Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LOMBO506

Een sage (mondeling), zondag 26 maart 2000

Hoofdtekst

Als je hier zo de Leidse Rijn afloopt, ja dan stoot je ergens op een of andere grote dam. En dan gaat het water in een buis verder. Maar vroeger kon je hier zo de Leidse Rijn afwandelen langs een klein paadje, en dan kwam je ter hoogte van het Centraal Station kwam je in het Sterrebos. Een heel oud bos, eeuwenoud, lag vroeger buiten de stadspoorten van Utrecht. Daar oefenden de mannen met geweren als ze weer eens vonden dat ze zich moesten beschermen tegen de Fransen of tegen de Spanjaarden. En in dat Sterrebos zat heel erg lang geleden, op een blok hout, naast een grote eik, een houthakker. En die houthakker, die had geen zin om te werken. Het was de eerste lentedag; hij zat daar en genoot van het spaarzame zonlicht dat precies tussen de takken door op zijn gezicht viel.
"Ahhhh... Hè...? Een man...? In een zwart pak...? Midden in het bos...? Dat is raar! Zeker een koopman."
"Hé, een houthakker. Dat komt goed uit. Die kan ik mooi even de weg vragen... Goedemiddag houthakker! Weet u misschien de weg naar Bunnik?"
"Naar Bunnik? Naar Bunnik? Je gaat me toch niet vertellen dat je in je dure kleren helemaal door het bos op weg bent naar Bunnik?"
"Jawel, want mijn vrouw heeft me gezegd dat ik in Bunnik een leuk klein dressoir moet gaan kopen."
"Een dres..wat...? Wacht eens even...? Wacht eens even...? Je gaat me toch niet vertellen dat je hier in je eentje hier door het bos heenloopt met je zakken vol met geld? Weet je dan niet, dat ze hier vorige week nog een boer hebben doodgeslagen? Enkel en alleen omdat 'ie één rijksdaalder op zak had. Met zo een bijl."
Op hetzelfde moment doorkliefde de bijl van de houthakker de schedel van de koopman.
"Tjaatjaak!!!"
In één keer zijn hele kop d'r af. Razendsnel haalde de houthakker het geld uit de zakken van de koopman. En het lijk dat gooide hij zo - hoeps - in de struiken. Ja, de volgende dag werd die dooie koopman wel gevonden, maar niemand wist wie het was. Niemand kende hem. Dus ze begroeven hem onder die grote eik waar ze hem gevonden hadden.
En die houthakker met zijn zakken vol met geld, die wandelde zo via de stadspoort Utrecht in. En op de Oude Gracht kocht 'ie een leuk klein schattig huisje. Hij hoefde nooit meer te werken. Hij had geld genoeg. En het zag er naar uit dat de houthakker zijn hart op de juiste plek had. Want hij deelde zijn vele geld met de inwoners van Utrecht. Toen de Domkerk gerestaureerd moest worden, toen heeft de houthakker minstens een kwart van de bouwsom betaald. En als er eens een keer iets gedaan moest worden voor de armen of voor de wezen of voor de bejaarden, of er was een feest, dan kon je rekenen op de beurs van de houthakker. Kortom, de houthakker werd een geliefd en respectabel inwoner van Utrecht.
En toen 'ie op maar liefst 84-jarige leeftijd doodging, werd 'ie midden op het Janskerkhof begraven. De hele stad liep uit, alle scholen kregen vrij, iedereen mocht naar zijn begrafenis. En de mensen die stonden te huilen en te jammeren aan zijn graf.
"Ach ach ach, het was zo'n lieve man. En hij deed altijd zoveel goed. En hij gaf altijd zoveel geld weg. Ach, ach..."
Maar de avond na de begrafenis begon het te spoken in Utrecht. Dikke regenwolken pakten zich samen boven het kerkhof. En urenlang viel de regen met bakken uit de hemel. Toen kwam er vanuit het oosten een onweer aandrijven. Precies boven de stad bleef het hangen, en de bliksem sloeg links in en rechts in!
En toen de koster de volgende ochtend bij het kerkhof arriveerde en het hek opendeed, kon hij zijn ogen niet geloven. De kist van de houthakker stond rechtop overeind in het graf! Zoiets had 'ie nog nooit gezien. En hij wist ook niet wat het te betekenen had. Maar wat 'ie wel begreep, was dat niemand, maar dan ook niemand daar achter mocht komen. Dus zo snel als 'ie kon deed 'ie de kist weer onder de grond, het zand terug, de bloemen er weer op, het kruis d'r op. En niemand zou wat merken.
Maar de tweede nacht begon het weer te spoken. En nog een tikkeltje erger ook. Het begon weer met regen, met donder, met bliksem, en het leek zelfs alsof de aarde beefde. En de koster, die lag te draaien in zijn bed. Die kon de slaap maar niet vatten. Want hij begreep dat het spookte op het kerkhof. En uiteindelijk pakte hij een lantaarn, stak 'm aan en besloot om een kijkje te gaan nemen. Toen 'ie bij het Janskerkhof arriveerde, had de halve bevolking van Utrecht zich al verzameld. En de mensen staarden met open mond over het muurtje naar het kerkhof. En hij zag voor de tweede keer de kist van de houthakker rechtop overeind in het graf staan. Niemand durfde het kerkhof te betreden. Dan moest er een specialist bijgehaald worden, dat was wel duidelijk. Iemand die verstand heeft van zulk soort magische zaken. Maar ja, wie haal je daar nu bij? Enig idee? Wie haal je daar nu bij?
De dominee! Precies! Die lag nog in zijn bed, hoor, die had nog helemaal niks gemerkt. Die was gewoon door het gespook heengeslapen. Hij werd wakker gemaakt. En nog op zijn blote voeten arriveerde hij bij het kerkhof. En hij durfde wel te gaan kijken. Hij liep zowaar een rondje om het graf heen. Hij keek in het gat in de grond, hij keek vooral heel erg lang omhoog, en toen sprak 'ie de inwoners van Utrecht toe.
"Lieve mensen. Dit kerkhof is gewijde grond. Ons door God gegeven. Die man die jullie hier begraven hebben, die heeft iets in zijn leven gedaan, waardoor de Lieve Heer hem niet wil hebben. Daarom komt die kist ook weer uit de grond omhoog. Deze man is een moordenaar! Hij moet terug naar waar 'ie vandaan gekomen is!"
Een paar stoere jongens, de zoon van de smid, van de bakker, van de timmerman sleepten de kist van het kerkhof. Ze haalden een platte wagen met twee paarden ervoor, en de kist werd achterop de wagen gezet. D'r ging niemand op de bok zitten. Maar in plaats daarvan kregen beide paarden tegelijkertijd met een enorme zweep een klap op hun kont.
Tsjaaatjak!!!
Langzaam begon de wagen te rijden, over het Janskerkhof, door de Potterstraat, onder de poort door het bos in. Over paadjes, over veldjes, tussen bomen door, net zo lang tot de paarden bleven stilstaan naast een reusachtige eik. Hun hoeven sloegen in het zand, hun ogen draaiden in hun kassen en schuim op hun bekken! En de dominee, nog steeds op zijn blote voeten, kwam buiten adem achter de paarden aangerend, op de hielen gezeten door de halve bevolking van Utrecht.
En toen 'ie die twee paarden zo zag staan, naast die grote eik, toen zei 'ie: "Graven!"
En diezelfde stoere jongens, die die kist van het kerkhof hadden gesleept, begonnen te graven. En daar vonden ze het lijk van de koopman. Ja, en toen begreep natuurlijk iedereen wat er was gebeurd.
De mensen zeiden van: "Jaaaa... Ik heb het altijd wel gedacht. Een houthakker met zoveel geld, dat kan toch niet? Daar zit toch een luchtje aan?"
Uiteindelijk werd de koopman uit zijn graf gehaald, naar Utrecht gehaald, en op het Janskerkhof kreeg hij een prachtige begrafenis. Maar de houthakker, die werd in het bos begraven, naast die grote eik, waar hij veertig jaar daarvoor een hele middag op een blok hout had zitten genieten van de eerste lentezon.
En ik waarschuw jullie! Want dat bos, dat is allang omgezaagd. Daar is niets meer van te zien. Daarvoor in de plaats hebben ze Hoog Catharijne gebouwd. Maar pas op! Want hij zwerft daar nog altijd rond, de houthakker met zo een bijl! Fijne tocht naar huis straks.
(Verteld op de multiculturele vertelmiddag in Houtzaagmolen De Ster op zondag 26 maart 2000, Molenpark 3)

