Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DVTEX060

Een sprookje (mondeling), woensdag 10 januari 2001

Hoofdtekst

Ingeborg: Ja, zeg het maar.
Ali: Mijn naam is Ali Ferzi Oraltay. Ik ben Turk. Ik kom uit Turkije. Ik kome 1971 kom eerste keer in Turk...eh, Nederland. Ik ben 55 jaar. Ik woon[de] in Turkije, helemaal West-Turkije, stad Izmir. Nou ik heb een eh korte verhaal vertellen.
Iemand leve in de dorp en iemand hebte veel klachten. Die mense met tweelingbroer. Die tweelingbroer aan elkaar plakte, rug tegen rug. Zijn altijd ontrev... ontevreden. En een dag wij hebbe samen die tweeling beetje ruzie maken. Maar niet echt ruzie, maar beetje boos. En op de straat kome een eh andere man. Hij heb vraagte: "Wat jonge, waarom waarom jullie zo ruzie maken?" En tweeling zegde: "Wij hebben veel ontevreden." En die oude man vrage: "Wat is probleme?" En tweeling, ene zegde: "Ik ga naar andere kant, maar mijn broer wil andere kant. En ik ga naar café, mijn broer wil gaan naar bioscoop. En ik ga naar eten, hij zegte 'ik ga naar slapen'. Dat is van onze veel problemen. En dan zo leven is voor onze heel slecht. Wij liever niet. Wij liever niet zo leven." En die oude man zegt: "Jullie ben eh geluk, eh jullie ben tevreden zijn. Hebbe in de wereld nog slechte[re] [=zieligere] mensen leven. En de broere tweeling, broer zegte: "Heb jij nog slechte[re] mensen leven in wereld?" En die oude man zegge: "Ja, hebbe nog slechte[re] mensen in de wereld. Daarom jullie blijven zo leven. Niet ontre... ontr... ontrevreden," zegte. Maar de tweeling een broer veel boos tegen die oude man. Daarna die oude man is weg en tweeling ook, die tweelingbroer ook weg. Tijdjes later, veel tijdjes later die tweelingbroer een is overleden. Maar andere tweelingbroer toch leven. Een dag die tweelingbroer in leve, lope op de straat. Die oude man toch [=weer] gezien. En die jonge gezegd: "Die meneer, weet je, wij hebben vroeger samen gespreken. Heb jij in de wereld nog slechte[re] mensen leven, zegte jij." Die oude man zegte: "Ja, ja, ik wete." En dan de tweelingbroer gezegd: "Nou ik ben nóg slechter." En die oude man vrage: "Wat is? Wat is dat? Wat is probleme?" "Mij broer is overleden. Ik ben tot met heel levenjaar eh levenlange dragen mijn broer. Dat is voor mij echte probleme."
Dit verhaal nou is ook klaar maar niemand voor de leven klachte maken [=maar niemand moet tijdens zijn leven klagen]. Hebbe in de wereld nog slechte[re] mensen. Daarom altijd zegge, elke dag zegge: "Bidank God."
Dankuwel!

Beschrijving

Twee siamese tweelingbroers zaten met de ruggen aan elkaar vast. Ze maakten ruzie op straat. Een oude man vroeg waarom ze zo'n ruzie maakten. De twee moesten altijd alles samen doen, maar ze wilden vaak allebei iets anders. Daarom waren ze nogal ontevreden. De oude man zei dat ze niet zo moesten klagen, omdat er genoeg mensen in de wereld zijn die het nog veel slechter hebben dan zij twee. De broers werden boos en gingen weg. Later stierf een van de beide broers en de ander moest zijn lichaam de rest van zijn leven op zijn rug dragen. Hij kwam de oude man weer tegen en zei: "Jij hebt vroeger verteld dat er mensen waren die het nog veel slechter hadden dan wij. Nu héb ik het nog slechter."
Moraal van het verhaal: mensen moeten niet klagen, want er zijn altijd mensen die het nog slechter hebben. Daarom moet je elke dag God bedanken.


Bron

n.v.t. (bandopname archief MI)

Commentaar

10 januari 2001

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21