Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SPORDS12 - 12. EEN ONGELOOFWAARDIGE HEKS

Een sage (boek),

Vliegzalf.jpg

Hoofdtekst

12. EEN ONGELOOFWAARDIGE HEKS
In 1566 werd te Rotterdam een vrouw, Geertgen Jansdochter, door de buren aangeklaagd omdat ze toveren kon. Ze werd gevangengenomen en bekende al vlug dat ze zestien à zeventien jaar tevoren met een duivel had kennisgemaakt en met hem op stap was geweest. Hij had haar geleerd dat ze door heksenzalf te bereiden en onder haar oksels te smeren door de lucht kon vliegen. Ze was de schoorsteen uitgevlogen en had met anderen die in de macht van de duivel waren, zowel mannen als vrouwen, op Goeree-Overflakkee, in het plaatsje Den Bommel, het nodige kwaad verricht. Zij en haar gezellen hadden daar mensen en vee ziek gemaakt en voor een misoogst gezorgd van het te velde staande gewas. Ze was zelfs naar Zeeland gevlogen om daar een veld met gerst te bederven. Onverwijld eiste de baljuw de doodstraf tegen haar. Hij wilde haar levend laten verbranden, maar Geertgen kwam terug op haar bekentenis, die zij wel uit vrees voor pijniging zal hebben afgelegd. Zij was helemaal verward geweest, verklaarde ze. Daarom besloten de schepenen nog geen vonnis te vellen. Eerst wilden zij advies van geleerden horen en dat advies moet gunstig voor Geertgen zijn uitgevallen, want zij werd slechts voor vijfentwintig jaar uit de stad verbannen. Die straf kreeg ze vooral omdat ze zoveel mensen, die te goeder naam en faam bekend stonden, had beschuldigd met haar door de lucht naar Den Bommel te zijn gevlogen om daar heksenstreken uit te halen.
(Rotterdam)

Beschrijving

Vrouw wordt aangeklaagd voor toverij, bekent dat ze van de duivel heeft geleerd hoe ze kan vliegen. Ze krijgt straf omdat ze anderen heeft beschuldigd met haar mee te hebben gevlogen.

Bron

J.R.W. Sinninghe: Spokerijen in Rijnland, Delfland en Schieland. Sagen, legenden en volksverhalen, veelal uit de volksmond opgetekend. Zaltbommel 1977. p. 19-20

