Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TAMB163 - Ongheschicktheydt van de Dochter, en geschicktheyt van de Moer.

Een mop (kluchtboek), 1659

Hoofdtekst

Ongheschicktheydt van de Dochter, en geschicktheyt van de Moer.
Een seecker Twentsche Boerinne, sont eens op een tijdt eenighe Mispelen aen haer Landt-vrouwe, by haer Dochter, segghende tot haer, ghy moet niet ongheschickt spreecken teghen onse Iuffer neen, seyde de Dochter, dat sal ick niet doen; Sy gingh heen, en seide, Iuffer, mijn Moer send u hier wat Mispelen, [p. 151] leghtse in't bedde-stroo sy sullen soo murw worden als drijtte. Weder te huys komende, vraeghde de Moer haer, hoe sy geseght hadde, sy seide ick hebbe teghen onse Iuffer gheseght dat syse in't bedde-stroo soude leggen, sy worden dan soo murw als drijtte. O du ongheschickte Deerne! hebt ghy soo ongeschickt teghen onse Iuffer gesproken, ick moet gaen en makun t weer te rechte, daer ginck sy heen, en seide oock, goeden dagh Iuf-vrouw, ick hebbe u-lieden wat Mispelen by mijn Dochter gesonden, dat is waer, seide de Iuffer, daer bedanck ick u voor, de moeder seide, mijn Dochter heeft wat ongeschickt ghesproken, ick begere hout het haer ten besten, sy is noch jonck, zy weet niet meer van den tug of den tureluer, als kom lick my in de neers, her inne.

Beschrijving

Een boerin laat haar dochter wat vruchten naar een mevrouw brengen. De dochter moet beloven geen vieze taal uit te slaan. Ze doet dat toch en de moeder gaat haar excuses aanbieden en gebruikt zelf ook vieze taal.

Bron

Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen

Commentaar

1659

Naam Overig in Tekst

Twentsche    Twentsche   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22