Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBOEK369 - Vertelling

Een sprookje (brief), 1894

Hoofdtekst

Vertelling
Achter de walle-n-in 't lange riet
En ik en ouwen end gezien.
Dien ouwen end ad negen jongen
En ielken jongen ad een naam.

Koppetje, een van de jonge eendjes, zegt:
Daar kruupt en luus op Lies er mouwe.

Lies: Wa geef ik om dien éénen luus;
Ik en nog zooveel tonnetjes tuus:
Tonnetjes vol gemeten
Balleven de neten
Balleven de vlooien.
Koppetje, wilje me-n-elpen dooien?
Nee, zei Koppetje.
Toen nam Lies en dikke stok
En wou Koppetje smiten ,
Maar Koppetje kroop in 't verkenskot,
En ging daar zitten kriten .

Toen kwam et endemoertje angegaan
En die zei: "Koppetje, wat kriit je?"

Koppetje:
Moertje, zou 'k nie kriten?
Lies die wil me smiten.
Sniej 'en stik van Lies er oore,
Legtet dan op vaders komfoor.
Zegt dan: "Vader, et is er goed spek,
Want onze knapen, die snaken ziin vet.
Vet ziin die snaken;
Wa sulle me 'r van maken?
Watje maar believen:
Meuleneers of korendieven?

De molenaar:
Wil jie daar wel es zwigen
Of ik zal je krigen.
Daar kwam lest en boer op de molen
En die zei: "Oe ziin er de zakken zoo smal
Of ei je der uut gestolen?"
Toen nam ik den boer al op men schoen
En ik smeet em van al de trappen
En ik zei: "Joe, ier en daarschen boer
Noe zulje nie meer van me klappen ."
Toen kreeg Koppetje mee 't rietje op z'n broek.

Beschrijving

Eend Koppetje wijst op een luis op de mouw van Lies, maar dat kan Lies niet schelen; ze vraagt of hij haar wil helpen doden. Hij weigert en ze wil hem met een stok slaan, waarop Koppetje in het varkenshok kruipt en daar gaat zitten huilen. De eendemoeder vraagt waarom hij huilt. Omdat Lies hem wil slaan. Men zou een stuk van Lies d'r oor af moeten snijden en op vaders komfoor leggen. Van het vet kan je wat maken, molenaars of korendieven. De molenaar protesteert en vertelt dat hij een boer de trap af heeft geschopt, die beweerde dat zijn zakken zo weinig gevuld zijn en vraagt of hij eruit heeft gestolen. En dan krijgt Koppetje met het rietje op zijn broek.

Bron

Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)

Commentaar

1894
Zie: BOEKV039; ZEEUW390
Meuleneers of korendieven: de grap is dat de begrippen in de volksopvatting synoniem zijn. Zoals in het navolgende al blijkt, leverden boeren volle zakken graan in, en kregen niet geheel volle zakken meel terug (als gevolg van het maalproces). De molenaars werden er echter van verdacht om wat graan of meel te hebben achtergehouden: vandaar korendief.

Naam Overig in Tekst

Koppetje    Koppetje   

Lies    Lies   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22