Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LOMBO698

Een sprookje (mondeling), zondag 17 december 2000

Hoofdtekst

Een paar jaar geleden heb ik een tijdje gitaarles gegeven op het asielzoekerscentrum in Oog in Al, niet zo ver bij mij vandaan. En één van mijn leerlingen was een vluchteling uit Zuid-Soedan. Ja, ik kwam er al snel achter dat die gitaar, dat was het niet helemaal voor hem. Dat deed het niet. Meestal ging het zo; dan kwam ik bij hem en dan deed 'ie een paar minuten lang alsof 'ie zijn oefeningen ingestudeerd had, en daarna begon 'ie te vertellen. En in het begin probeerde ik hem altijd bij de muziek te houden, maar daar ben ik vrij snel van afgestapt. Want verhalen vertellen dat kon 'ie wel. En sommige van zijn verhalen zijn mij helemaal bijgebleven, en één daarvan wil ik nu vertellen.
Eens heel lang geleden, toen het gebied dat nu Zuid-Soedan heet, nog een rijk en welvarend gebied was, bestond daar het koninkrijk Napata. Dat heette naar de hoofdstad, die heette ook Napata. En de koningen van Napata dat waren de rijkste mannen van de hele wereld. Want ze bezaten al het goud en al het koper. Er voeren grote schepen de Nijl af met het goud en de koper van de koning, naar het noorden, naar Egypte, en nog verder, naar de legendarische landen van Hellas en Roma. Naar het oosten voeren ze over de oceaan, naar Perzië en naar India. De rijkste mannen ter wereld waren de koningen van Napata, maar ook de ongelukkigste. Want elke koning van Napata mocht maar een hele korte tijd regeren. Altijd speurden er 's avonds priesters de hemel af, keken naar de maan en de sterren, ze hielden de loop van de sterren in de gaten, en zo stelden ze dan het moment vast dat de koning gedood moest worden - als een offer voor de goden. Zo was het al eeuwenlang gegaan. Hele generaties hadden zich opgevolgd, en op nog veel kortere tijd hadden de koningen zich opgevolgd. En zo was het moment op een gegeven moment weer aangebroken dat er een nieuwe koning was gekomen. De oude koning was geofferd aan de goden, het heilige vuur in de tempel was gedoofd, er was een nieuw vuur aangestoken en de priesters hadden een nieuwe koning aangewezen. En de nieuwe koning, die heette Akaf. Het was ook gebruikelijk in die tijd, dat elke nieuwe koning, als 'ie net was aangewezen door de priesters, metgezellen moest benoemen: mensen die hem zouden gaan vergezellen in de dood. Ze werden samen met de koning geofferd. En de eerste metgezel des doods van de koning die hij aanwees, dat was een slaaf, die hem was toegezonden uit het verre oosten, van over de zee, door een koning van overzee. Die slaaf heette Farli Mas, en hij was bekend om zijn vertelkunst. Toen Farli Mas hoorde dat hij was aangewezen als metgezel in de dood van de koning, was 'ie niet bang. Hij zei alleen maar bij zichzelf: wat er ook gebeurt, het is Gods wil. Ook was het zo: dat heilige vuur in de tempel moest worden bewaakt door een priesteres: de heilige maagd van het vuur. En als dan het oude vuur dan gedoofd werd, en de koning geofferd, werd ook de heilige maagd van het vuur geofferd, samen met de koning. En als de nieuwe priesteres van het vuur hadden de priesters aangewezen een jongere zuster van de koning, en zij heette Sali. Maar Sali was bang voor de dood, en ze was ontzet toen ze hoorde hoe de keuze was uitgevallen. Een tijdlang regeerde Akaf als de nieuwe koning van Napata. En hij genoot van de macht en de rijkdom van zijn rijk. Elke avond liet hij schitterende feesten organiseren, met geweldige maaltijden, met exquise dranken. En op een gegeven moment was er weer zo'n feest, en hij had mooie danseressen uitgenodigd, die voor hem dansten, en hij stond net op het punt om de mooiste uit te nodigen om bij hem te komen zitten, toen God hem een noodlottige gedachte zond. Namelijk de gedachte dat alles maar heel kort zou duren, en dat hij dan zou moeten sterven. Daarop werd Akaf heel bang en heel somber. Hij liet Farli Mas bij zich komen, zijn slaaf en zijn metgezel in de dood.
Hij zei: "Farli Mas, nu is het moment gekomen dat je me moet opvrolijken. Vertel me een verhaal."
"Uw wens is voor mij een bevel."
