Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TAMB176 - [Van] een Soldaet die ses Catten doodt soende.

Een mop (kluchtboek), 1659

Hoofdtekst

[Van] een Soldaet die ses Catten doodt soende.
Een Soldaet komende te Biechte, by een seecker Pape, en seyde ick hebbe grootelijcks gesondight, en ick wilde geern mijn sonden bekennen, en absolutie versoecken. Ick ben bereydt, seyde de Pape, seght dan ongheveynsdelick op. Ick hebbe, sprack den Soldaet, een hondt sijn eere ghestoolen, ick hebbe een Koe misdaen, ick hebbe ses Katten doodt gesoent, die sevende ontsprongh het: De Pape seyde, dat is een schrickelicke sonde, dat derve ick niet over my nemen, gy moet na sijn Heyligheyt gaen, hy ginck nae sijn Heyligheydt toe, en dede de Biechte, diem oock seyde, dat het al te swaer voor hem was te doen. Doch seyde hy, gaet uyt de Stadt, ende de eerste Krijghsman die u teghen komt, Biecht die u sonden. Hy ginck heenen en hem ontmoetede een Ruyter, die hy vraeghde, of hy in dienst [p. 163] was: Hy seyde jae, soo het u dan belieft, soo moet ghy mijn Biechte hooren: ick, seide hy, jae sprack de Soldaet, sijn Heyligheydt heeft my aen u ghesonden. Laet dan hooren sprack den Ruyter, ick seyde hy, hebbe een Hont sijn eere gestoolen, ick hebbe een Koe misdaen, en ses Katten doodt ghesoent, maer de sevende ontsprongh het: Wel Krijghsman seyde hy hoe ginck dat toe? dat moet ghy my eens seggen. Den Soldaet seyde, ick was in een Herberge gelogeert, daer lagh een deel ghebraden aen 't vyer, en ick nam daer een Hoen af, ende stack het in de Holster, daer de Hondt mede beschuldight wierdt, en daer dapper om geslagen, als of hy het Hoen ghestoolen hadde, en ick die een arm gesel was, en weynigh gheldt hadde, moeste in 't Hooy slapen, en heen gaende, stondt daer een Koe, die Hooy voor hadde, dat ick haer af nam, en gaf dat het Peerdt dat daer by stondt: en voort gaende, so quam ick by een ledige Bedstee, daer lagh een Katte op die ses jongen by haer hadde, ende soo de Maeghdt die daer voorby quam, greep ick doe by het lijf, ende wierp haer op de Beddestee, daer de Katten lagen, en de oude Katte quam daer af, en die Meydt quam op de jonghen te liggen, doen soende ick de Meydt soo langhe dat de jonge Katten smoorden: Ghy hebt seer wel ghedaen sprack de Ruyter, ick absolveere u daer af.

Beschrijving

Een soldaat biecht aan een geestelijke zijn zonden op. Hij heeft een hond, een koe en zes katten genomen. De geestelijk denkt dat het om seksuele handelingen gaat en stuurt hem naar de paus. Later blijkt dat helemaal niet het geval.

Bron

Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen

Commentaar

1659

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22