Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

COHEN007 - De basiliscus van Utrecht

Een sage (boek), 1918

Hoofdtekst

De basiliscus van Utrecht

Ook in ons land, en wel in Utrecht, heeft een basiliscus zijn helsch wezen vertoond, nadat hij lange jaren deze streken had gemeden. Reeds
had dit monster in het jaar 513 bij Dokkum achttien menschen geveld,
die zijn oogen hadden gezien, en acht eeuwen later vond men weder
een zeer grooten basiliscus in den put van Oldeboorne. Toen men
hem ophaalde, waren het weder achttien menschen, die door hem
werden gedood: even flikkerden zijn oogen, en dát vuur sloeg de
sterfelijke lichamen in, welke asch werden. Men gaf allerwege acht,
dat er geen basiliscus werd geboren, en men kon dit met eenige moeite
wel beletten. De duivel, die op de menschelijke ziel loert, weet,
dat hij gehaat wordt als vijand der wereld, en hij moet meer listig
zijn dan sterk, wil hij den schat van ongeloof en twijfel naar de hel
mededragen. Zijn trawanten vindt ge daarom onder onschuldige dieren,
welke hij onder betoovering brengt, waarvoor zij later dikwijls moeten
boeten, of het menschen waren. Evenals heksen mogen zij niet langer
leven, want wat met den Duivel heeft verkeerd, is gevaarlijk voor
het grootste goed ter aarde--slechts te betalen met hemelsch gewin:
de ziel.

Daarom handelden de menschen wijs, als ze acht sloegen op de
hanen. Sommige hanen waren er, die eieren legden zonder dooier, en
deze werden uitgebroed op een mesthoop; men zeide, dat een schildpad
ze stoofde. Als het ei openbarstte, kwam er een basiliscus uit,
een vervaarlijk monster, welks kop zoo vreeselijk was, dat niemand
dien aan kon zien, zonder den dood te sterven. Geen wezen op aarde,
dat hem niet ontvluchtte: ja, hij ontvluchtte, hoe vreemd het
moge, zichzelf, want hij was bang, zijn eigen oogen te aanschouwen,
die ook hem den dood moesten brengen. Hij vlood in donkere putten en
kelders, liefst onder een brouwerij, en daar heeft ook de basiliscus
van Utrecht gewoond. Hij was uit het hanenei gekropen, en het
zonnelicht vreezend, dat op meer en vaart heldere spiegels, zelfs
zonder rimpeling, nederlegt, had hij 's nachts onder een brouwerij
redding gezocht. Twee felle vlammen waren zijn oogen.

Een man ging naar beneden, in opdracht van den bierbrouwer: misschien
had hij 't schuimend vocht te schenken, frisch uit het vat, misschien
ook viel er iets te verplaatsen of te vertimmeren. Men was verwonderd,
dat hij niet wederkeerde, en men schertste een weinig, meenend, dat
hij zich op zijn eentje te goed had gedaan: ongetwijfeld was de zoete
slaap zijn geest en ziel binnengedrongen, en waren zijn gedachten
ver van de zorg dezer wereld. Ten leste werd de patroon ongeduldig;
hij riep en vloekte, dat de kerel boven moest komen, en men kreet met
luide stem in den kelder. Toen er geen antwoord kwam; meende men, dat hij meer Danziger of Maastrichtsch of Leuvensch bier had gedronken, dan voor een zwakken slaap paste, en wat woorden niet konden bereiken, zou wellicht een flinke trap of oorvijg kunnen brengen. Een stevige kornuit ging naar beneden, en hij zag, dat de man dood terneder lag. Hij wilde roepen, maar zijn blik gleed af en hij staarde in de
oogen van den basiliscus.

"Nu moet ook ik sterven," dacht hij, want een vlam sloeg om zijn
hart. Met de handen greep hij naar de plek zijner pijn, en de
basiliscus bleef hem aanzien, den grooten hagedissenkop vooruit, en
de doden, doodkels op zijn lichaam stonden loodrecht opgericht. De
man gevoelde, dat de vlam in zijn lijf verder sloop, op de wijze van
het vuur, met een spits einde eerst lekkende, voor zij zich verbreedde.

Zoo ook dringt de smart der liefde vleiend en verterend in 't willoos
bloed des menschen, want het onvervuld verlangen is een basiliscus,
wiens oogen dooden, en dat zichzelven zou dooden, als het zichzelven
ooit zien kon.

De jonge man, die naar beneden was gezonden, viel ook terneder, en de
twee vuren in den kop van het monster staarden de duisternis tegemoet.

Hoevelen de basiliscus gedood heeft in Utrecht; is niet bekend.

Er is geen kroniek van, gelijk voor Dokkum en Oldeboorne: doch wel
afschuwwekkender moet zijn leven geweest zijn, daar men er nog vele
eeuwen over heeft gesproken.

