Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LOMBO200

Een personal narrative (mondeling), woensdag 02 juni 1999

Hoofdtekst

E = Endie van Binsbergen
M = Marie van Dijk
T = Theo Meder
E: "Ik heb op een gegeven moment wel een heel mooie verklaring gehoord van een vriend van mij uit Djokja, die zei van: 'Ja, het is ook zo: je zit op de evenaar. Klaar.'"
[...]
E: "Ik was in Sulawesi in Tana Toeradja - Toeradja-land in het Hollands. Ik had daar een groep rondgeleid, een wandeltocht gemaakt, een vierdaagse trektocht door de bergen, en op een gegeven moment die groep op het vliegtuig gezet. Die hadden een rechtstreekse vlucht naar Bali, en van daaruit rechtstreeks naar Nederland. Dus ik bleef daar achter. En ik wou daar wat gaan rondtrekken. Ik zou daar met een goede vriend gaan rondtrekken. Die liet het afweten. Maar ik had me er al helemaal op ingesteld. Ja, nou ik ga. Ik ga gewoon. En ik vond het heel eng. Ik ben met m'n rugzakje op... Dat was m'n eerste wandeling echt door de Indonesische natuur in m'n eentje. En ik ben daar gewoon eerst nog een paar... van de grote weg naar een verhard pad, naar een onverhard pad, en op een gegeven moment van: ja, ik moet er toch een keer aan gaan geloven; ik moet van het pad af. Op een gegeven moment van het pad af, hup zo het bos in. Het zal aan het eind van de middag geweest zijn - tegen een uur of zes wordt het donker, dus aan het eind van de middag - dat ik een hoop geluid hoorde door dat bos heen, en dat ik daar opaf gelopen ben. Toen kwam ik in een cirkelvormig dorp terecht, met een hoop muziek, allemaal mensen, één groot feest. Ik kom daar aan, en ik sprak daar toen nog maar een handjevol Indonesisch - ik werkte d'r nog niet zo lang. Ik begon me nèt een beetje verstaanbaar te maken, zonder woordenboek, zodat je nog een beetje onzeker bent, maar je komt ergens.
En ik kom dat dorp ingewandeld, en d'r komt een man op mij af, rècht op mij af, die in het Nederlands tegen mij zegt: 'Bent u daar? We hebben op u gewacht.'
Ik zeg: 'Nou, ik ben onaangekondigd, weet u dat wel zeker?'
Waarop die man in het Indonesisch verder ging, en ik verstond hem. Dat was de eerste plek waar ik besefte dat ik hele gesprekken kon voeren met mensen.
'Ja, maar we hebben gewacht op de vreemdeling die ons feest zou bezoeken.'
En ik had echt zoiets van: nou, dat heb ik weer. Ik had echt zoiets van: dat heb ik weer. Ik zag al helemaal voor me hoe ik dat in Nederland ging vertellen: nou, ik heb toch iets meegemaakt... Ze zitten hier op een vreemdeling te wachten, en dan loopt Endie door het bos, hoor. Dat heb ik weer. In ieder geval: ik werd onthaald, en ik moest aanschuiven.
En ik probeerde het verschillende mensen om mij heen te vertellen, zo van: 'Ja, ik loop hier echt toevallig, hoor! Ik zou hier eigenlijk helemaal niet zijn. Dat is toeval dat ik hier ben.'
'Jajaja, maar we hebben op u gewacht. Dat was aangekondigd.'
En ik had echt zoiets van: ik voelde me gewoon in een film terecht gekomen. Zometeen komt de persoon waarop ze ècht zitten te wachten, en dan zit ik daar te bikken en... hahaha. Ik dacht: ik zit hier helemaal in de narigheid gewoon. Misschien moet ik maar gewoon gaan.
Nou, en op een gegeven moment toen werd er een jongen aan mij voorgesteld: 'Deze moet je hebben. Hij is ook wel eens gids voor mensen uit jouw land. Hij spreekt jouw taal.'
Hij sprak dus Engels. En hij heette Endie. Nou! Ik heet ook Endie. Nou! Dat was voorbestemd. Wij moesten elkaar ontmoeten. In ieder geval: hij sprak een handjevol Engels, want hij was gids.
Dus ik probeerde hem uit te leggen: 'Maar weet je, ik ben echt maar gewoon min of meer een verdwaalde toeriste. Weet je wel, ik was gewoon aan het wandelen en ik hoorde de muziek.'
Want hij maakte een hele moderne indruk op mij: z'n Engels en populair en verstand van toerisme enzo.
