Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DEVOOYS062

Een exempel (boek), 1463

Hoofdtekst

Exempel. Het was een man, ende hij sat up eenen tijt ende dobbelde, ende hij blasphemeerde gode met groeten zwaren heeden. Hij zwoer bi dat heleghe bloet, de heleghe leden, die werdeghe passie die ons lieve heere lect om onsen wille. Daer hij dus sat ende dobbelde ende blasphemeerde gode, so quam daer een scoene vrauwe in ghegaen met eenen kindekin up haren haerm. Dat kint was al vul wonden, vanden hoefde totten voeten. De dobbelare vraechde der vrauwen wie dat tkindekin so deerlic duerwont hadde. Sou sprac: „Ic ben de moeder vanden gods sone ende vraghe hu wat puniciën dat hij verdient heeft die dit kindekin aldus heeft ghewont". Hij seide, hij ware weert dat de eerde ontdede ende dat hijre in soncke. Sou seide: „Ghij hebbet selve ghedaen!" De eerde ontdede haer, ende hij sancket in. Aldus gaf hij selve sijn sentencie.

Beschrijving

Een godslasteraar was aan het dobbelen. Toen kwam er een mooie vrouw met een kind op haar arm. Het kind had overal wonden van het hoofd tot de voeten. De man vroeg wie haar kind zo verwond had. De vrouw zei dat het kind de zoon van God was en ze vroeg hem wat voor straf de man moest krijgen die haar kind zo had verwond. Hij zei, die persoon moet wegzinken in de grond. Waarop de man zelf wegzonk.

Bron

De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle 1953, pagina 42-43

Commentaar

1463

Naam Overig in Tekst

God    God   

Lieve Heere    Lieve Heere   

Gods sone    Gods sone   

Jezus    Jezus   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20