Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ZEEUW390 - Van een eend en haar jongen.

Een sprookje (boek), 1894

Hoofdtekst

Van een eend en haar jongen.

Achter de walle -n-in 't lange riet
En ik 'en ouwe-n-end gezien.
Die -n-ouwe-n-end 'ad negen jongen,
En ielken jonge-n-'ad een naam.

Koppetje:
"Daar kruupt 'en luus op Lies 'er mouwe."
Lies:
"Wa' geef ik om die-n-eene luus;
Ik en nog zooveel tonnetjes thuus
Tonnetjes volgemeten
Balleven de neeten
Balleven de vlooien
Koppetje, wil je me '-n- 'elpen dooien?"
"Nee," zei Koppetje.
Toen nam Lies 'en dikke stok
En wou Koppetje smiten
Maar Koppetje kroop in 't verkenskot,
En ging daar zitten kriten.
Toen kwam 'et endemoertje angegaan,
En die zee: "Koppetje, wa' kriit je?"
Koppetje:
"Moertje, zou 'k nie kriten?
Lies die wil me smiten."
"Snie-j-'en stik van Lies 'er'oore
Legt 'et dan op vaders komfore
Zegt dan: Vader 'et is er goed spek,
Want onze knapen, die snaken zijn vet,
Vet siin die snaken,
Wa' sulle' m'er van maken?
Wat je maar believen;
Meuleneers of korendieven."
De Molenaar:
"Wil je daar wel es zwigen,
Of ik sal je krigen;
Daar kwam lest 'en boer op de molen
En die zee: Oe siin er de zakken zoo smal,
Of 'ei-je der uut gestolen?
Toen nam ik den boer al op men schoen,
En ik smeet 'em van al de trappen,
En ik zei: Joe 'ier-en daarschen boer,
Noe zul-je nie meer van me klappen."

En toe kreeg Koppetje mee 'et rietje op zen broek.



Beschrijving

Eend Koppetje wijst op een luis op de mouw van Lies, maar dat kan Lies niet schelen; ze vraagt of hij haar wil helpen dooien. Hij weigert en ze wil hem met een dikke stok slaan, waarop Koppetje in het varkenshok kruipt en daar gaat zitten huilen. De eendemoeder vraagt waarom hij huilt. Omdat Lies hem wil slaan en hij zegt haar een stuk van Lies d'r oor af te snijden en op vaders komfoor te leggen. Van het vet kan je wat maken, molenaars of korendieven. De molenaar protesteert en vertelt dat hij een boer, die beweerde dat zijn zakken zo klein zijn en vraagt of hij eruit heeft gestolen, op de schoen nam en al de trappen afsmeet. En dan krijgt Koppetje met het rietje op zijn broek.

Bron

J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 334-335

Commentaar

1894
Dr. Boekenoogen, in: Volkskunde XV, 77-78

Naam Overig in Tekst

Koppetje    Koppetje   

Lies    Lies   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20