Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LOMBO510

Een sprookje (mondeling), woensdag 26 april 2000

Hoofdtekst

[Vertelster knipt in het rond met een schaar]
Er leefde eens een keizer, al heel lang geleden. Alle keizers en koningen houden van pracht en praal. Deze keizer, die was er dol op. Het meest hield hij van mooie kleren. Hij was er gek op. Hij liet altijd nieuwe kleren voor zich maken. En hij trok iedere dag, elke uur van de dag andere kleren aan. Altijd voor de spiegel moest hij altijd maar kleren. Zoals ze over keizers en koningen zeggen: "Die is even naar de ministerraad", zo zeiden ze over deze keizer: "Die is naar een garderobe." In de stad waar hij woonde, was het heel gezellig en heel gemoedelijk. En er waren ook heel veel vreemdelingen, die kwamen om handel te drijven. En zo gebeurde het ook dat er op een dag twee oplichters kwamen. Zij vroegen onthaal bij de keizer, en dat gebeurde ook. En ze zeiden: "Majesteit, wij kunnen stoffen weven; dat is prachtig, dat is iets bijzonders. Wij maken zulke stoffen, nou dat is echt... de kleuren en de patronen. Het is iets aparts. En onze stoffen hebben een hele bijzondere eigenschap. Iemand die dom is, die kan ze niet zien. Die ziet helemaal niets! En iemand die ongeschikt is voor zijn werk, die ziet ook helemaal niets." "Dat is dan heel bijzonder," zei de keizer: "Dat lijkt me heel goed. Dat lijkt me iets wat ik heel goed kan gebruiken. Ik zie in één klap wie dom is en wie slim. En ik kan in één keer mensen onderscheiden die ongeschikt zijn voor hun werk." Hij zei nog: "Maak voor mij deze stof." En de keizer gaf ze heel veel geld, en hij gaf ze garen en zijde en goud en gouden draad. En hij gaf ze een hele grote mooie grote werkplaats en twee weefgetouwen. De twee oplichters stopten al het geld en goud en alles in hun eigen zak. En ze gingen aan het werk op de werkplaats. En ze werkten lange uren, en ze weefden, en 's avonds werkten ze nog tot laat in de nacht, om iedereen te laten zien hoe serieus het werk was. De keizer was nieuwsgierig hoe het werk vorderde, en hij wilde gaan kijken. Hij dacht: ik ga dadelijk naar de werkplaats, maar stel dat ik niets zie? Weet je wat: ik stuur iemand! ik stuur iemand! Hij stuurde zijn eerste minister; de oudste minister, een gewaardeerde man, met een lange staat van dienst en veel ervaring. En de eerste minister ging naar werkplaats en hij kwam naar het weefgetouw en hij keek. Lieve hemel, ik zie helemaal niets! Ik zie niets! Ben ik soms dom? Hè, dom? Neuh. Ben ik soms ongeschikt voor mijn werk? Mijn enorme staat van dienst, mijn ervaring en mijn gezag? Nee. Maar ik kan het niet laten merken. En hij zei: "Oooh, wat een mooie stoffen, ooh, wat prachtig, ooh, wat een kleuren!" En de twee oplichters gingen de stoffen beschrijven, in hele moeilijke woorden. En de eerste minister luisterde heel goed om al die moeilijke woorden te kunnen onthouden en die aan de keizer te kunnen door te vertellen. En hij kwam bij de keizer, en hij vertelde hoe een mooie en schitterende stoffen hij gezien had. De keizer stuurde nog een tweede man en hem verging het precies zo. En ook hij kwam terug en vertelde wat voor moois hij gezien had. De keizer gaf de twee oplichters nog meer geld en meer goud, en nog meer draad, garen, gouddraad en zijde. En dit stopten ze alles samen weer in hun eigen zakken, en ze gingen weer aan het werk. En de keizer ging nu zelf een kijkje nemen. En hij ging met een heel gevolg, waaronder ook de twee ministers die alles al gezien hadden. Ze kwamen in de werkruimte en zij gingen bij die weefgetouwen. Ze liepen er omheen en ze keken en... iedereen dacht bij zichzelf: lieve hemel, ik zie helemaal niets! Ben ik soms dom? Ik? Neuh! Ben ik soms omgeschikt voor mijn beroep? Ik, ongeschikt? Nee! Ze deden allemaal alsof ze het heel mooi vonden. Ze riepen allemaal: "Ooh wat een prachtige stoffen, wat een enige stoffen. Wat een bijzondere..." En de keizer? Die stond daar ook. En ook: ach, ik zie niks! Ik zie niks! Ik? Ik? Dom? Onzin! Ik ongeschikt, de