Maar hij beweerde hetzelfde: 'Het was voorspeld, dat er een vreemdeling zou komen op het feest. En we hebben gewacht.'
Dus die was daar ook heel droog onder. Zo van: 'Ja, nee, jij moet hier zijn. Jij moet ècht hier zijn.'
Nou ja, goed, dus ik ben daar drie dagen gebleven in dat dorp, en ik heb alles over me heen laten komen. Ik heb er geslapen bij een familie, de oom van die Endie, in de kamer tussen alle dochters. En dat was ook een hele rare beleving voor mij, want het was voor mij echt de eerste keer dat ik helemaal los was van pensionnetjes, moderne Indonesiërs... Ik was echt helemaal los van alles. En ik sliep daar in een traditioneel Toeradja-huis in een kamer op een houten vloer met een dekentje, met wel zes meiden die gewoon allemaal over elkaar heen sliepen 's nachts vanwege de kou. Ik ben daar maar gewoon tussen gekropen. In een land waar je de hele dag op je money belt let, met je geld en je paspoort en je vliegticket; en dat slingerde gewoon door het huis heen. Ik heb daar helemaal niet meer op gelet. Ik was echt los van alles.
Op een gegeven moment: dat feest bleek dus de begrafenis van oma te zijn. En dat gaat gepaard met het slachten van karbauwen; een enorm bloedbad is dat. Je weet hoe groot een karbauw is? Het is een soort os, maar het is zo groot als een olifant. Nou, en er gingen er echt een stuk of zestig aan. Dus dat hele grasveld, die middenplek van het dorp was één bloedbad. En iedereen liep daar gewoon op zijn blote voeten doorheen te sjouwen. En ik was echt gewoon volkomen maf, gewoon de knop om, meedoen. Gewoon overal maar aan meegedaan, en aan meegegeten, en je kan in ieder geval nergens meer nee tegen zeggen.
Op een gegeven moment werd de bamboe uitgereikt. Verschillende staven bamboe gingen rond en iedereen dronk daaruit enzo. Ik kreeg dat ook in mijn handen gedrukt. En dat was dus... het was niet arak, maar wel zoiets als arak. Het was in ieder geval een goeie borrel uit één of andere boomschors gestookt. Iedereen werd daar bijzonder vrolijk van, en wild. Ik was het aan het drinken, en het steeg ook meteen naar mijn kop. Ik dacht: joh, dat moet ik niet opdrinken, want dat gaat helemaal mis. Dus ik heb ook verschillende keren over mijn schouder wat laten weglopen. Toen was het moment gekomen dat oma naar haar graf gebracht moest worden. En volgens Toeradja-traditie ga je dan met de hele meute door het bos, maar je gaat zigzaggend. Je zorgt dat iedereen verdwaalt, en daarom moet je een heleboel drinken; je moet helemaal alles kwijt zijn, want dan kunnen de geesten niet volgen. Met z'n allen met die kist door dat bos heen; dat gaat rap, iedereen is straalbezopen, voelt niks meer, op blote voeten dwars door die jungle heen. Ik had wel m'n schoenen aangetrokken. En op een gegeven moment ben je echt over die grens heen, dat je ook gewoon over boomstammen heenspringt en over kloven heenspringt, terwijl je ècht niet naar beneden moet kijken, en hup, d'r achteraan. Ik mòest wel, want ik kon toch niet meer terug, want ik wist niet meer waar ik was. Dat je ook echt zo rondloopt... af en toe dan kom je even tot jezelf van: 'Ooooh, als ik ooit nog thuiskom... Wat ik nou weer aan het doen ben...'
Nou, toen op een gegeven moment kwamen we bij een grote rotswand uit, waar heel veel gaten uitgehouwen waren, en met Tautau-poppen ervoor. [...] Dat is een houten pop gemaakt van... als evenbeeld van degene die overleden is. En die wordt dan om de zoveel maanden opnieuw aangekleed en bijgewerkt, en dan hou je die persoon nog bij je. Zodat de geest nog wat langer bij het lichaam blijft, om rustig de overgang te kunnen maken naar het hiernamaals. Geen haast. En we kwamen dus uit bij zo'n wand waar dat... Ik kende ze wel van de toeristische plekken die opengesteld waren, maar deze was dus midden in de jungle. En ik zie gewoon voor m'n ogen hoe