Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

kul043 - De blêkke ploeg (2: in het nauw gedreven)

Een mop (boek), 1982 - 1991

Hoofdtekst

De blêkke ploeg voelde zich, naar Kulhannes zei, ook ooit in het nauw gedreven. Dit ondervonden Janus van Gestel en Driek van Oirschot, twee leden van de blêkke ploeg, die beseften, dat, als je onder 'n doorne heg kruipt, je niet weet, door welke doorns je gestoken wordt.

In 1915 woonde in Onrooi boer Nelis, 'nen harde kiebes, die met 'n lange schop gruwelijk vloten (diep omspitten) kon. Nelis had drie dochters. De oudste zat in het klooster en de twee andere werden door Nelis en z'n vrouw gehuuid (bewaakt). Anna was de langste van de twee en Mina de jongste. Met Anna haffelde Janus af en toe en Driek kende Mina goed. Meerdere keren was hij met haar de rogge ingedoken. "'t Waar 'ne handneuker van 'n meid. Ze kos vrijen, dè waar aorighêd", beweerde hij.

Op 'n winterse avond waren Anna en Mina op de stal aan het melken, toen Janus en Driek binnenkloeften. De ouwelui zaten in d'n hêrd te kaarten en Anna en Mina meenden vrij spel te hebben. Dat bleek ook gauw, want nauwelijks was de laatste koe gemolken of Janus was met Anna in 'nen hoek van de stal aan 't vrijen en Mina met Driek in het gangske van het varkenshok. Het was donker in 't gangske. Keidonker en stil. Alleen de varkens gaven van hun aanwezigheid blijk. Plotseling werd de duistere stilte gebroken door het gekreun van een opengaande deur. De moeder van de haffelende durskes kwam naar buiten en riep: "Mina, hêdde de vêrkens gevoeierd?" Toen ze geen antwoord kreeg, liep ze recht naar de varkensstal. "'k Heurde dè ze kwaamp. Mee liet ik Mina los en viel plat op m'ne buik op de grond, aachter 'ne kreugen, die op geenend van 't gangske ston. 'k Laag te reiren van skrik", beweerde Driek.
Mina liep haar moeder tegemoet en zei, dat ze krêk de varkens gevoeierd had. Hierna deed haar meeder de deur van het varkenshok op slot. Geen varken kon eruit en ook Driek niet. Hij zat, samen met de varkens, die zich om hem niet bekommerden, opgesloten in het donkere varkenshok. Toen Mina met haar moeder binnen op de geut was, kwam hij zachtjes overeind.
Trillend op zijn vrijersvoeten vroeg hij zich af, wat hij doen kon. Door het luik aan de voorzijde van het varkenshok kruipen? Nee, dat kon niet. Dan zouden de ouwelui van Mina hem betrappen en zou het met Mina en hem voor eeuwig afgelopen zijn. Wat dan wel? In het donker zocht hij zich een weg en het lukte om langs 'ne houten steil op te klauteren en het zolderke boven het varkenshok te bereiken. Het was er koud en rommelig. Grillige schaduwen, die het maanlicht langs de spleten van de dakpannen op het zolderke wierpen, maakten hem duidelijk, dat hij geen kant uit kon. Mina lag ondertussen in de bedstee en kon waarschijnlijk ook geen kanten uit. Driek kroop tastend en zoekend, op handen en knieën van de ene kant van het zolderke naar de andere. Geen raam, geen luik, niks was er waardoor hij kon ontsnappen. Hij kreeg het benauwd. Het klamme zweet dreef van zijn lijf af. Dan maar een gat in het dak, dacht hij. Met zijn kniepmes sneed hij twee panlatten kapot, waarna hij met zijn rauwe handen enkele pannen opzij schoof. De maan lachte en Driek stak zijn kop door het nauwe gat. Nee, zo d'r uit kruipen, dat kon niet. Dan maar achterste voren, dacht hij. Eerst wrong Driek zijn benen door het gat, daarna zijn smal lijf en tenslotte z n kop. Over het dak liet hij zich zachtjes naar beneden glijden. En toen...! Voor hij besefte wat er gebeurde, lag hij met zijn lang lijf in de diepe sloot, die pal achter het varkenshok liep en vol met water stond."Es 'nen êrdklot donderde-n-ik aachterover in de sloot. Ik waar aoling nat. M'n kleer, m'ne kop, ik drupte van 't nat. En kouw, gruwelijk. Ik kroop de sloot uit en gong op 'nen lochte op hoos aon", herinnerde Driek zich.
Met z'ne natte kop en zeiknatte kleren nam Driek de kortste weg naar huts, waar hij van zijn vader geen goed woord te horen kreeg. Die sakkerde alle Heiligen uit d'n hemel.
De andere dag vernam Driek van Mina, dat ze die nacht goed geslapen had en dat Janus er op tijd tussenuit gepeerd was.

Beschrijving

Eens werd de blêkke ploeg in het nauw gedreven. Driek, die met Mina ligt te vrijenn het varkenshok, wordt ingesloten, maakt 's nachts een gat in het dak, valt bij het naar beneden glijden in een sloot.

Bron

Roger van Laere, KULHANNES, Liempde 1992, 126-127

Commentaar

voor 1992

Naam Overig in Tekst

Kulhannes    Kulhannes   

Janus van Gestel    Janus van Gestel   

Driek van Oirschot    Driek van Oirschot   

Onrooi    Onrooi   

Nelis    Nelis   

Anna    Anna   

Mina    Mina   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20