Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KEMP172 - Van schatten: De schat bij Geulbrug

Een sage (boek), 1925

Hoofdtekst

DE SCHAT BIJ DE GEULBRUG.

Aan Genhout, een bosch tusschen Meerssenhoven en Haarteistein op de grens der gemeenten Itteren en Bunde, lag vroeger een voetbruggetje over de Geul, dat ieder jaar door de overstrooming van de Maas werd weggespoeld.
Op zekeren nacht was er een strooper uit Bunde daar in den omtrek aan het jagen. Het was winter, de sneeuw lag nog al hoog en het had flink daarop gevroren. Hij had daar pas een haag geschoten, zag het dier tuimelen en wilde het juist oprapen, toen hij op eenigen afstand een gedaante, geheel in het wit, zag naderen. Tegelijkertijd hoorde hij een krekkrekkrek van stappen in den bevroren sneeuw of takjes braken. Zijn eerste gedachte was, met een garde-chasse te doen te hebben. Die kleeden zich in den tijd dat de sneeuw ligt, wel eens in een witten jas over hun andere kleeren heen, om niet te worden opgemerkt tijdens hun ronde.
De strooper keek de gedaante nog eens beter aan en hoorde nu, dat zij iets zeide. Hij kon haar niet verstaan, maar het klonk als een roep. Daarna verdween zij. Nu begreep hij er heellemaal niets van. Wanneer het een garde-chasse was geweest, zou die niet zoo ineens verdwenen zijn. En al was hij heelemaal niet bang van aard, zoo vermoedde hij aan die gedaante toch iets, wat hem niet zuiver leek. Hij nam zijn haas en daar het hem te koud werd, ging hij naar huis.
Thuisgekomen, vertelde hjj het gebeurde aan zijn vrouw en deze verzocht hem daar niet meer te stroopen. Hij verhaalde het ook aan een anderen loerjager, die er ook niets van begreep. ,,Ik ben al dikwijls dien kant uit geweest, al was het dan niet na middernacht. Hoewel ik niet geloof aan dergelijke dingen, wil ik toch wel eens met je mee gaan." Zij gingen den volgenden nacht. Toen het middernacht werd zagen zij de gedaante al tusschen de boomen naderen. Weer klonk het krekkrekkrek, maar op een afstand van twintig á dertig meter stond de gedaante stil, zeide weer iets wat de beide mannen niet verstonden en verdween toen. ,,Zie je wel, dat ik je niet belieg", verzekerde de eerste loerjager. Het geval werd spoedig bekend en al gauw wist heel de buurtschap er van. De meesten zouden voor geen geld van de wereld meegaan, maar er waren er toch ook twee, die het spook wel eens graag wilden zien, ,Ja,' zeide de een, ,wij moeten weten., wat dat is. Het verjaagt ons het wild. Het moet zich maar verklaren, anders schiet ik het kapot."Dat zou ik maar laten," meende de strooper, die de gedaante het eerst had gezien. "Je weet nooit, wat het is," Den derden nacht gingen zij met hun vieren, allen gewapend met geweren. Vertoonde de gedaante zich nu, dan konden de buren niet zeggen, dat hij dronken was, toen hij meende iets te zien, om later er aan toe te voegen, zij hebben dat met hun tweeën afgesproken. Het viertal ging dan, nmaar nauwelijks vertoonde de gedaante zich weer, of de man, die zoo dapper wilde schieten en zijn kameraad gingen met geweer en al loopen en lieten de twee eersten alleen staan. De gedaante naderde weer als in de vorige nachten en stond dan stil. Zij riep ook weer iets. Nu vermande zich de strooper, die haar het eerst had gezien en zeide: ,Als je garde-chasse of veldwachter bent, verklaar je dan en als je het niet bent, zeg dan wat je begeerte is."
Toen antwoordde de gedaante in 't wit: ,Ik moet hier zoo lang terugkeeren, tot de derde boom van af de brug is omgehouwen. Twee boomen zijn al omgehakt, maar niemand denkt er aan den derden te vellen. Wie hem omkapt, zal er een schat vinden en eerst dan zal ik rust hebben." Daarna verdween de gedaante weer.
De mannen haastten zich om uit het bosch te komen, maar spraken onderweg toch af, wat zij doen zouden. Het beste ware den boom van den eigenaar te koopen, zonder natuurlijk te zeggen waarom. Dat deden zij.
Zij begonnen dien dag nog te kappen, maar kregen hem niet om, al was hij ver ingehakt. 's Nachts gingen zij weer naar den, boom, om te zien wat er zou gebeuren. Om twaalf uur verscheen de geest en zagen zij hem boven de Geul drijven. Hij verdween dien nacht zonder iets te zeggen. Den tweeden dag kregen zij den boom om en begonnen zij de wortels uit te graven. Zij hadden daarvoor nieuwe spaden meegebracht en spraken geen woord, gelijk dat bij het graven naar schatten behoort. Het scheen hen een buitengewoon werk den wortelstronk uit te graven. 's Nachts begonnen zij nog eens opnieuw en tegen middernacht stiet een van de gravers tegen een grooten aarden pot. Zij bedwongen hun verrassing en gaven elkander enkel teekens.
De pot bleek geheel te zijn gevuld met geldstukken, gouden en zilveren door elkaar.
Om twaalf uur verscheen de gedaante weer en kwam nu tot bij hen. De eerste strooper vroeg haar, wat zij met het geld moesten beginnen, want dat had de geest nog niet gezegd. Hij antwoordde toen: ,,Den schat, dien gij gevonden hebt, moet gij in drie gelijke deelen verdeelen. Het eerste deel geeft gij aan de kerk, want het is geld, dat ik niet goed heb besteed. Het tweede deel dient, om het bouwen van een brug hier over de Geul te bekostigen, want als de Maas uitgaat, slaat zij de oude voetbrug telkens weg. Die nieuwe brug moet gemaakt worden uit het bout van dezen boom, waaronder de schat lag, anders wordt zij evenals de oude brug, weggeslagen door het overstroomende water. Het derde deel is voor u, uit dank, dat gij mij verlost hebt." Toen verdween de geest en is niet meer gezien. Op de plaats, waar de oude voetbrug lag, werd een nieuwe gebouwd, vervaardigd uit het hout van den boom, waaronder de schat lag. De Maas had geen macht over haar, gelijk de geest het voorspeld had. Later werd zij door de ijzeren brug vervangen, die er nog ligt.

Onderwerp

SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.    SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   

Beschrijving

Een stroper ziet op een nacht een geestverschijning. Samen met andere stropers gaat hij een andere nacht nog een keer naar de plek. Hij ziet de geest weer en vraagt wie deze is en wat die wil. De geest zegt dat een boom bij de brug over Geul moet worden weggekapt, daaronder ligt een schat. Als de schat gevonden wordt, zal de geest verlost zijn. De stropers hakken de boom om, vinden de schat en verdelen het, zoals de geest voorschreef, onder de kerk, onder zichzelf en aan een nieuwe brug die de overstromingen moest tegenhouden.

Bron

Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.

Commentaar

1925
Dit verhaal is terug te vinden in het hoofdstuk 'Van schatten'.
Der verborgene Schatz

Naam Overig in Tekst

Genhout    Genhout   

Meerssenhoven    Meerssenhoven   

Haartestein    Haartestein   

Naam Locatie in Tekst

Geulbrug    Geulbrug   

Bunde    Bunde   

Itteren    Itteren   

Geul    Geul   

Maas    Maas   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20