Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JCOHEN69 - Hoe de Appingedammer in den Hemel kwam

Een sprookje (boek), 1919

cohen24.jpg

Hoofdtekst

Hoe de Appingedammer in den Hemel kwam

Petrus zat rustig voor zijn poort, want hij had een
oogenblikje niets te doen. 't was anders de heele
week een onprettige tijd voor hem geweest: op
alle plaatsen van den hemel zat reeds iemand, en op de
voorste rij lag lui en languit een delfzijler. Den gouden
ketting op zijn dikke buik, en zijn gezicht stond zóó braaf,
als had hij nooit iets uit een gestrand schip gejut. toch
was hij de Delfzijlste der Delfzijlers. Om 't plat te
zeggen, als er iets te gappen viel, had hij 't hardst geloopen.
Wat hij Petrus had voorgelogen, om binnengelaten te
worden, heeft nooit iemand geweten, maar zeker is 't, dat
hij vlak voor de poort een plaatsje kreeg. Het kon hem
eigenlijk niets schelen, of hij daardoor een edele ziel uit
den hemel hield. Hij luisterde naar den engelenzang en
oelde zich welbehaaglijk te moede.
petrus begon te knikkebollen op zijn eenzamen post.
Eindelijk kon hij ertoe komen, om eens zijn slaapje te
doen. Over den geheelen langen weg, die van de aarde
naar den hemel leidt, was geen mens te bekennen. Hij
sliep en sliep, hoevele uren wist hij nauwelijks, toen
hij met een schrik ontwaakte. Vóór hem stond iemand,
die begeerde binnengelaten te worden.
"Hm!" zei Petrus droomdronken, "waar kom jij zoo
gauw vandaan?"
"Ik ben heel moe van de wandeling. Wilt u me spoedig
doorlaten, Petrus!"
"Dat kan maar zóó niet. Waar ben je geboren?"
"In Appingedam!"
"En heb je altijd braaf opgepast?"
"Anders zou ik niet voor u durven verschijnen."
"Zoo! je maakt zeker aanspraak op een goede plaats?"
"Ik heb op de aarde altijd mijn plicht vervuld!"
"Daar is een groote moeielijkhieed aan verbonden. De
hemel is vol. Misschien is er achteraan nog wel een klein
staanplaatsje, maar dan moet je wel heel braaf zijn geweest!
Weet je, ik raad je aan, om maar terug te keeren."
"Ja, hoort u eens, ik heb er mijn heele leven voor
gewerkt, om in den Hemel te komen. Ik heb een moeielijk
aardsch bestaan achter den rug, zwoegen den ganschen
dag en dikwijls diep in den nacht, ontbering zonder begin
en zonder einde, met de hoop slechts op het Hiernamaals.
Wilt gij me thans bij uw poort tegenhouden?"
"Dat is een kwaad ding, man uit Appingedam, maar
ik kan er ook niets aan veranderen. Wil je zelf eens in
den Hemel zien, dan kun je erover oordeelen. 't Is alles
tjok, tjok, tjok, en we kunnen niemand van zijn stoel
afgooien. dat zul je zelf niet verlangen!"

Petrus opende de poort op een kier en de Appinge-
dammer kon naar binnen zien. Hij hoorde, zij het zacht
en ver-verwijderd de engelen zingen, en hij bemerkte,
hoe veler noogen schitterden, en hoe op geen enkel gezicht
een rimpel van zorg of van pijn was gegrift. Soms klapten
een paar der zaligen zachtkens in de handen, bewogen
door het rhytme der vreugde. De Appingedammer ge-
voelde vaag —doch minder-onduidelijk dan op de aarde —
hoe 't hemelsch geluk verhevener is dan 't aardsch.
Toen wilde petrus de deur weder sluiten.
"Nog een oogenblikje!" smeekte de Appingedammer.
"Het is zoo mooi!" Petrus gromde. "Goed dan — maar
niet al te lang!"
De arme drommel, wien de toegang was geweigerd,
wilde in elk geval nog eens zien, welke menschen
wel in de hemel waren toegelaten. Hij zag tot zij ver-
bazing en verontwaardiging, dat er verschillende van die
echte Delfzijler strandjutters een plaats hadden gekregen.
Hij wendde zich tot Petrus.
"Dat is ook een mooie grap — zoveel Delfzijler jutters
samen in de opperste zaligheid!"
"Strandjutters?" vroeg Petrus ongerust. "Hoe kom je
daarbij, man? 't Zijn allemaal brave menschen, hoor, die
in den Hemel zijn!" De Appingedammer schudde 't hoofd.
"Zie je dien kerel daar, heelemaal vooraan, met zijn
gouden ketting op den buik".
"Ja", fluisterde Sinte Pieter.
"Dat is de ergste van allemaal geweest!"
"Wat zeg je me daar? Daar hoor ik van op! Dat zul
je me waar maken".
"Zal ik 't u bewijzen?"
"Ik ben er werkelijk nieuwsgierig naar!"
"En als ik 't bewezen heb, krijg ik dan een plaatsje in
den Hemel?"
"Natuurlijk — je kunt dan gaan zitten, waar de Delfzijler zit".
Toen boog de man uit appingedam de handen zóó
aaneen, dat de vingers tegen elkaar rustten en zijn stem
binnen de holte tusschen de palmen uitzettend, riep hij:
"Een schip op strand! Een schip op strand. Een schip
op strand!"
Nauwelijks hoorde men dit in den Hemel, of al, wat in
delfzijl geboren was, stormde buiten de poort, om te
zien, of er geen rijke lading te gappen viel. Petrus stond
er onthutst naar te kijken, doch de Appingedammer was
reeds naar binnen geslopen, en nam den stoel, dien de
ergste strandjutter pas had verlaten.
En aldus komt het, dat de Delfzijlers niet meer in den Hemel
worden toegelaten, en de Appingedammers bij Sinte Pieter
een wit voetje hebben gekregen.

Onderwerp

AT 1656 - How the Jews Were Drawn from Heaven    AT 1656 - How the Jews Were Drawn from Heaven   

ATU 1656    ATU 1656   

Beschrijving

Hoe een Appingedammer ten koste van een Delfzijler strandjutter een plaats in de hemel krijgt, en weet te bewerkstelligen dat Delfzijlers niet meer welkom zijn en de Appingedammers wel.

Bron

J. Cohen. Nederlandsche Sagen en Legenden II. Zutphen, 1919. p. 329-331

Commentaar

1919
How the Jews Were Drawn from Heaven

Naam Overig in Tekst

Petrus    Petrus   

Appingedammer    Appingedammer   

Delfzijler    Delfzijler   

Hiernamaals    Hiernamaals   

Naam Locatie in Tekst

Appingedam    Appingedam   

Hemel    Hemel   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20