Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

COHEN031 - De verborgen schat

Een sage (boek), 1918

Hoofdtekst

De Verborgen Schat

Dichtbij Echt, in het Limburgsch land, is een groote schat verborgen,
en wie hem vinden kan, verlost de juffrouw zonder kop van den nood,
om te moeten zwerven, waar aardsche menschen wonen.

In het schuchtere voorjaar, als nauwelijks nog de blaadjes durven te
gluren, en de lucht van bedeesde blauwheid is, en het zonnelicht zich
heel verlegen verschuilt, gelijk een jonge knaap, die zijn liefde niet
vermag te uiten, lag bij de ruïne van het Sleutje een boerenjongen te
slapen. Wellicht--wie zal het zeggen?--had hem het bier uit Susteren
tegoed gesmaakt, en hij verdroomde den eersten lentedag. De verliefde
zon vluchtte, zoodra de avond kwam, héél snel, en een gure wind
verdrong meedoogenloos alles, wat er nog restte van de onvolkomen,
teedere poëzie. Drikus, de boerenjongen, bleef snorken, eerst de milde
warmte, daarna de barre kou ten spijt, ja, hij ontwaakte zelfs niet,
toen er drie eikels op zijn neus vielen. Toch had hij wakend bewustzijn
genoeg--een ondeelbaar deel eener seconde--om zich te verbazen, dat
er eikels daalden in de vroege lente, een tijd, die meer is aangewezen
op het moeizaam _zetten_, dan wel op het _rijpen_ der vrucht. 't Bleef
echter slechts bij deze haast-wezenlooze verwondering, en het snorken
ging bijna geheel onverbroken verder, zonder dat hij lette op den
tijd, die verging, en op de plaats, waar hij nederlag .... Het ware
beter geweest, dat hij erover had nagedacht: want middernacht naderde,
en op deze plek spookt de juffrouw zonder kop, die den bewoners van
Echt wraak heeft gezworen. Eeuwen geleden is ze door de burgers dier
stad aangevallen, en zonder absolutie gestorven. Wee hem, die haar
op Woensdag of Vrijdag ontmoet!

Gelukkig was het een andere dag, dat Drikus bij de ruïne lag te slapen!

Nauwelijks was de klok van middernacht uitgeslagen, of hij ontwaakte
door een allervreemdste hitte, dichtbij hem. Hij richtte zich op,
en wreef zich over zijn oogen.

"Wat is dat?" vroeg hij bevend.

Wat beteekende dat? Een blauwe vlam spartelde en sprankelde, en
ineens rammelde een ketel door de lucht, welke haast je rep je op
het vuur aanvloog, en daar juist boven bleef hangen. Daar begon het
in den ketel te broddelen en te pruttelen en te sissen en te zieden,
en de damp kwam eraf, niet aangenaam-riekend als wanneer tante Trees
pannekoeken bakte, doch het stonk zonder genade.

"Hatsji!" zei Drikus. "Hatsji! Hatsji!"

Boven tegen den hemel begon het te rommel-donderen. De wilde wind
woei en teisterde de takken der boomen. Drikus durfde niet omhoog
te zien, en toch kon hij er niets aan doen, dat zijn nekspieren zich
kromden en hij zijn hoofd ophief. O ijselijkheid! Aan den hemel reed
een gloeiende koets, getrokken door twee zwarte bokken met knoestige
hoornen en in hun razende vlucht klapwiekten de vleermuis-vleugelen,
die uit de zijden der spookdieren schoten. In den wagen zat een dame
in witten mantel. Drikus had nog net den tij d, om zich achter een
struik te verstoppen.

