Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBOEK324

Een mop (brief), 1883 - 1886

Hoofdtekst

Een man droomde, dat hij in den hemel was. Petrus leidde hem rond. Hij zag overal lichtjes. "Wat zijn dat voor lichtjes?" "Dat zijn de levenslichten der menschen." "Maar het eene vetpotje is voller dan het andere." "Ja, de leege zullen weldra uitgebrand zijn en dan sterft de persoon wiens levenslicht het is." "Wat is mijn licht?" "Dat." Dit potje was bijna leeg. "En wat is dat van mijn vrouw?" "Dat." Dit was bijna vol. Toen Petrus zich omdraaide, doopte hij zijn vinger in zijn vrouws potje en liet dit in het zijne uitdruipen. Op eens kreeg hij van Petrus, die het bemerkte, een klap en werd wakker. Toen bemerkte hij, dat hij van zijn vrouw een klap had gekregen, omdat hij het vocht uit den waterpot in haar mond had laten druipen.

Beschrijving

Een man droomt door Petrus te worden rondgeleid door de hemel; hij ziet veel lichtjes, levenslichten volgens Petrus en de man wil weten waar zijn licht is. Het potje is bijna leeg, maar dat van zijn vrouw is nog bijna vol en hij doopt zijn vinger erin om die te laten afdruipen in zijn eigen, totdat Petrus hem een draai om zijn oren geeft, die hem doet ontwaken. Dan blijkt de klap van zijn vrouw, die hij het water uit de pispot in de mond gesmeerd had.

Bron

Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)

Commentaar

c. 1885
[cf. AT 332 IV en cf. AT 1430; vgl. Tinneveld, Liemers, N°234]

Naam Overig in Tekst

Petrus    Petrus   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22