Commentaar

De mens heeft altijd geloofd - of in elk geval gehoopt - dat er zoiets als magie mogelijk is. Dat het dus mogelijk is, om via spreuken, stafjes, drankjes, demonen, goden, rituelen en dergelijke op bovennatuurlijke wijze in te grijpen in de werkelijkheid. Die neiging tot magisch denken, en ook om in gedachten magische verbanden leggen, is als het ware genetisch ingebakken in de mens. Het is een vorm van geloof, en een onderscheid tussen geloof en bijgeloof is er op dit punt feitelijk niet - dat wordt alleen gemaakt door mensen die daar belang bij hebben.
Omdat mensen denken dat magie mogelijk is, hebben ze allicht ook geprobeerd om te toveren. Er heeft dus een dagelijkse praktijk bestaan waarin bepaalde mannen en vrouwen probeerden te toveren: zonder succes natuurlijk, want magie bestaat niet echt, maar soms hielp het toeval hen een handje, en dan leek het nog te werken ook!
Als er mensen zijn die proberen te toveren, zijn er ook mensen die denken dat andere mensen aan het toveren zijn: ten goede, maar meestal ten kwade. In een wereld waarin soms geprobeerd wordt om te toveren, kunnen mensen ook beschuldigd worden van toverij. Tot zover is de wereld nog tamelijk overzichtelijk te noemen.
Dan schrijven in 1486 de dominicanen Kramer en Sprenger de Malleus Maleficarum, oftewel de Heksenhamer. Dat boek stigmatiseert de (al dan niet vermeend) toverende vrouw tot heks - goede strategie: altijd de sociaal zwakkere kiezen. De heks wordt bij hen vooral geportretteerd als een vrouw die heult met de duivel (het absolute kwaad, de vijand van het christendom), en de auteurs sommen allerlei kenmerken op van de heks waaraan ze te herkennen is. Ze heeft zalf waarmee ze kan vliegen, vliegt dan op een bezemsteel de schoorsteen uit, ze heeft omgang met de duivel en ze verspreidt kwaad: ze maakt mensen en dieren ziek, doodt ze zelfs, en verstoort de landbouwproductie - dit alles op bovennatuurlijke wijze.
De hele beschrijving is natuurlijk op absolute religieuze waan gebaseerd: zulke vrouwen waren er helemaal niet. Er waren alleen die doodnormale kruidenvrouwtjes en vroedvrouwtjes die wat probeerden te toveren, en knoeiden met geneesmiddeltjes, abortusdrankjes en liefdeszalfjes. Er waren geen vrouwen die heulden met de duivel. Niettemin zette het beeld uit de Heksenhamer, officieel uitgedragen door de kerk, zich stevig vast in het collectieve bewustzijn, en in de eeuwen die volgden, groeide de religieuze waan alleen maar uit. Vervolgingen en heksenverbrandingen waren het gevolg.
En dan is er natuurlijk de vraag: hoe kan het dat allerlei vrouwen aangeklaagd worden? Wie nader in de geschiedenissen duikt en de processtukken beter bekijkt, ziet dat achter die beschuldigingen vaak sociale en economische spanningen zitten. Vrouwen worden veelvuldig beschuldigd een heks te zijn, omdat andere mensen een hekel aan haar hebben. De zogenaamde heks heeft in het sociale leven dan iets verkeerds gedaan, of is gewoon een gemeen lelijk wijf. Of ze woont op een lapje grond, waar de buren een oogje op hebben laten vallen. Dat alleen al kan genoeg reden zijn om iemand te beschuldigen en aan te geven. Maar er kan ook nog zoiets als een ziekte optreden, of de oogst mislukt. Dat dit natuurlijke oorzaken had, werd lang niet altijd begrepen of geloofd, en dus dacht men al snel aan magie: dan kon men een ander de schuld geven van een ziekte, een sterfgeval of een misoogst.
Dat een beschuldigde vrouw bekent omgang te hebben gehad met de duivel, kwaadaardig getoverd te hebben en dergelijke, laat zich gemakkelijk verklaren door de tortuur die haar te wachten stond of waaraan zij zelfs al onderworpen werd. De meest onwaarschijnlijke bekentenissen werden er op de pijnbank als het ware uitgetrokken. De verhalen die de vrouwen dan opdissen, sluiten naadloos aan bij de verhalen uit de Heksenhamer en
uit de volksoverlevering. De zogenaamde heks bekent derhalve door de traditionele verhalen na te vertellen of te beamen en daarmee de ondervragers tevreden te stellen. Als de woorden haar al niet in de mond werden gelegd, dan kwamen ze er op de pijnbank vaak wel spontaan uit. Logisch dat vrouwen later hun bekentenis nog wilden herroepen: ze hadden immers de
meest baarlijke nonsens moeten bekennen!
De heksenverhalen zijn enerzijds weliswaar gebaseerd op een weinig succesvolle maar
reële toverpraktijk, maar anderzijds vooral op een irreëel religieus waanbeeld, dat vele verschrikkingen tot gevolg heeft gehad. Feit is immers dat zeer vele mensen wel degelijk geloof hechtten aan dit waanbeeld, en hoe konden ze ook anders? Het waanbeeld van heksen en duivels werd nota bene door de christelijke kerk zelf vol overtuiging uitgedragen. Het enige waar de vermeende heks in de 16e en de 17e eeuw - let wel: dit zijn dus niet de middeleeuwen, dit is de renaissance! - op kon hopen, was op verlichte rechters, die zich niet gek lieten maken. Het slachtoffer uit het verhaal heeft geluk, al wordt ze wel gestraft, want ze heeft de reputatie van vele mensen op het spel gezet: hekserij was immers geen geringe aanklacht. Ze dreigde even heel veel andere mensen in haar gang naar de brandstapel mee te slepen - misschien uit wraak, maar waarschijnlijk in pure doodsangst.
Zie onder Beeld: Een heks besmeert zich met vliegzalf en vliegt vervolgens op een bezemsteel de schoorsteen uit.

Naam Overig in Tekst

Geertgen Jansdochter    Geertgen Jansdochter   

Goeree-Overflakkee    Goeree-Overflakkee   

Den Bommel    Den Bommel   

Naam Locatie in Tekst

Rotterdam    Rotterdam   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20