Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT004

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Van goede en quade joncfrouwen.

Die .III[I]. cluchte.

Een jonghe edelman soude studeren op een hooghe schoole. Ende hy quam by een hoere ende verdede al wat hy hadde. Ten lesten woude hi dye scheydemaeltijt met haer eeten ende nooden soe haer ende haer moeder te gast. Als 't nu ghegheten was omhelsde hy sijn boel ende custen se ende trock daernae wech. Doen begost dat goet maechdeken te weenen ende maecten groot misbaer, maer haer moeder troosten se vast ende sprac: 'Swijcht lieve dochter, daer zijn noch veele scoonder studenten ghenoech hier. Ick wil u wel eenen anderen crijgen.' Die dochter antwoorden ende sprac: 'O lieve moeder, ick en weene niet omdat hi wech is, maer ic wene omdat den mantel metten gulden boort, dye hy draecht, dat ick dien ooc nyet verteert en hebbe.' Dat was een goede moeder, dye haer kindt wel gheleert ende onderwesen hadde. Dye studenten ende jonghe ghesellen souden hierdoor huer ooc leeren wachten van hoeren. Want daer staet gheschreven: 'Die hoeren willen in alle landen gelt hebben. Ende om niet en wil gheene des duyvels zijn.'

Beschrijving

Een adellijke jongeman gaat studeren en neemt zijn intrek bij een prostituee. Als hij al zijn geld verteerd heeft, biedt hij haar en haar moeder een afscheidsmaal aan, kust het meisje vaarwel en verdwijnt. Het meisje toont zich zeer ontdaan. Haar moeder troost haar met de mededeling dat er nog studenten zat zijn. Daar gaat het niet om, antwoordt het meisje. Het doet haar verdriet dat ze hem zijn jas ook niet afhandig heeft kunnen maken...

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 10.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22