mensen als spinnen gewoon recht tegen die wand opklimmen, en die kist die gaat naar boven en dat was: hup, naar binnen geschoven en dat wordt weer dichtgemaakt. Mensen die zonder touwtjes, zonder iets gewoon recht tegen zo'n wand opklimmen, met kist en al! Straalbezopen! Iedereen was straalbezopen. Zo'n heel straalbezopen dorp. En ik was ook redelijk aangeschoten, maar ik had nog geen kwart op van wat die mensen allemaal achter de kiezen hadden. Maar die klimmen hup tegen die wand op, en die kist die ging erin. Nou, toen zijn we met z'n allen weer teruggehost naar het dorp."
M: "Geen ongelukken onderweg?"
E: "Nee. Ja, d'r viel wel eens iemand, en die werd dan weer overeind getrokken, en dan werd er overheen gewreven en dan gingen ze weer verder. Ja, ik zat helemaal onder de krassen en toestanden, maar op een gegeven moment ben je daar ook doorheen. Niet van de drank, hoor, gewoon van de roes - waar je in godsnaam in terecht gekomen bent. En toen ben ik mee teruggegaan naar dat dorp.
Ik heb daar nog één nacht geslapen en toen heb ik duidelijk gemaakt: 'Ik moet nu echt verder. Want mijn eindbestemming is dat ik de top van die berg wil bereiken. Ik wil die berg beklimmen en via de andere kant naar beneden. En dan wil ik daar de bus pakken en dan ga ik terug naar de hoofdstad. Want mijn tijd zit erop.'
En die mensen zaten allemaal zo van: 'Jouw tijd zit er nog helemaal niet op.'
Ik zeg: 'Jawel, mijn tijd zit erop, want ik moet over twee weken een groep toeristen afhalen in Jakarta. Ik moet naar de hoofdstad en het vliegtuig pakken. Mijn tijd zit erop.'
'Jouw tijd zit er niet op.'
Ik heb het vliegtuig dus ook nooit gehaald - om maar even met het einde te beginnen. Ik ben die berg gaan beklimmen en die Endie is met mij meegegaan.
Hij zei: 'Je hebt een gids nodig. Dat moet je niet in je eentje doen.'
'Nou, dat is goed.'
Het verhaal gaat nog door, hoor. De volgende rare gebeurtenis was... om even een stukje over te slaan. We zijn naar die berg toegegaan, we hebben daar halverwege die berg overnacht. Toen wilden we verder naar de top, en toen we bij het laatste plateau waren - vanaf daar is het nog vijftig meter naar de top - toen vertelde hij dat ik in de kleren die ik aanhad niet verder mocht.
Toen had ik...: 'Hoezo?'
'Ja, je draagt zwart. En je mag in het zwart niet naar de top van de berg, want daar rusten onze voorouders, voordat ze naar het hiernamaals gaan. En als jij daar in rouwkleren bovenkomt, dan verstoor je de rust, want dat herinnert ze alleen maar weer aan hun begrafenis, en dat is niet goed.'"
M: "Kon je dan geen andere kleren aantrekken?"
E: "Nou nee, dat had ik allemaal in mijn pension laten liggen, want we zouden naar de top gaan, en dan terug, en dan vanaf dat pension de weg nemen naar beneden, de andere kant op. Want op de top, daar was verder geen pad meer of niets. Dus ik had dat in het pension laten liggen.
Dus ik had meer een beetje zoiets van: 'Ja, nou èh...'
Want ik ken een hoop gidsen, die dan de verhalen mooier en spannender maken. Ik heb een hoop collega's als reisleider die het leuk vinden om toeristen een beetje op te naaien. Toeristen willen goena goena. En hij is echt een professionele gids.
Dus ik begon hem een beetje te plagen, zo van: 'Ja, nou, moet je eens luisteren. Dat is allemaal mooi en aardig, maar volgens mij zit je me gewoon een beetje op te naaien. Want anders had je het vanochtend wel gezegd, toen we begonnen.'
'Ja, maar toen had ik niet door dat je echt van plan was om aan tot de top te klimmen, want de meeste mensen gaan maar tot het plateau.'
'Ja, maar ik heb je toch gezegd dat ik naar de top wil?'
En hij had gezegd: 'Ja, nou, je moet het gewoon niet doen. Ik wil niet dat je het doet. Je mag niet naar de top.'
Nou, ik hem nog een beetje pesten van: "Ja, misschien durf je zelf wel gewoon niet naar de top, en wil je daarom dat ik niet verder loop, want dan moet je mee.'
