Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RKOMAOV0020

Een personal narrative (mondeling), donderdag 03 juli 2008

Hoofdtekst

SW: Hè, nee. Maar, dat geldt voor elke sage natuurlijk. En dat geldt- sagen, sprookjes, hebben 'n moraliserende strekking, hè? Hans en Grietje, die hadden niet van 't pad moeten afwijken, hè, dan was 'r niks gebeurd. Nou en en zou gaat dat dus- daarom werden ons vroeger als kinderen die sprookjes verteld, opdat wij leerden wat goed en niet goed was.
RK: Nou ben ik even benieuwd, nu u daar toch op eh komt, werden u vroeger wel 'ns sprookjes verteld dan?
SW: Thuis, mijn vader was 'n groot verteller, en die vertelde ook die verhalen van Hans en Grietje, Klein Duimpje, hè? En Roodkapje en de Wolf, hè, en die deed dat dus met met veel eh smaak, die kon daar eh, die weidde daar ook over uit, die bouwde dat op. Als kleine kinderen, en ook mijn kinderen weer, die mijn vader nog goed gekend hebben, hun opa, vertelde- die hebben 't 'r nu nog over. Mijn zoon die is later gaan studeren, die is neerlandicus, en die zegt "god [...?] kon toch- pake toch mooi vertellen!", hè? Pake dat is dan de-
RK: Ja, [...?] ken ik.
SW: Hè, dus. Daar ervaar je dan uit dat eh, ja dat eh heeft iets gedaan met die kinderen, hè? Dan mochten ze 's morgens bij hem in bed, weet je wel, als hij bij ons lo- bij bij eh hem logeerden. Nou ja, dan eh, en dan begon dat, hè? En, mijn vader vertelde ook [...?] zomaar verhalen. Wandelend, in het bos, en dan begon hij zomaar, als je 'n holte ergens onder 'n boom zag ofzo: [fluisterend] "hee sst, de kabouters..."
RK: Dan zaten d'r kabouters onder...
SW: En dan fantaseerde hij d'r zomaar op los.
RK: Kunt u nou 'ns, hè, want wij die verhalen die ik opnoem- opneem, die eh die komen ook in de verhalenbank, en 't is meer 't idee van hoe de mensen vertellen of vertelden. Weet u zo'n sprookje dat uw vader vertelde, kunt u dat 'n beetje proberen na te vertellen hoe hij dat deed?
SW: Ja...
RK: Dan kom ik toch bij uw persoon terecht, hè?
SW: Ja. ja. Maar, daar heb ik me natuurlijk niet-
RK: Nee-
SW: Op voorbereid enzo.
RK: Nee, maar dat is soms ook wel goed, als u uit uzelf-
SW: Een verhaal wat ik dan zomaar- dat ik dan 't verhaal wat hij dan zelf uit z'n duim zoog zomaar, dan gingen we wandelen met hem en en en mijn zoontje dat was dan 'n mannetje van 'n jaar of vijf zes ofzo, en dan liepen we hier door 't bos heen, en dan kwam je daaar bij zo'n beukenboom, 'n ouwe boom, en dan heb je nog wel 'ns bij die wortels dat daar 'n holletje zit van 'n hermelijntje of weet ik wat, en dan zei 'ie: "kijk, kijk, hier zijn we dus bij zo'n boom," zegt-ie, "hieronder wonen de de kabouters. Ik zal 'ns eventjes kijken of de kabouter thuis is..." Dan zoekt-ie 'n stok, en dan eh "ja, heel voorzichtig, heel voorzichtig hoor, als ze wakker worden, nou dan komen ze d'r allemaal uit enzo, en dan eh..." Hè, nou ja dan eh, mijn zoontje enzo [gebaart, trekt gezicht], en dan met die stok tegen de boom, hij zegt: "ja! ja!" Nou, je hoorde natuurlijk gewoon die klop van die boom, maar de kinderen dachten niet zo veel bij na- "hoor je 't ook? ja ja, ze zijn d'r wel, ze zijn 'r nou wel." En zo bouwde hij dan 'n heel verhaal op, en dan 'n eindje verder liep je weer door, en dan "kijk, hier zitten ze altijd," daar stond 'n paddestoel, hè, "en dat kun je nog zien," zegt-ie, "ze hebben d'r van gegeten." Dan was 'r 'n brokje af enzo. "Is lekker hoor, maar jullie niet doen hoor! Daar wordt je ziek van, hè?" Nou ja, en zo eh, ja zo zo ging dat dan hè, maar altijd dus niet bang maken.
RK: Nee, op 'n leuke manier.
SW: Je hoorde d'r 's nachts niet angstig van te dromen, en dat deed-ie dus vroeger toen wij nog kinderen waren ook al met ons in de buurt, waar [...?] vroeger toverlantaarn, 'n ouderwetse nog, waar je zo'n zo plaatjes in schoof en- of zo zo'n rolletje, zo'n filmpje ging daar dan overheen. Nou, dan werd op 'n regenachtige zondagmiddag de kinderen uit de buurt allemaal in de in de keuken, en 'n 'n beddenlaken aan aan de muur, hè en dan eh, dan begon de filmvoorstelling, hè, en dan bij die plaatjes die daarop geprojecteerd [...?] daar vertelde hij zijn fantasieverhaal enzo. Nou, je hoorde [...?] keer van die kinderen die een vuile neus hadden zo <snuif> de snotneus optrekken [...?] van spanning, hè? Die die beelden die eh, die zie ik nog allemaal voor mij.
RK: Wat voor verhalen waren dat dan?
SW: Ja, de- ik weet niet meer precies wat voor eh- wat 'r op die plaatjes stond, hoor, dat waren eh van die filmrolletjes en daar staan dan eh eh allerlei eh figuren op enzo, hè? En daar daar fantaseerde hij dan z'n verhaal bij. Nou ja, goed, dat zit 'n beetje in de genen, denk ik, hè, en dat heb ik weer, maar onze zoon die dus dus eh gestudeerd heeft en neerlandicus is, die doet 't ook, die schrijft ook. Hè, die is nou weer bezig met eh met de dagboeken van Jellema, G.O. Jellema, 'n bekende dichter.

Onderwerp

TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)    TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)   

Beschrijving

De vader van de verteller vertelde graag verhalen en sprookjes, en dat deed hij met verve. Ook als opa maakte hij veel indruk met zijn verhalen.
Ook ter plekke kon hij verhalen verzinnen, zoals tijdens boswandelingen, waar hij vertelde over kabouters in holle bomen, enzovoorts.

Bron

Letterlijk afschrift van mp3-opname.

Commentaar

3 juli 2008
Aanwezig bij interview: Ruben A. Koman [RK], Oscar Strik [OS], Sjouke Wynia [SW]

Naam Overig in Tekst

Hans    Hans   

Grietje    Grietje   

Klein Duimpje    Klein Duimpje   

Roodkapje    Roodkapje   

Jellema    Jellema   

G.O. Jellema    G.O. Jellema