Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ZEEUW243 - H. Frederik van Utrecht. (De Noormannen)

Een sage (boek), 16e eeuw

Hoofdtekst

H. Frederik van Utrecht. (De Noormannen)

De heilige Frederik was Utrecht's achtste bisschop. Toen was een keizer van Rome en koning van Frankrijk, dewelke heette Lodovicus, des grooten Keizer Karels oudste zoon.
Keizer Lodewijk "die Goedertiere", had tot vrouw Ermgaerd, en toen zij gestorven was nam hij een andere vrouw, Judith, zijn nicht "ende was des Hertogen Dochter van Beyeren". Met haar ging hij naar Utrecht, ontbood Frederik en maakte hem bisschop.
Eens sprak hij tot hem: "Men zegt dat de bewoners van Walcheren, een eiland van uw bisdom, als heidenen, in bloedschande leven; daarom bezweren wij u dat gij al deze menschen zult corrigeeren en pijnigen met den zwaarde."
Waarop de bisschop antwoordde: "Waar zoudt gij beginnen de visch te eten, bij den kop of bij den staart?" En toen de keizer argeloos antwoordde: "Bij den kop", zeide de heilige Frederik tot hem: "O, Edel Keyser, ghy hebt te recht geoordeelt ende om dat ghy, die een Prince ende hooft sijt der Kersten Gelove, een Wijf hebste, die u vleyscheluke Nifte is, daerom soo wil ick u eerst ontghinnen, eer ick totten staert vanden Vissche come. Ende ick segghe u dat te vooren, dat ghijse laten sult, ende ontfanghen penitencie; of ick sal den Ban ende dat Recht der Heyligher Kercken op u vorderen."
En keizer Lodewijk liet die vrouw naar haar vader terugkeeren.

Daarop trok de heilige Frederik naar Walcheren en bekeerde enkele menschen; maar de anderen volhardden in het kwaad, en dreigden den bisschop te dooden, zoodat hij weer wegvoer van daar. "Maer daer na so viel de wrake Gods op hem, dat sy alle worden verslaghen, met haren Grave Eggaert in eenen grooten strijde." (tegen de Noormannen, anno 838).

In de sacristie der St. Jan is de bisschop vermoord door een paar knechten der keizerin Judith. Anderen meenen door eenigen van Walcheren.
En hij voorspelde nog, voor hij den geest gaf: "Nu sullen comen die Heyden Denen met die Noormans, ende verwoesten alle dit Lant, ende en sullen niet laten leggen die een steen opten anderen; en sullen al te grooten bloedstortinghe maken".... en zij kwamen.... "Een hiete Gello, ende quam met sijnen Denen, ende een hiete Rollo, die quam met sijnen Noormans. (Anno 856).

Beschrijving

Keizer Lodewijk nam na de dood van zijn vrouw zijn nicht Judith tot vrouw, ontbood Frederik en maakte hem tot bisschop. Toen vroeg hij hem de in bloedschande levende heidenen van Walcheren te corrigeren. De bischop vroeg hem waar hij zou beginnen de vis te eten, bij de kop of de staart. "De kop," antwoordde de keizer, waarop Frederik hem zei zijn vrouw naar haar vader terug te sturen. Op Walcheren wist Frederik niet veel uit te richten en hij voorspelde, dat het land ten prooi zou vallen aan de Denen en Noormannen, die inderdaad kwamen onder aanvoering van Gello en Rollo

Bron

J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 239-240

Commentaar

16e eeuw
Goutsch Cronyncxken, Velderser Chronyke

Naam Overig in Tekst

Frederik    Frederik   

Lodovicus    Lodovicus   

Karel    Karel   

Lodewijk    Lodewijk   

Ermgaerd    Ermgaerd   

Judith    Judith   

Eggaert    Eggaert   

Noormannen    Noormannen   

St. Jan    St. Jan   

Denen    Denen   

Gello    Gello   

Christelijk    Christelijk   

God    God   

Naam Locatie in Tekst

Utrecht    Utrecht   

Rome    Rome   

Frankrijk    Frankrijk   

Beieren    Beieren   

Walcheren    Walcheren   

Rollo    Rollo   

Kersten    Kersten   

Kerk    Kerk   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20