Reeds was de juffrouw zonder kop uitgestapt, en vlug liep ze op den
ketel toe. Zij nam er het deksel af, maar eensklaps wendde zij zich
om, en liep tot Drikus' schrik recht naar den struik. Ze wierp het
witte gewaad van zich, en zoo zag de jongen haar bloedrood lichaam,
dat eindigde inden afgesneden strot. Bloed droop in groote druppelen
van haar keel naar beneden, en bloed droop van haar nederhangende
linkerhand, en bloed droop van 't hoofd, dat zij in de rechter
hield. Bloed mengde zich met bloed, het daalde naar de aarde, en
scheen weder 't roode lichaam op te kruipen, als het gevallen was. Ze
was een fontein des bloeds, en niets ging er verloren, het keerde
tot de bron weder, waaruit het ten tweeden male, ten derden male,
ten duizendsten male ontvlood.

Van haar wendde de ongelukkige man zijn blik naar den ketel, die op
't blauwe vuur stond, en welks stank een angstwekkend geheim verborg.

"Menschenhoofden," zeide zij. "Ik braad menschenhoofden uit Echt."

In den ketel lag het vleesch ros te roosteren, de oogen der dooden
(melk-wit opgezet met in het midden den appel van zielloos zwart)
staarden onafgewend naar den jongen man, die met afschuw zag, hoe
reeds het vuur de oogen naderde ....

"Stil!" beval de juffrouw zonder hoofd, "en luister naar mij."

Drikus stond bevende voor haar.

"Het was in tijden van oorlog, dat ik gedood werd, maar vóór dien heb
ik mijn goud en mijn juweelen in drie kisten geborgen, en ze onder
de aarde begraven, hier op deze plek. Neem dit berkenrijsje en plant
het, opdat gij niet vergeten kunt, waar het is! Het is voor mij ook
van belang ... want ik moet blijven zwerven, zoolang de schat nog
niet door menschenhanden op een Dinsdag is opgedolven. Hoe moet gij
graven? Met een nieuwe spade. Hoe diep moet gij graven? Zeven, zeven,
zeven voeten. Wat moet gij spreken? Geen woord, geen woord .... Neem
een helper mede."


Één kist--één kist
Is voor de armen,
De tweede, geef de kerk
Uit uw erbarmen
Met de derde, moogt gij
Uzelf verwarmen


Rrrrt! daarmede verdween ze, en Drikus bleef alleen achter, zich
de ooren krabbende. Hij liep zoo haastig hij kon naar Echt, om een
gezel te zoeken, die hem den volgenden Dinsdag zou willen helpen, en
wie was daar beter geschikt voor dan Hannes, zijn vrouw's broer? Hij
zeide tegen hem:

"Je mag geen woord spreken," en Hannes antwoordde:

"Natuurlijk niet."

Wonderlijk-langzaam gaan de uren voorbij, wanneer ge wacht. Het
zonlicht weigert te verschijnen na den langen, lijzigen nacht en
als het eindelijk komen _moet_, op het allerlaatste oogenblik, dan
klimt het zijn vaste baan aan den hemel treuzelig en traag, net of
het zeggen wil:

"Kom ik er vandaag niet, dan kom ik er morgen," en vóór het twaalf uur
is, heeft het wel een etmaal geduurd. Zijn gang van het Zuiden naar het
Westen geschiedt al even kreupel, doch als het ten leste besluit, de
aarde maar weder te verlaten, dan bezint het zich plotseling, en doet,
of het ik weet niet hoe aangenaam bij ons is. Weggaan?! Geen sprake
van. Het denkt er niet aan. Het blijft op de banken van den horizon
rusten, strekt zich daar welbehagelijk uit in zijn volle lengte, en
werpt een laatsten, zéér langen, weemoedigen blik naar de tintelende
vlakte. Het heeft ruim spel, want de avond weigert ondertusschen op
zijn beurt te komen. Vóór er een ster aan de lucht is, schijnt er
geen tijd meer te bestaan. Zon en maan willen niet komen, en niet
verdwijnen, en ze gelijken in dit opzicht op het slag menschen, dat
veel bezwaren maakt, om u te bezoeken, doch dat, als het eenmaal een
visite maakt, niet weg is te krijgen.