En Farli Mas begon. En het hele hof zweeg. En alle gasten en alle gezanten van overzee vergaten te eten, en de slaven vergaten om het eten op te dienen, en ze vergaten zelf bijna om adem te halen. Want de kunst van Farli Mas was als hasjiesj, die de mensen in de zaal verdoofden. De koning vergat al zijn sombere gedachten erdoor. En toen Farli Mas klaar was met vertellen, en de gasten weer het paleis uitgingen, waren ze verbaasd om te zien dat de zon al weer aan de hemel stond. Die dag kon Akaf bijna niet meer wachten tot het weer avond was en hij weer naar de verhalen van Farli Mas zou kunnen luisteren. En zo ging het avond aan avond verder. Avond aan avond vertelde Farli Mas zijn verhalen, en de roem van zijn vertelkunst verspreidde zich door het hele rijk en hij werd beroemd en hij werd geëerd en hij kreeg geschenken. De roem van zijn verhalen kwam ook ter ore van Sali, de heilige priesteres van het vuur en de zuster van koning Akaf. En zij vroeg om toestemming aan de koning om ook een keer te komen luisteren naar de verhalen van Farli Mas. En zo kwam dan op een gegeven moment Farli Mas weer aan het hof en hij zag alleen maar Sali. Sali zag alleen maar Farli Mas.
En de koning zei: "Waarom begin je niet met je verhaal? Weet je er geen meer?"
Met moeite scheurde Farli Mas zijn blik los van Sali en hij begon met zijn verhaal. En weer was zijn verhaal als hasjiesj, maar dit keer was het als de hasjiesj die mensen uit het wakende rijk naar het rijk meeneemt van de dromen. En het duurde niet lang voordat het hele hof sliep, en ze Farli Mas alleen nog maar konden horen vertellen in hun dromen. Alleen Sali was wakker gebleven. En toen Farli Mas klaar was met vertellen, stond Sali op en liep naar hem toe.
"Wij willen niet sterven," zei ze tegen Farli Mas.
"Uw wens is voor mij een bevel, vrouwe Sali, als u mij de weg wijst."
"Laten we even uit elkaar gaan," zei Sali: "Ik zal nagaan... ik zal nadenken over een manier waarop wij ons lot kunnen ontlopen."
Die dag bezocht Sali de hogepriester.
En ze vroeg hem: "Hoe weten jullie priesters dat het moment gekomen is om het heilige vuur te doven en de koning te offeren?"
"Dat beslist God."
"Maar hoe maakt God zijn wil dan aan u kenbaar?"
"Elke avond kijken wij naar de maan en de sterren. We verliezen ze geen moment uit het oog. Altijd kijken wij welke sterren zich naar de maan toe bewegen, en welke zich van haar verwijderen. En zo weten wij het."
"Maar wat doet u dan op een dag dat er niets te zien is, dat het bewolkt is?"
"Dan brengen wij vele offers en richten vele gebeden tot aan de hemel. Want als er veel nachten voorbijgingen dat we niks konden zien, dan zouden we de loop van de sterren niet meer kunnen terugvinden."
Sali antwoordde: "Groot zijn Gods werken en groot is wat hij aan de hemel schrijft. Maar nog veel groter, de grootste van zijn werken, dat zijn de harten en de zielen van de mensen. Die zijn veel groter dan wat hij aan de hemel schrijft. Dat heb ik ontdekt door de vertelkunst van Farli Mas."
"U vergist u, vrouwe Sali."
"Hoe weet u dat? De maan en de sterren kent u. Maar kent u de verhalen van Farli Mas? Hebt u die wel eens gehoord?"
"Nee, die heb ik nooit gehoord."
"Dan kunt u geen oordeel geven. Ik daag u uit om te komen luisteren aan het hof naar de verhalen van Farli Mas. En zeg mij dan of ik ongelijk heb."
Daarop vroegen de priesters om toestemming aan koning Akaf om ook te komen luisteren naar de verhalen van Farli Mas. En Sali zond aan Farli Mas het bericht: Vanavond moet je net zo vertellen als gisterenavond.
En de avond was weer aangebroken. Het hele hof was bij elkaar. Ook de priesters waren gekomen. En Farli Mas kwam weer de troonzaal binnen. En weer zag hij alleen maar Sali.
Koning Akaf zei: "Waarom begin je niet met je verhaal? Weet je er geen meer?"
Farli Mas begon te vertellen op dezelfde manier als de avond tevoren. En alweer duurde het niet lang, of het hele hof sliep en kon zijn verhaal alleen nog maar horen in hun dromen. Alleen Sali was wakker. Iedereen sliep: de koning, de gezanten, de priesters. Alleen Sali en Farli Mas waren wakker gebleven.
Weer stond Sali op en liep naar Farli Mas en omhelsde hem en zei: "Zie je de weg?"
"Ja, ik zie de weg."
Daarop kusten ze elkaar en verstrengelden ze hun armen en benen en waren zo gelukkig dat het leek alsof hun hart zou breken.
En zo ging het avond aan avond verder. Avond aan avond kwamen de priesters luisteren naar de verhalen van Farli Mas, en avond aan avond betoverde Farli Mas iedereen in slaap. Maar, net zoals eens de roep van Farli Mas zich had verspreid door het koninkrijk, zo verpreidde zich nu het gerucht dat de priesters hun heilige plichten verwaarloosden.
