Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LOMBO402

Een sage (mondeling), woensdag 24 november 1999

Hoofdtekst

AA: "Ja hoor. Dat is een verhaal, die mijn vader uh... Nee, het was m'n oude broer - zo zie je maar, niet alleen mijn ouders vertellen, je oude broer ook. Ik zat dus met mijn oude broer thuis en hij zei van uh... we hadden het over oneerlijke mensen. En dus, hij zei: 'D'r was iemand, die was in zijn leven... leek 'ie voor de mensen om hem heen leek 'ie een hele goede moslim. Een vroom. En toen hij dood was... nou, voordat hij doodging, zei hij tegen zijn kinderen: 'Als ik doodga, dan word ik opgegraven door honden. Die brengen mijn lijk weer naar boven.' En die kinderen zeiden: 'Ja, zo moet je niet zeggen, vader.' Dit en dit en dat. Maar hij heeft dus iets in zijn leven gedaan, en God heeft hem al een signaal gegeven van: je wordt gestraft. En toen 'ie doodging, zeiden die kinderen: 'Om te voorkomen dat onze vader wordt opgegraven, gaan we omstebeurt daarin zitten waken.' Dus de eerste twee weken ging het goed. En de derde week ging de oudste. Dat ging goed. En zo, tot één van de kinderen daar kwam, en hij werd een beetje moe. Hij dacht van: 'Weet je wat? Ik ga even naar huis. Er is al twee weken niks gebeurd. Er kan toch niks gebeuren.' Dus hij gaat naar huis en die lijk die wordt opgegraven door die honden. Hij komt terug en hij ziet de lijk van zijn vader toch nog opgegraven. Die jongens, die brengen dat lijk weer terug en zouden er weer over gaan waken. Toen kwam weer een andere broer, één van de broers, die zat toen te waken. Toen zei 'ie - had 'ie verteld aan zijn broers, want die waren er toen niet bij - hij zei: 'Op een gegeven moment kwamen twee witte mensen naar me toe.' - In dit geval, zei mijn broer, dat het misschien engelen zijn. Want op een gegeven moment word je eerst op aarde, word je eerst effe uitgerekend, en dan mag je op reis naar je straf. Dus die twee mensen die spraken één van de broers aan. Die zeiden van: 'Je keert je nu om, gaat... verlaat de begrafenis, en als je iets hoort: kijk niet om.' 'Ze zeiden me duidelijk: kijk niet om!' En dus die jongen die draait om, gaat helemaal weg, tot tussen de deuren van de poort van de begrafenis. En toen hoorde 'ie een keiharde gil en hoorde 'ie een soort knal. Maar hij wist: ik mag niet omdraaien, maar toch deed 'ie dat. En met de deel waarmee 'ie terugdraaide, en tijdens die knal, is hij meteen helemaal verlamd geraakt. Dat was dus die sterke verhaal."
TM: "Juist. En dat heeft je broer je verteld?"
AA: "Ja."
TM: "En dat heeft hij ook weer gehoord van...?"
AA: "Ik weet het niet waar 'ie het van gehoord... maar toen 'ie het vertelde zat ik meteen natuurlijk in één of ander hoekje, hahaha."
(Verteld op 24 november 1999 in het volksbuurtmuseum Oud Lombok, te Utrecht)

Beschrijving

Een man heeft schijnbaar vroom geleefd, maar is toch zondig geweest, en hij heeft van God een teken gekregen dat na zijn dood zijn lijk zal worden opgegraven door honden. Hij vertelt dit aan zijn kinderen, en die beloven bij zijn graf te waken. Als op een keer een kind vermoeid even naar huis gaat, blijkt het lijk inderdaad door honden opgegraven. Het lichaam wordt weer begraven, en op een nacht komen er twee engelen, die tegen een zoon zeggen om weg te gaan en niet om te kijken. Als de zoon een knal hoort, kijkt hij toch om, en is vanaf dat moment aan één kant verlamd.

Bron

bandopname interview (archief MI); interviewers: Theo Meder, Marie van Dijk, Louis Boumans, Lourina de Voogd

Commentaar

24 november 1999

Naam Overig in Tekst

God    God   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21