Hij zegt: 'Ik ga sowieso niet mee naar de top! Of je gaat of niet: ik ga niet mee naar de top.'
'Oh.' Ik het nog proberen met: 'Whah! Ben jij nou een vent!' Weet je wel.
Hij zegt: 'Ik ben een echte vent, maar ik ga niet naar die top!'
'Oh.'
Wat nou weer? Nou kom ik toch ergens aan wat blijkbaar voor hem menisser [= serieuzer] is dan ik verwacht had.
[...]
Dus ik legde me erbij neer dat we niet naar de top zouden gaan, en ik werd toch eigenlijk ook wel een beetje bang, hoor. [...] 't Is toch wel een hele nuchtere jongen eigenlijk. Misschien moet ik daar gewoon toch maar van afblijven, want het is toch zijn religie en zijn cultuur. Maar misschien is het ook wel ècht. Want met wat ik de dagen daarvoor al had meegemaakt, kon je me alles wijsmaken.
En ik zei zo van: 'Nou, okee, dan blijven we gewoon hier. We hadden eten bij ons, dus we gingen daar zitten eten en drinken. En het uitzicht was zó mooi, het was allemaal zó prachtig.
Ik zeg zo van: 'Nou, ik wil een foto maken van jou, zo op de rand van het plateau, en dan met die enorme diepte onder je.'
Dat je dat goed vast kan leggen: hoe diep het hier is. Dus ik pak mijn camera en ik wil die foto maken, maar ik kreeg het er allemaal niet op.
Dus ik zeg zo van: 'Ja, weet je, ik loop een klein stukje naar boven, dat ik je van bovenaf pak.'
'Doe dat nou niet,' zegt 'ie: 'Je moet gewoon niet verder gaan dan het plateau.'
Ik zeg: 'Ik ga niet zo ver. Gewoon een klein eindje, dat ik je gewoon zo van bovenaf op de foto zet.'
En hij haalde zo zijn schouders op, en ik loop een klein stukje naar boven, en terwijl ik mijn camera op hem richt, staat hij in een keer zo echt heel bang [wijzend]: 'Oh! Kijk achter je! Kijk achter je!'
En ik draai me om en de hele lucht - het was een heldere lucht - helemaal dicht met wolken: gitzwarte wolken! Heel donker! Een enorme onweersbui! In een keer boven die top. Ik stond echt zo te kijken...
Nou, ik heb acht uur nodig gehad om boven te komen bij het plateau, maar ik ben in twee uur naar beneden gerend. Ok kon niet meer stoppen. Ik was zó bang. Ik had het helemaal te pakken, in één keer. Echt, het trok helemaal dicht met donkere wolken. Echt zo: 'Whow.'"
T: "Ze moeten me hebben."
E: "Echt, ik ben gaan rennen, rennen, rennen. Ik kon niet meer stoppen. Ik ben helemaal naar beneden gerend, helemaal terug tot aan het pension. En hij d'r achteraan. We kwamen onderaan, we hebben onderweg niets tegen elkaar gezegd. Alleen maar gerend, gerend, gerend. En we waren beneden, en ik was helemaal kapot, en ik zak echt neer zo in een stoel en ik kijk omhoog en het was helemaal helder.
Het enige dat ik gevraagd heb, was: 'Heb jij dat ook gezien?'
'Ja, ik heb het ook gezien.'
En we hebben het er ook niet meer over gehad. Hij wou het er niet meer over hebben.
[...]
Het jaar daarop kwam ik terug in Toeradja, en ik stap uit de bus. De eerste die ik tegenkom, is Endie.
Eén van de eerste dingen die hij aan mij vroeg was: 'Heb jij die zwarte broek nog?'
Ik zeg: 'Ja.'
Hij zegt: 'Heb je die bij je?'
'Ja. Dat is mijn vakantiebroek. Zo'n lekkere wijde.'
Hij zegt: 'En toch had je die moeten verbranden. Denk ik echt.'
En toen zijn we dat voor de zekerheid toch maar gaan doen. Ik heb één of ander kutsmoesje verzonnen om mijn toeristen achter te laten in een restaurantje. Want ik durfde niet te vertellen: 'De reisleidster gaat even ceremonieel een broek verbranden.' Hahaha."
M: "Deed je dat ook echt ceremonieel?"
E: "Ja, ja. Hij is naar een Doekoeng geweest om dat verhaal te vertellen. En de Doekoeng had ook speciaal water meegegeven waarmee je het vuur moest blussen, de as moest blussen, als die broek verbrand was. Maar ja, we hebben dat maar gedaan. Ik had zoiets van: ik doe het wel, 't is goed."
(Verteld op 2 juni 1999 te Utrecht, Lombok)

