Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CJ115612

Een mop (mondeling), dinsdag 16 augustus 1977

Hoofdtekst

Der wie in man, dy lei mei syn wiif op bêd en doe droomde er dat er tusken twa lange heuvels trochgong. Doe seach er in great bosk mei in grot en yn dy grot in moaije neakene jonge frou.
Dy naem er even. Doe gong er de grot wer út, de oare kant it bosk yn. Dêr kaem er op in greate flakte. Doe moest er ynienen sa noadich poepe. Mar nergens seach er hwat, sa't er tochte.
Allinne yn 'e fierte seach er twa molshopen.
"Nou," tocht er, "dan mat ik dêr mar tusken." En dat die er ek. Doe krige er ynienen in klap en doe waerd er wekker. It wiif sei lulk tsjin him: "Datst' my brûkste fyn ik wol moai, mar dû hoechst my net tusken de boarsten to skiten."

Onderwerp

VDK 1407A* - Droom en werkelijkheid: de ontlasting tussen twee molshopen    VDK 1407A* - Droom en werkelijkheid: de ontlasting tussen twee molshopen   

Beschrijving

Een man ligt met zijn vrouw in bed en droomt dat hij tussen twee lange heuvels doorgaat. Als hij een groot bos met een grot nadert, ziet hij in die grot een mooie, naakte vrouw. Hij heeft geslachtsgemeenschap met de vrouw en loopt de grot weer uit het bos in. Als hij op een grote vlakte komt waar niets te zien is op twee molshopen na, poept hij daar. Als hij er vandoor wil gaan, krijgt hij ineens een klap en wordt hij wakker. Zijn vrouw heeft hem geslagen. Ze vindt het goed dat hij seks met haar heeft, maar hij hoeft niet tussen haar borsten te poepen.

Bron

Collectie Jaarsma, verslag 1156, verhaal 12 (archief MI)

Commentaar

16 augustus 1977
Droom en werkelijkheid: de ontlasting tussen twee molshopen

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21