Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TAMB217 - t' Samen spraeck tusschen twee jonghe Dochters.

Een mop (kluchtboek), 1659

Hoofdtekst

t' Samen spraeck tusschen twee jonghe Dochters.
Twee joege Dochters t'samen uit wandelen gaende, soo vraeghde den eene den anderen, en seyde, indien de mannelickheden vleughelen hadden, wat Ambachts-lieden souden daer de meeste schade by hebben? Den eenen dat vreemt voor komende, wiste niet wat sy daer op antwoorden soude, seyde, ick hebbe mijn leven op sulcke dinghen niet ghedacht en kan daer oock gheen reden van gheven De ander seide weder, kondt ghy dat niet gissen? Neen ick, seide sy wederom; Wel, seyde [p. 209] de ander, dat souden de Wevers wesen: Waerom dat seyde sy; Ick soude voor eerst van mijn garen, dat ick ghesponnen hebbe, gheen doeck laten maken: Wat dan vraeghde sy weder? Ick, seyde sy, soude daer Netten van laten maken om die te vanghen, en dat souden daer vele doen, en dan souden de Wevers weynigh neeringhe hebben.

Beschrijving

Een meisje maakt een grap met haar vriendin. Ze vraagt welke beroepsgroep er het meeste last van zou hebben als de mannelijke geslachtsdelen vleugels zouden hebben. Antwoord: de wevers, want niemand zou meer textiel laten maken maar netten om de geslachtsdelen te vangen.

Bron

Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen

Commentaar

1659

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22