Beschrijving

Vertelster trekt alleen de Indonesische jungle in. Ze komt toevallig bij een dorp waar men beweert dat men haar verwacht heeft. Ze neemt deel aan het feest, en wordt voorgesteld aan een gids die dezelfde naam draagt als zij. Het feest blijkt te maken te hebben met een begrafenis. Dronken trekt men door het bos, en het lichaam van een oma wordt bijgezet in een rotswand. De vertelster wil een berg beklimmen, en de gids gaat met haar mee. Hij verbiedt haar het laatste stuk in haar zwarte kleren omhoog te klimmen, want daar huizen de zielen van de overledenen. Als ze toch een stukje hoger gaat om een foto te nemen, pakken plots donkere wolken boven haar samen. Angstig vluchten ze weer naar beneden. Als ze naar boven kijken, is de hemel weer onbewolkt. Later hebben ze de zwarte broek - voor de zekerheid - ceremonieel verbrand.

Bron

bandopname archief Meertens Instituut

Commentaar

2 juni 1999

Naam Overig in Tekst

Nederlands    Nederlands   

Sulawesi    Sulawesi   

Tana Toeradja    Tana Toeradja   

Toeradja-land    Toeradja-land   

Indonesisch    Indonesisch   

Engels    Engels   

Endie    Endie   

Tautau-pop    Tautau-pop   

Doekoeng    Doekoeng   

Naam Locatie in Tekst

Djokja    Djokja   

Jakarta    Jakarta   

Hollands    Hollands   

Bali    Bali   

Nederland    Nederland   

Indonesië    Indonesië   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21