Beschrijving

Een houthakker vermoordt een koopman in het bos en gaat van het geld rustig leven in de stad. Omdat hij veel aan liefdadigheid doet, is hij in de stad erg geliefd. Als hij sterft, wordt hij op het kerkhof begraven, maar tot tweemaal toe komt zijn kist in hevig onweer weer naar boven. De dominee begrijpt dat God niet toestaat dat de man in gewijde grond ligt. Het lijk wordt op paard en wagen gelegd, en rijdt vanzelf naar de moordplek in het bos. De houthakker wordt daar begraven en het lijk van de koopman wordt op het kerkhof begraven. De geest van de houthakker waart nog steeds rond met zijn bijl, in de bebouwing waar ooit het bos was.

Bron

opname van vertelmiddag 'Verhalen van thuis en hier', Houtzaagmolen De Ster, Molenpark3 (band archief MI)

Commentaar

26 maart 2000

Naam Overig in Tekst

Fransen    Fransen   

Spanjaarden    Spanjaarden   

Janskerkhof    Janskerkhof   

God    God   

Hoog Catharijne    Hoog Catharijne   

Naam Locatie in Tekst

Leidse Rijn    Leidse Rijn   

Centraal Station    Centraal Station   

Sterrenbos    Sterrenbos   

Bunnik    Bunnik   

Utrecht    Utrecht   

Oude Gracht    Oude Gracht   

Domkerk    Domkerk   

Potterstraat    Potterstraat   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21