En op een dag kwam er een rijk en geacht heer uit de stad bij de hogepriester langs en zei: "Ik wil een reis maken, maar ik wil op tijd thuis zijn voor het volgende seizoensfeest. Hoeveel tijd heb ik nog?"
"Komt u morgen langs, heer, dan zal ik het u vertellen."
Daarop liet de hogepriester zijn priesters bij zich komen en zei: "Is er iemand onder u die de laatste tijd de maan en de sterren heeft waargenomen?"
[Lange stilte]
"Is er dan helemaal niemand onder u die de laatste dagen de maan en de sterren heeft waargenomen?"
Het bleef stil, totdat een hele oude priester opstond en zei: "Heer opperpriester, niemand van ons kan u vertellen wat de loop van de maan en de sterren is, want we zijn allemaal betoverd geweest door Farli Mas."
"Hoe kan dit! Wat moet ik tegen het volk zeggen?! Wat moet ik tegen de heer zeggen?! Wanneer wordt het feest gevierd?!"
Het bleef stil.
De oude priester zei: "Wellicht is het Gods wil wat er gebeurt. Maar als het niet Gods wil is, dan moet Farli Mas ter dood gebracht worden. Want zolang hij leeft zal alles en iedereen door hem betoverd worden."
Daarop ging de hogepriester naar koning Akaf en zei: "Mijn heer en koning, vertel mij over uw metgezel in de dood, Farli Mas."
Akaf zei: "Eerst zond God mij een noodlottige gedachte aan mijn vroege dood, en ik werd wanhopig en doodsbang. Maar toen zond Hij mij een tweede gedachte aan Farli Mas, mijn metgezel, en ik werd getroost. Farli Mas is beroemd; hij wordt geëerd door iedereen, ook door mij, want hij verdient het."
"Farli Mas moet sterven!" zei de hogepriester: "Hij heeft onze goddelijke orde verstoord!"
Maar de koning zei alleen maar: "Hij zal niet sterven vóór mij."
"Dan moet God oordelen!" zei de hogepriester.
En de koning zei: "Zo zij het, en laat heel het volk daarvan getuige zijn."
Daarop werden de herauten uitgestuurd: de stad, het rijk in, om de mensen op te roepen om bijeen te komen voor een grote bijeenkomst, waarop het Godsoordeel zal vallen. De dag voor de bijeenkomst brak aan, en het hele centrale plein voor het paleis vulde zich met duizenden en nog eens duizenden mensen van het rijk Napata. Voor het paleis was een groot platform opgericht, met een troon erop. Daarop nam koning Akaf plaats, met een sluier voor zijn gezicht, want het was in die tijd zo, dat het de Napateeërs niet was toegestaan om de koning van gezicht tot gezicht te aanschouwen. Rechts van hem namen zijn priesters plaats. Links van hem zijn hofhouding, met Sali en met Farli Mas.
De hogepriester stond op en richtte het woord tot het volk en zei: "Farli Mas heeft onze goddelijke orde verstoord! Hij moet sterven! Laat vandaag de beslissing vallen!"
Farli Mas stond op en zei: "Ik geloof dat alleen het kwaad in de harten van de mensen mij onwelgevallig is. Laat vandaag de beslissing vallen."
En hij begon te vertellen. En eerst was zijn vertelkunst als een zomerregen die de uitgedroogde aarde doorweekt. Maar later werd het als het rijzen van de Nijl: ontzagwekkend. Eerst was zijn vertelkunst als de hasjiesj, die mensen in een prettige verdoving achterliet, maar daarna werden het hasjiesj die de mensen meevoert in ijldromen. En het was alsof de reddende Nijl steeds verder rees. Zo majestueus en rustgevend als de poorten van het paradijs voor de een, maar zo afschrikwekkend als Asrail, de engel des doods, voor de ander. En tegen de ochtend verhief Farli Mas zijn stem nog veel meer. En het was alsof de harten van de menigte tegen elkaar indruisen als in een veldslag, en op elkaar botsten als onweerwolken in een stormachtige nacht! Maar toen de zon opkwam, en Farli Mas klaar was met vertellen, en de menigte heel langzaam weer tot zichzelf kwam, was iedereen stomverbaasd. Want daar rechts van de koning lagen de priesters op de grond: dood.
Sali stond op en richtte het woord tot koning Akaf en zei: "Mijn broer, mijn heer koning, sta nu op en neem de regering zelf in handen! En licht uw sluier op, en laat uw volk u van aangezicht tot aangezicht zien!"
Akaf stond op van zijn troon en lichtte zijn sluier op. En dat was de eerste keer dat de Napateeërs de koning van aangezicht tot aangezicht konden zien. En ze zagen dat hij jong was, en zo mooi als de dageraad. En vanaf die dag zijn er nooit meer mensenoffers gebracht in Napata.
[Applaus]
(Verteld op zondag 17 december 2000 tijdens een Kerst-vertel-concert in houtzaagmolen De Ster)