Drikus en Hannes, zij beidden ongeduldig, en ook voor hen werd het
ongeduld beloond: immers, de eeuwigheid lokt het heden in haar afgrond,
en alle tijd valt hierin geruischloos terneder. De Dinsdag kwam, en
de twee kornuiten begaven zich tezaam op weg, de lippen vast op-één
geklemd, om zich in het zwijgen te oefenen. Ze droegen fonkelende
spaden op den rug, en ze voelden zich gelukkig als menschen, die in
de toekomst hun vertrouwen stellen.

Ze vonden alras het berkenrijsje, en Drikus trok het uit den grond.

Vroom begonnen ze te delven in de gewillige aarde. "Zeven, zeven,
zeven voeten," zong het in Drikus' ziel. Hij was er zeker van, dat
hij de schat zou bereiken, en eensklaps hoorden zij, dat de schoppen
stieten tegen een kist. Hannes sprong van vreugde in de hoogte.

"Drikus! daar zit de heks," schreeuwde hij.

Klingeleklingekling! de geldstukken hadden haast, om weg te komen,
diep, diep, dieper in den grond, al maar zinkende, zóó ver weg ten
laatste, dat 't gerinkel niet meer te hooren was.

En daarom spookt de juffrouw zonder kop nog altijd bij Echt; er is
geen mogelijkheid, dat ze ooit verlost zal worden.

Onderwerp

SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.    SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   

Beschrijving

Dicht bij Echt, in het Limburgse land is een grote schat verborgen. Wie hem vindt verlost eveneens de 'juffrouw zonder kop' van het moeten zwerven. Op een dag ligt de boerenjongen Drikus bij de ruïne van Sleutje te slapen. Nauwelijks was de klok van middernacht uitgeslagen of er gebeurde iets vreemds. Drikus werd wakker van de hitte van een ketel die in de lucht vloog. Plotseling kwam door de lucht een zwarte koets aangevlogen, getrokken door twee afzichtelijke wezens. Uit de koets stapte de 'juffrouw zonder kop'. Nadat ze Drikus heeft opgemerkt, vertelt ze hem dat ze is vermoord in tijden van oorlog. Ze heeft echter haar kostbaarheden weten te redden. Ze draagt Drikus op om een berkenrijsje te planten op de plek waar ze haar kostbaarheden heeft begraven. Op die plaats moet Drikus op dinsdag de schat opgraven met een nieuwe spade, op zeven voet diep, met een helper en zonder te spreken. Hij zal drie kisten kostbaarheden vinden. Hij moet één kist aan de armen geven, één aan de kerk en één mag hij er houden. Samen met Hannes voert hij de aanwijzingen op. Ze stuiten inderdaad op de kisten. Echter op dat moment roet Hannes dat hij de heks ziet. Daarop verdwijnen de kisten weer in de aarde, zo diep, dat de 'juffrouw zonder kop' nooit verlost zal worden.

Bron

Cohen, Josef. Nederlandsche Sagen en Legenden. Zutphen, 1918. p.178

Motief

C401.3 - Tabu: speaking while searching for treasure.    C401.3 - Tabu: speaking while searching for treasure.   

Commentaar

1918
DE VERBORGEN SCHAT (blz. 178-182). Niet alleen bij Welters, maar op
tal van plaatsen (Mookerheide, Veluwe) komen verhalen van verborgen
schatten voor, bij welker opgraving niet mag worden gesproken. Vele
spookverhalen hebben uit den aard der zaak een verborgen schat
ten grondslag. Hier wordt een interessant geval van naloop met een
verborgen schat in verbinding gebracht.

Men merkt het, dat de geest op Woensdag en Vrijdag het gevaarlijkst
wordt geacht; waarom de beide boerejongens op Dinsdag moeten graven,
is mij niet duidelijk.
Opmerkingen overgenomen uit:Cohen, Josef. Nederlandsche Sagen en Legenden. Zutphen, 1918.
Der verborgene Schatz.

Naam Overig in Tekst

juffrouw zonder kop    juffrouw zonder kop   

Sleutje    Sleutje   

Drikus    Drikus   

tante Trees    tante Trees   

Hannes    Hannes   

Naam Locatie in Tekst

Echt    Echt   

Limburg    Limburg   

Susteren    Susteren   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20