Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WEV0110a1

Een sprookje (manuscript), dinsdag 10 augustus 1965

Hoofdtekst

Heel lang geleden was er een meisje dat zo graag een jongen met goudblond haar wilde hebben. Op een mooie zomerdag – ze moest even de stad in – trof ze zo'n jongen met goudblond haar. Hij hield haar even staande en vroeg of hij met haar mee mocht. Ze liep een eind met hem mee en werd meteen verliefd op hem. Ze vond hem wel een aardige vent en ze kreeg verkering met hem. Ze hadden al een hele tijd verkering en toen dacht ze bij zichzelf: Wat raar, hij vraagt nooit of ik eens kennis wil maken met zijn ouders. Hij had haar verteld waar hij woonde, meer niet. Ze dacht: Ik wil er toch wel eens een kijkje nemen.
Op een middag ging ze er heen. Hij woonde in een mooie villa, even buiten de stad. Ze kwam bij het grote hek en daar lag aan elke kant van dat hek een grote hond. Ze dacht: Zou ik wel durven? Ze liep er heen, maar de honden deden haar niets. Ze liep verder en daar kwam ze bij een prachtige villa. Ze belde aan, maar er kwam niemand. Toen dacht ze: Zou mijn zoetelief er niet zijn?
Ze liep achterom en jawel, de deur was open, maar ze hoorde niets. Ze liep verder en daar kwam ze in een kamer met hele mooie meubels. Ze was nog maar pas binnen of daar hoorde ze een papegaai roepen: "Ja juffertje, wel driest, maar niet al te driest." Ze zag de papegaai en zei: "Zou ik dan niet in mijn zoeteliefs huis durven komen?" Ze stond nog even te kijken en zag toen een paar mannen naderen met een meisje tussen zich in. Ze kroop onder een bank, want ze wilde wel eens weten wat daar gebeurde. Wat er gebeurde had ze niet kunnen denken.
De mannen sleurden het meisje mee naar binnen en kwamen bij haar op de bank terecht. Het meisje begon te gillen, maar de mannen grepen een mes en maakten het kind dood. Daarna sleepten ze het dode meisje weg, de deur uit.
Ze dacht: Ik moet vlug maken dat ik hier weg kom.
Ze kroop onder de bank vandaan, greep de ring en haar tas en vluchtte de deur uit. Toen ze bij het hek kwam begonnen de honden te blaffen; ze tastte in haar tas en gaf beide honden een stuk worst. Daarna verdween ze zo vlug mogelijk.
Toen ze thuis kwam vroegen haar ouders waar ze zo lang geweest was. Ze vertelde alles. Samen besloten ze om dit aan de politie te vertellen. De politie sprak met haar af om niets te laten merken. Hij moest, net als altijd, zondagavond komen. Ze moest hem vertellen wat er gebeurd was en zij – de agenten – zouden op een afstand achter de deur staan. Als er iets gebeurde zouden ze wel toepakken.
Het was zondagavond en haar zoetelief kwam. Ze liet niets merken en deed als gewoon. Ze waren een poosje alleen en toen begon ze te zeggen dat ze een lelijke droom had gehad. Ze had gedroomd dat ze bij hem thuis was geweest. Bij het hek hadden twee grote honden gelegen, maar die wilden haar er wel door laten. Doch er niet weer uit. Ze was bij de deur gekomen en naar binnen gegaan. Daar had een papegaai geroepen: "Ja juffertje, wel driest, maar niet al te driest." Ze had gezegd: "Zou ik dan niet in mijn zoeteliefs huis mogen komen?"
De jongen keek haar aan en dacht: Ze zegt dat het een droom was.
Het meisje ging verder en zei: "Ik was er nog maar even of er kwamen een paar mannen aan met een meisje tussen zich in. Ze sleepten het kind mee naar binnen terwijl ik al gauw onder de bank gekropen was. Ze kwamen met zijn drieën bij mijn bank. Het meisje begon te gillen en toen grepen de kerels een mes en maakten haar dood."
Hij keek haar weer aan en zei bij zichzelf: "Ze zegt opnieuw dat het een droom was."
Zij vervolgde: De ring viel van haar vinger precies in mijn schoot. Toen alles gebeurd was, waren de mannen vertrokken. Ik maakte ook dat ik weg kwam, pakte mijn tas en liep naar buiten. Bij het hek begonnen de honden te blaffen maar ik gooide ze een stuk worst voor. Toen vluchtte ik, want ik durfde er niet langer te zijn."
Meteen hoorde ze gestommel achter de deur. Ze riep nu luid, dat ze het goed konden horen: "Het was geen droom, want het meisje dat ze hebben gedood was mijn nichtje; hier is de ring."
Ze hield de ring omhoog.
De jongen wilde haar grijpen, maar opeens ging de deur open en pakten de agenten hem in de kraag. Deze brachten hem naar een betere plaats, achter slot en grendel.

Onderwerp

AT 0312 - The Giant-killer and his Dog (Bluebeard)    AT 0312 - The Giant-killer and his Dog (Bluebeard)   

ATU 0312    ATU 0312   

Beschrijving

Het verhaal van een meisje dat haar wens om een vriend met goudblond haar te leren kennen in vervulling ziet gaan. Hoewel ze al lange tijd verkering hebben, heeft ze nog nooit met zijn ouders kennis gemaakt. Ze gaat naar zijn huis, maar er is niemand. Ze gaat verder, passeert zonder problemen twee honden bij het hek, hoort wat de papegaai roept, en maakt ongezien de moord op een meisje mee. Ze vertelt haar ouders en de politie wat ze gezien heeft. Besloten wordt dat ze de jongen als gewoonlijk zal ontvangen. Ze verteld de jongen dat ze een droom heeft gehad. De droom is wat ze in zijn huis heeft meegemaakt. Ze roept, hoorbaar voor de verborgen politie, dat het het nichtje van de jongen was, want ze had haar ring. Als de jongen haar wil aanvallen, komt de politie te voorschijn en pakt hem op.

Bron

Collectie Wever, verslag 110a, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)

Commentaar

10 augustus 1965
Vader heeft het verhaal aan zijn dochter verteld, die het opgeschreven heeft.
The Giant-killer and his Dog (Bluebeard)

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21