Beschrijving

De koningen van Napata zijn heel rijk, maar worden steeds jong geofferd. Als nieuwe koning kiest Akaf als metgezel in de dood zijn slaaf Farli Mas. Zijn zuster Sali wordt priesteres van het heilige vuur, en ook zij zal moeten sterven als de koning geofferd moet worden. Farli Mas bezit echter de gave van het verhalen vertellen, en hij doet het hele hof alle andere dingen vergeten. Als Sali hem komt zeggen de dood te vrezen, worden ze verliefd op elkaar. Sali nodigt de hogepriester en zijn priesters uit aan het hof, en ook zij worden betoverd door de vertelkunst van Farli Mas. Hierdoor vergeten zij de gang van maan en sterren te volgen, en weten niet meer wanneer de koning geofferd moet worden. De hogepriester beschuldigt Farli Mas van toverij en eist de doodstraf, maar Farli Mas dwingt een godsoordeel af ten overstaan van het hele volk. Weer vertelt hij een bedwelmend verhaal, en na afloop blijken de hogepriester en de priesters te zijn gestorven. Koning Akaf haalt zijn sluier van zijn gelaat, en nu ziet het volk voor het eerst hoe jong en mooi de koning is. Vanaf die dag werden er geen mensenoffers meer gemaakt in het koninkrijk.

Bron

bandopname vertelsessie archief MI

Commentaar

17 december 2000
Ik verneem van cursusleider Raymond den Boestert dat Jan Gravestein dit Soedanese verhaal uit het Engels in het Nederlands heeft vertaald.

Naam Overig in Tekst

Perzië    Perzië   

Akaf    Akaf   

Farli Mas    Farli Mas   

God    God   

Asrail    Asrail   

Asraël    Asraël   

Naam Locatie in Tekst

Oog in Al    Oog in Al   

Soedan    Soedan   

Zuid-Soedan    Zuid-Soedan   

Napata    Napata   

Egypte    Egypte   

Nijl    Nijl   

Hellas    Hellas   

Roma    Roma   

India    India   

Griekenland    Griekenland   

Rome    Rome   

Italië    Italië   

Sali    Sali   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21