Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LOMBO671

Een sprookje (mondeling), zondag 24 september 2000

Hoofdtekst

Ik ga altijd boodschappen doen op de Kanaalstraat. Wonen jullie hier allemaal in de buurt? Kennen jullie de Kanaalstraat een beetje? Zijn er mensen uit Overvecht of Zuilen, die hier nooit komen? Hier kun je lekker boodschappen doen, lekker goedkoop, tassen vol. En ik kom altijd bij die Iraanse groenteman; Azib heet 'ie. En die vertelt me altijd dat 'ie de zoon van een sultan is.
[Vrouw in publiek giechelt]
Ja, ik moest eerst ook lachen, ik geloofde het ook niet, maar hij had een heel verhaal om het te bewijzen. Want hij vertelt d'r altijd bij: ja, ik ben hier wel groenteman in Nederland, maar je moet goed begrijpen: ik ben de zoon van een sultan. En ik ben alleen maar groenteman geworden omdat mijn vader vond dat ik een vak moest leren. Hij vond dat ik moest leren om met mijn handen te werken. Dat komt altijd van pas! Zijn vader had dat namelijk aan den lijve ondervonden, toen 'ie nog in het oude Perzië woonde, en opgroeide aan het hof. Daar hoefden ze nooit te werken. Hij was immers de zoon van een sultan. Hij kon een beetje lanterfanten, gaan jagen met zijn vrienden zoveel hij wilde, een beetje schaak spelen met de bedienden, deftige mensen ontvangen en daar urenlang mee thee drinken, wandelen door de paleistuinen en vooral veel feesten. Alleen grootmoeder was het er niet mee eens.
"Die jongen moet een vak leren. Die moet leren iets met zijn handen te doen. Dat komt altijd van pas."
En grootmoeder die werd een beetje uitgelachen, maar ze zette net zolang door, tot de sultan ermee instemde.
"Laat hem maar leren om tapijten te weven."
En er werden wat bedienden naar de markt gestuurd, die kochten wol en garen. De beste leermeesters werden aan het hof ontboden. En daar zat 'ie, op z'n knieën, op de grond, de zoon van de sultan, met wol een tapijt te weven. Hij vond het vreselijk. Hij kreeg blaren op zijn handen. Maar gaandeweg ontstond er onder zijn handen een prachtig tapijt met interessante patronen en een fantastisch kleurgebruik. Maar hij vond er niets aan. Hij bleef d'r niets aan vinden, hoe mooi hij ook kon weven. Als 'ie even de kans had, dan ging 'ie er met zijn vrienden vandoor. Jagen, in het bos. Daar kon hij zijn mannelijkheid laten zien. Daar kon je zien dat 'ie zoon van een sultan was. Om met jachtbuit thuis te komen. En tijdens één van die jachtpartijen werd hij overvallen door een groepje rovers. Hij werd meegevoerd naar een rovershol, en aan de sultan werd een losgeld gevraagd. Een flink losgeld, want hij was uiteindelijk de zoon van een sultan.
"Geen haar op mijn hoofd die daar aan denkt! Ik onderhandel niet met terroristen! Ik stuur mijn soldaten d'r wel op af."
En de soldaten die doorkruisten het hele land, op zoek naar die jongen. En onderwijl zat de sultanszoon zich te vervelen.
"Hebben jullie niet iets voor me te doen? Ik verveel me zo."
"Wat kun jij dan, rijkeluiszoontje?" zei de hoofdman.
"Nou, ik kan tapijten weven."
"Ha! Hé maatjes, moet je eens horen! Hij kan tapijten weven! Dat willen we wel eens zien!"
Eén van de rovers ging naar de markt en kocht wol. En met een grote kring stonden ze om hem heen te kijken. En tot hun stomme verbazing ontstond daar onder de handen van de sultanszoon een prachtig tapijt.
"Als 'ie klaar is, dan verpatsen we het op de markt. Dan kan 'ie nog hier in zijn eigen levensonderhoud voorzien."
Toen het tapijt af was, werd het opgerold en meegenomen naar de markt. Onopvallend ging één van de rovers tussen de andere kooplui zitten. Die middag bracht de grootmoeder van de sultanszoon een bezoek aan de markt. Met haar hele gevolg liep ze langs de kraampjes. En haar aandacht werd getroffen door een prachtig tapijt. Ze keek naar de patronen, het kleurgebruik, naar de manier waarop de maker de wol doorelkaar geweven had.
"Dit is een prachtig tapijt. Wie heeft dat gemaakt?"
"Dat is het geheim van de kunstenaar!"
"Ik ken de maker... Ik heb meer van hem gezien..."
Razendsnel rolde de rover het tapijt op en ging er als een haas vandoor. De grootmoeder schreeuwde. Ze schreeuwde net zolang tot 'ie gepakt werd door een paar soldaten. Hij werd verhoord en verraadde de schuilplaats van de rovers. De jongeman werd bevrijd dankzij het tapijt dat hij had gemaakt. En daarom zeggen ze in Iran, dat je aan een tapijt kan lezen wie het gemaakt heeft, als een handschrift. En mijn Iraanse vriend vertelt er altijd bij, dat 'ie nou niet precies weet, waar het toe dient, dat 'ie groenteboer in Lombok is geworden.
Maar hij zegt er altijd bij: "Ik kom er nog wel achter. Het komt altijd van pas."
[Applaus]
(Verteld in houtzaagmolen De Ster op zondag 24 september 2000)

Beschrijving

Een zoon van de sultan moet handwerk leren. De groenteboer in Lombok is ook de zoon van een sultan. Zijn vader moest vroeger een tapijt leren weven. Als de zoon door rovers wordt ontvoerd, verveelt hij zich en mag hij een kleed weven. Op de markt wordt dit kleed door de grootmoeder herkend. De daders worden gevangen en de zoon wordt bevrijd. Daarom is het nu gebruikelijk dat iedere zoon van de sultan een vak leert.

Bron

Verteld in houtzaagmolen De Ster op zondag 24 september 2000 (opname archief MI)

Commentaar

24 september 2000

Naam Overig in Tekst

Overvecht    Overvecht   

Perzië    Perzië   

Azib    Azib   

Naam Locatie in Tekst

Kanaalstraat    Kanaalstraat   

Zuilen    Zuilen   

Lombok    Lombok   

Iran    Iran   

Nederland    Nederland   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21