Hij was niet te dooden, als draken of waterslangen, die immers een
dapper ridder met zijn zwaard kan verslaan, nadat ze veel menschen
ten verderve hebben gevoerd. 't Is een vreeselijker ondier dan alle
andere. Onbeweeglijk ligt hij in duisteren kelder, en hij heeft den
kop slechts te wenden naar zijn vijand, om dezen te doen wankelen en
te verteren. En wanneer er ook eens een mensch gevonden werd--maar
dit is bijkans onmogelijk--die niet sterft door de vlam om zijn hart,
dan is één prik der rechte stekels voldoende, om te dooden.

Hoe de stad Utrecht van den basiliscus te bevrijden?
Iemand, meer knaap dan man, bood zich aan, om met hem te kampen. Men
bezag hem vol deernis, want het is wel wreed, als een jongeling moet
sterven. Maar hij kwam vroolijk, en liet zich een blinddoek voor
't gelaat binden; opdat hij de vreeselijke oogen niet zou zien. Men
vroeg hem naar zijn wapen. Was 'teen speer of boog, of een slinger,
gelijk de knape David had, die Goliath wilde verslaan?

Hij wees op zijn borst, waarop een plank rustte, en niets anders.

"Weet ge dan niet?"--zoo vroeg men hem, "dat de basiliscus stekels
heeft? Hij is een groote hagedis, dien ge niet hooren kunt, zoo
hij nadert, en zien kunt ge hem ook niet, met uw blinddoek voor
het gelaat."

Hij lachte slechts, zooals een onbezorgde knaap, die 's levens strijd
en wreedheid nog niet kent, kan lachen. Hij behoorde tot hen, die
wereldsche smart tegemoet gaat met een blinddoek voor de oogen, doch
met het wapen van reinheid op zijn borst. Men aarzelde. Zou men hem
doen dalen, tot voor het vreeselijk monster? Weder lachte hij, en met
jongen, lichten tred liep hij naar beneden. De basiliscus hoorden zijn
schreden, en hief den kop. Zijn oogen waren vlammen, maar de knaap
stierf niet, neen, hij liep zorgeloos, en tastte slechts even. Nog
feller vlamden de oogen van den draak, en de jongeling lachte maar.

Langzaam kroop de hagedis naderbij. Zoo de vijand niet stierf door
het vuur, zou hij sterven door het vergift. Was er een mensch, die
den basiliscus kon ontgaan?

Toen wendde de knaap de plank, die op zijn borst rustte, en hij
hield de voorkant naar de richting der duisternis, welke vóór zijn
blinddoek was.

De basiliscus snelde op hem toe, en plotseling zag hij zijn eigen
oogen, daar het een spiegel was, dien den jongeling met zich had
meegedragen, glas der zuiverheid en der waarheid, dat hij voor het
monster plaatste.

De vlam, die allen hadden gevoeld, sloeg 't eigen lichaam van den
basiliscus binnen, en hij werd verteerd tot asch en tot niets.

Onderwerp

SINSAG 1341 - Basilisk tötet Menschen durch seinen Blick (stirbt beim Sehen des eigenen Bildes im Spiegel).    SINSAG 1341 - Basilisk tötet Menschen durch seinen Blick (stirbt beim Sehen des eigenen Bildes im Spiegel).   

Beschrijving

Een basiliscus, een monster uit een hanenei doodt vele mensen in Utrecht. Iedereen die de basiliscus in de ogen kijkt sterft. Op een dag bood een knaap zijn diensten aan, om Utrecht van de basiliscus te bevrijden. Hij doet dit door middel van een truc met een spiegel.

Bron

Cohen, Josef. Nederlandsche Sagen en Legenden. Zutphen, 1918. p.53

Commentaar

1918
DE BASILISCUS VAN UTRECHT (blz. 53-57). Opmerkingen over deze sage zijn
weinig te maken, daar zij alreeds in 't verhaal zelf zijn verwerkt. Dat
uit haneneieren vervaarlijke monsters konden worden uitgebroed,
was een allerwege verspreid verhaal in de middeleeuwen en later (men
leze bijvoorbeeld Der Hahn von Quakenbrück van Ricarda Huch). Dat er
in de 15e eeuw nog een haan werd opgehangen in Bazel, beschuldigd,
dat hij een ei had gelegd, behoeft zeker geen verwondering te baren.

Er bestond maar één middel, om dezen basiliscus te bestrijden, en dit
werd door den Utrechtschen jongeling toegepast. Wat men in Dokkum
en Oldeboorne heeft gedaan, waar telkens achttien menschen werden
gedood (de overeenstemming der twee getallen is typisch-toevallig)
is niet bekend.
Opmerkingen overgenomen uit:Cohen, Josef. Nederlandsche Sagen en Legenden. Zutphen, 1918.
Basilisk tötet Menschen durch seinen Blick (stirbt beim Sehen des eigenen Bildes im Spiegel).

Naam Overig in Tekst

Oldeboorne    Oldeboorne   

Naam Locatie in Tekst

Utrecht    Utrecht   

Dokkum    Dokkum   

Danzig    Danzig   

Maastricht    Maastricht   

Leuven    Leuven   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20