Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TAMB221 - Van de Boeren die Goudt aten, en Kooper kackten.

Een mop (kluchtboek), 1659

Hoofdtekst

Van de Boeren die Goudt aten, en Kooper kackten.
Het is ghebeurt dat binnen Enghuysen eenighe Sturghers, of soo mense noemt, Quacksalvers waren, die dapper op-sneeden van al haer Cuiren die zy ghedaen hadden, toonende daer veele Certificatien en Bollen van, en alsoo zy het Gheloove ghekreeghen hebben van S. Iacob, ghelijck in het voorgaende bewesen is: Soo ghebeurde het dat sy groote toe-loop kreeghen van Boeren, die sy seiden dat al-te-samen eener-hande sieckte was, en, seyden dat de Boeren moesten haer brenghen een Mans hembt, een stuck Roock-vlees, en ontrent een half loodt Erf-goudt, seyden dat sy souden aen het Goudt niet verliesen, alsoo sy het door den stoel-gangh weder souden lossen, behoefden slechts de materie maer uit te wasschen: De Boeren (die doch van sulcken imaginatie zijn om vreemde Landt-loopers en Quack-salvers meer te ghelooven als de beste Doctoren en Medicijns) namen dat aen, en bestelden haer het gheene [p. 213] sy ghe-eyscht hadden; Bevoolen doe de Boeren dat zy het souden in-nemen in het eerste quartier van de Mane, het welck zy deden; de quacksalvers ginghen tot een Geel-gieter, en kochten daer Vijlsel van Kooper, gaven dat de Boeren in, in plaets van Goudt: En doe de Boeren dat in het lijf hadden, lichten mijn Heeren de quacksalvers de hielen, en vertrocken doe by de Noorder Sonne; De Boeren dat selve wat in het lijf ghehadt hebbende, begon het te wercken, en sy op potten kackende, bewaerden sy elck haer dreck wel, wiessen en spoelden dat weder schoon, waer in sy onder in de Pot het Vijlsel vonden, waren seer verblijdt, meenende dat zy het Goudt weder ghevonden hadden, brenghende het selvighe tot een Goudt-smit om weder aen een stuck te laeten smelten, het welck doe gheschiede: De Goudt-smidt seght, mannen, blijft hier soo langhe by, ick sal het met der haest doen, ghelijck zy deden, het selve ghesmolten zijnde, sagh de Goudt-smidt dat het Kooper was, en seyde, Mannen, dit is gheen Goudt, maer het is Kooper: De Boeren siende verbaest toe, en seyden; wy hebben Goudt ge-eeten, hoe! souden wy dan Kooper gescheeten hebben? Doen saghen sy dat sy bedrooghen waren, want haer siecken waren als soo fris als een doodt Peert.

Beschrijving

Een aantal kwakzalvers maakt een groep boeren wijs dat als zij goud eten, ook goud uitpoepen. De kwakzalvers geven de boeren echter kopervijlsel en de boeren komen pas bij de goudsmid achter het bedrog.

Bron

Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen

Commentaar

1659

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22