Ja, ja. Daar staat die dus heel in maar heel beknopt en ik vind hem ergens lang zo mooi niet. Maar, nou dat gaat dus over, nou een haantje en een hennetje, die zijn heel goed voor de muisjes. En die wonen bij een boerderij en daar heb je een heel mooi hennehok. En 's morgens dan doet de boer het deurtje open, hè, 's morgens dan kraait de haan de boer en z'n knecht wakker en dan doet 'ie het deurtje open en dan krijgen ze voer en dan, als het mooi weer is, gaan ze wat wandelen. Nou, en dan zo ook een keer en dan vindt het haantje heel lekker eten en, och heden, dan komt het hennetje niet en dan ziet 'ie allemaal veren en denkt: oh hemel, die smerige vos die heeft weer bezig geweest, die heeft m'n hennetje gepakt. En dan gaat 'ie heel verdrietig op een stok zitten en dan komen de muisjes, want ze laten altijd wat voer achter voor die muisjes. En dan zegt dat... en dan, nou, ja, het haantje en het hennetje hebben ook niet veel honger gehad vandaag want die hebben alles achter gelaten, die hebben totaal niets gegeten. En dan ziet er een dat haantje op het stok zitten, helemaal alleen en tranen. En dan, dan vragen die muisjes van: Nou, wat is er haantje? Het hennetje heeft m'n... de vos heeft m'n hennetje gestolen en die heeft haar vast opgegeten en nu ben ik zo eenzaam en, en alleen.
- Ja, ja.
- Nou, dan bekonkelen die muisjes even wat: pieppieppieppiep en dan gaan ze allemaal aan het werk. En de ene die steekt een wortel en daar maakt 'ie wortelwieletjes van; en de ander die haalt een luciferdoosje en daar maakt 'ie een wagentje van. En dan roepen ze het haantje: Kom haantje, we hebben een heel goed plan, jij gaat in het wagentje zitten en dan gaan wij naar de vos en dan zullen wij eens kijken. Want als de vos niet zulke erge honger heeft gehad dan, nou, dan kan hij het hennetje nog wel even in een hok gestopt hebben.
- Ja.
- Dus, dan gaan ze op stap en dan vindt de ene, dan is het ho, ho, ho, wat moet hier zo midden in het ruttuttuttut, zo gaat het dan even. En wat is daar nou aan de kant van de weg? Nou een stopnaald. Nou wat moeten jullie zo laat in de nacht? We gaan zo en zo met een... nu gaan we proberen het hennetje te verlossen. Nou, zegt die stopnaald, ik kan heel goed prikken, ik kan jullie wel helpen. Hè, nou, dan gaat die ook in de stopnaald [begrijp: het karretje] zitten, onder een kussentje dan ineens. Maar dan is het weer een eindje verder ruttuttuttut en dan ligt er weer, dan ligt er een steen aan de kant van de weg. Je bent heel zwaar, ja, maar je past niet in het wagentje. Ja, maar ik kan me heel licht maken. En dan komt die dus ook in het wagentje. En dan, zo komt er ook nog een uitgeblazen ei in; een, een, een, ja, die kan heel goed blazen nog. En nou, dan komt er nog een in, even denken hoor, want ik heb niet helemaal meer de volgorde van het verhaal, maar in ieder geval, ze komen dichtbij de vos zijn hol en dan blijft het hennetje... het haantje blijft bij het wagentje achter en de muisjes die verschuilen zich. En de stopnaald gaat met de punt omhoog in z'n stoel zitten, in de vos zijn stoel. De steen gaat bij de deur liggen, boven op zo'n deurpost gaat 'ie liggen. En het uitgeblazen ei dat gaat in het asla liggen. Nou, en het hennetje hebben ze al gezien. Je moet nog even rustig blijven want we willen eigenlijk die vos, niet alleen jou verlossen, maar eigenlijk die vos ook wel dood hebben, want die vos haalt allemaal gemene streken uit. Dus ze laten het hennetje eerst zitten, nou en dan komt de vos en die heeft zo'n honger. Nou ik zal dat hennetje straks maar even lekker braden en ga ik even lekker die kachel even opstoken. Nou en dan blaast dat ei in die asla en dan krijgt 'ie alle as in de ogen en dat doet zo'n zeer. Nou, dan gaat 'ie toch maar even in de stoel zitten, dan prikt de ei [begrijp: de stopnaald] hem in zijn gat, nou en dan gaat ie... nou dan moet 'ie eerst weer naar buiten, nou dan valt die steen 'm op de kop en dan is 'ie dood, hè.
- Ja.
- En alles komt te voorschijn.
[Opname stopt]

Onderwerp

AT 0210 - Cock, Hen, Duck, Pin, and Needle on a Journey    AT 0210 - Cock, Hen, Duck, Pin, and Needle on a Journey   

ATU 0210    ATU 0210   

Beschrijving

Op een ochtend bemerkt haantje dat hennetje door de vos is meegenomen. De muizen maken een karretje en ze rijden haantje naar het hol van de vos. Onderweg gaan er een stopnaald, een steen en een uitgeblazen ei mee. Hennetje blijkt nog te leven. De stopnaald verstopt zich in de stoel, de steen boven de deur en het ei in de asla. Als de vos het vuur wil opstoken om hennetje te braden, blaast het ei as in de ogen van de vos. De vos wil in de stoel gaan zitten en wordt gestoken. Hij wil de deur uitlopen en krijgt de steen op zijn kop. De vos is gedood en het hennetje wordt bevrijd.

Bron

Opname telefoongesprek met Theo Meder (archief MI)

Commentaar

4 januari 1999
Cock, Hen, Duck, Pin, and Needle on a Journey

Naam Overig in Tekst

Fries    Fries   

Bilts    Bilts   

Ype Poortinga    Ype Poortinga   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21