keizer? Ik? Och, belachelijk! Maar ik kan daar toch niet laten merken dat ik niets zie? En ook de keizer zei: "Ooh, wat prachtig! Ooh, wat enig! Wat een ongeziene kwaliteit!" De twee ministers hebben de keizer aangeraden om van die aparte stoffen nieuwe mooie kleren te maken voor de optocht, binnenkort in de stad. En de keizer zei: "Ja, dat lijkt mij heel leuk." En de twee oplichters gingen gelijk aan het werk. Ze knipten patronen... en ze pakten een naald en onzichtbare garen en ze maakten kleren voor de keizer. Ze zaten nog te borduren de laatste avond en de laatste nacht werkten ze de hele nacht door. 's Ochtends kwam de keizer met het gevolg om de mooie nieuwe kleren te passen. De oplichters vroegen of de keizer zich wilde uitkleden. En dat deed 'ie. En nu stond de keizer daar, helemaal naakt, alleen in zijn lange witte onderbroek tot hier [wijst op kniehoogte] met twee strikjes. De twee oplichters deden alsof ze een broek pakten en trokken het de keizer aan. En ze deden alsof ze een overhemd pakten, en deden het aan. En een jasje, en een mantel, en een lange mooie sleep en een riem. Ze deden dat allemaal aan. De keizer stond daar in zijn nieuwe kleren en hij ging in de spiegel kijken... "Hm, hm, hmmm." En uit het gevolg kwamen twee kamerheren, die pakten de randen van de onzichtbare sleep. En toen kwam al de opper-ceremoniemeester naar binnen en die zei: "Majesteit, de baldakijn staat klaar voor u om onder te lopen tijdens de optocht." De keizer zei: "Ik ben klaar." En hij ging met zijn hele gevolg achter hem aan, en hij liep onder de baldakijn en hij liep naar buiten door de straten van de stad. Iedereen stond al klaar; mensen in dikke rijen langs de straten, en ze hingen uit ramen in trossen. En iedereen keek uit naar de keizer in zijn nieuwe kleren, waar al wekenlang de hele stad over sprak. En iedereen dacht: ik weet zeker dat mijn buurman niets kan zien. Daar verheug ik me op! Daar kwam de keizer al aan. En iedereen zag hem... zonder z'n kleren. Maar niemand durfde dat te zeggen. En iedereen, de hele stad riep: "Ooh, majesteit, moet u eens zien wat een mooie kleren. Zoiets moois hebben wij nog nooit gezien. Van al uw kleren die wij kennen, die allemaal zo apart zijn... dit is echt, dit is het beste!" En de keizer liep, en de mensen riepen van bewondering. Totdat een klein jongetje, van tien jaar misschien, trok aan de hand van zijn vader en riep: "Pappa, pappa, hij heeft helemaal niets aan!" Er klonk gefluister: "Hij heeft helemaal niets aan." En het gefluister verspreidde zich over de hele stad als een snelle wind. En de hele stad fluisterde: "Hij heeft helemaal niets aan." Het gerucht zwol aan en iedereen riep: "Maar hij heeft helemaal niets aan!" Zelfs de keizer verstond het, maar hij dacht: ik kan nu niets laten merken. Ik moet de hele optocht afmaken. Al was hij trots, zijn schaamte was groot en hij verlangde naar het einde. En zo liep hij door tot het einde van de optocht.
[Applaus]
Roel Meder [fluistert]: "Het is helemaal niet waar: hij had gewoon geen kleren aan."
(Verteld op de multiculturele vertelmiddag in Houtzaagmolen De Ster op woensdag 26 april 2000, Molenpark 3)

Onderwerp

AT 1620 - The King's New Clothes    AT 1620 - The King's New Clothes   

ATU 1620    ATU 1620   

Beschrijving

Een keizer laat zich beetnemen door twee oplichters, die onzichtbare kleren weven. Wie dom is of ongeschikt voor zijn werk, kan de stoffen niet zien. Iedereen doet dus, alsof hij de stoffen wel kan zien. De keizer trekt de kleren aan voor een optocht en loopt dus feitelijk in zijn onderbroek. Alle onderdanen veinzen ook dat ze de kleren kunnen zien, totdat een kind zegt dat de keizer in zijn onderbroek loopt. Dan erkent iedereen de waarheid. Ook de keizer begrijpt dat hij is beetgenomen, maar hij loopt de optocht dapper uit.

Bron

Opname multiculturele vertelmiddag in Houtzaagmolen De Ster op woensdag 26 april 2000, Molenpark 3 (archief MI)

Commentaar

26 april 2000
The King's New Clothes

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21