Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JCOHEN84 - De melk

Een mop (boek), 1919

Hoofdtekst

De Melk
0p een goeden dag had Hans Hannekemaaier zulk een honger, dat hij aan den kant van den weg ging zitten en zijn buik, voorzoover men daarvan preken kan, vasthield. Hij kon nu wel alles eten, tot mosselen en spekbokkingen toe, want de soort van spijs kwam er in zijn ellende niet meer op aan. Oeie, oeie,wat gevoelde hij zich ongelukkig.
Hij weende ten laatste de tranen der armoede, die alle zwervers kennen, vroeg of laat. Ze vielen langs zijn handen neder, en ze drenkten den grond. Zijn schreien duurde lang.
Er kwam een klein besje van een melkvrouwtje voorbij, dat met moeite haar karretje voortduwde. Toen ze het leed van den Hannekemaaier zag, bleef ze stilstaan, medelijdend, gelijk Hans het niet dikwijls in zijn leven had ondervonden. Want de meesten deden, of hij een misdadiger was, wien geen vriendelijk woord toekwam. Hij keek heel verrast op, daar ze hem vroeg: "Waarom huil je, mijn beste man?"
"Iek heb zoo'n honger", zei Hans naar waarheid. "Iek heb ien drie dagen niet keketen!"
"Och arme man. Wacht eens, heb je een flesch bij je?"
"Jawel."
"Op de bus heb ik wat gort. Als je die met melk kookt, krijg je een heerlijke brei."
"Dank oe wel!" zei Hans, en hij ging naar de herberg, die een eindje verder aan den weg lag. Hij groette den waard heel minzaam, zooals menschen doen, die van een ander een dienst vragen, en hij zeide:
"Mak iek een klein keteltje, om in de keuken een pannetje met kort te koken?"
De herbergier had een goede luim, klopte hem op den schouder en zei:
"Dat is best. Maar laat mijn keukenmeid met rust!" Hierover werd bij zóó vroolijk, dat hij het van het lachen uitbulderde. Hij liet den armen drommel gaan, en knipoogde tegen de gasten.
Er stond niemand bij het fornuis, dat vroolijk brandde. Hans zette zijn potje op bet ijzer, en wachtte. Hij bemerkte echter, dat hij niet te veel te koken had, en daarom vouwde hij de handen.
"Och, lieve Heer, iek heb niet veel melk met kort, en daarom smeek ik oe, laat ze kedaien, laat ze raizen, laat ze veel hooger worden!"
Aan de randen der kom kwamen onderwijl kleine blaasjes, die telkens opbobbelden en dan weer verspatten, en een dik, taai vel sloot de vloeistof alreeds van de lucht af. Plots begon de melk heel langzaam te rijzen, bolklimmend, en Hans sprong in de hoogte, sneller dan de melk.
"Onze lieve Heer heeft main kebed verhoord", zoo riep hij blijde, "de kort raist en kedait"
Hij meende, dat hij straks wel een emmer gort zou krijgen, de arme drommel.
Al vlugger en vlugger drong de pap naar boven.
"Noe heb iek al baina een heele kan vol", piepte Hans gelukkig. "Onze lieve Heer, laat 't nog meer kedaien."
Ja, het voedsel gedijde, doch te veel helaas. Het boog zich tot aan den rand, over den rand heen, het kookte over, spatte op het heete fornuis, verspatte, en Hans bad.
"Ok lieve Heer, Iaat 't noe met 't kedaien ophouden, 't is al teveel kedaid!"
Het hielp hem niet. Hij moest het aanzien, dat al de kostbare lekkernij werd verspild. En daarna kreeg hij nog van de keukenmeid een schrobbeering, zooals slechts een Nederlandsche vrouw, wier huishouden ontredderd is, die vermag te geven. Hij nam zijn leege flesch onder den arm. Heel droevig sloop hij de gelagkamer door, terwijl de waard en de gasten hem met al zijn scheldnamen beleedigden. Want die arm is, wordt in zijn armoe meer bespot dan beklaagd. Daarom ging Hans aan den weg zitten en beweende zijn eigen leed. Nog dikker tranen dan zooeven dropen hem langs de magere wangen. Nu echter kwam er geen meêlijdend melkvrouwtje voorbij, en dien nacht moest hij in een greppel slapen, met de koele lucht als stroo en den berm als hoofdkussen. Sedert dien heeft hij ontdekt, dat men de meik, zoodra ze kookt, van het fornuis moet nemen.

Beschrijving

Hans Hannekemaaier roept Onze Lieve Heer aan om van het beetje melk een emmer gort te krijgen, en om het rijzen van de melk tegen te gaan. Uiteindelijk heeft hij niets meer.

Bron

J. Cohen. Nederlandsche Sagen en Legenden II. Zutphen, 1919. p. 393-395

Commentaar

1919

Naam Overig in Tekst

Hans Hannekemaaier    Hans Hannekemaaier   

Poep    Poep   

Nederlandsche    Nederlandsche   

Nederlandse    Nederlandse   

Onze Lieve Heer    Onze Lieve Heer   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20