Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RKOMAGRON0470 - Knoalster lorelei

Een lied (mondeling),

knoalster_lorelei.jpg
geert_teis.jpg

Hoofdtekst

Knoalster lorelei

Ik wait nait, wat zel 't toch beduden,
Dat ik zo miesderig bin;
n Vertelster uut olle tieden,
Dat gaait mie moar nait uut de zin.
't Is kôld over 't daip en 't wordt duuster,
't Is ales in rust, groot en klaain,
De leunen van de badde is dudelk
In t heldere woater te zain.

Het oaregste schipperswichie
Van zo'n achttien of negentien joar,
Dat staait in heur onderliefie,
Zai kamt heur stroblonde hoar;
Zai kamt het in laange strengen,
En zingt zaacht een deuntje derbie,
Zai zingt van de laifde en van schaaiden...
De snikke vuier net heur veurbie.

De snikjong achter aan 't rouer,
Dij röpt 'Goienoavendsoam!'
Hai zogt gain liene en gain badde,
Hai kikt moar noar t wicht op de proam.
Ze zeggen: hai is mit zien hazzens
Liek tegen de badde aan goan,
En dat haar mit heur zingen
Dat schipperswichie doan.

Tekst: Geert Teis Pzn.

Onderwerp

SINSAG 0045 - Andere Sagen von Meerweibern    SINSAG 0045 - Andere Sagen von Meerweibern   

Beschrijving

Volgens een lied en beeld in Stadskanaal zou een snikjong met zijn hoofd tegen de brug zijn gevaren omdat hij luisterde naar het gezang van het schippersmeisje op een klein vaartuig.

Bron

Letterlijk overgenomen van internet: http://www.dideldom.com/laidjes/knoalster_lorelei.shtml

Commentaar

Zie onder 'Beeld' voor een afbeelding van het beeld van de Knoalster Lorelei te Stadskanaal en van de verteller/liedschrijver.
De Knaolster Lorelei is het droevig verhaal van een snikjong, die met zijn hersens tegen de brug voer, omdat hij zo luisterde naar 't gezang van 't schippersmeisje op de praam. Hoe echt dit stukje in de volkstoon is, blijkt uit de vergissing van Prof. Dr Jan de Vries, die niet wist dat het van Geert Teis was, maar die het aanzag voor een lied, uit het volk zelf geboren. (Volk van Nederland, 1937; blz. 330.) Zie ook: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden 1943-1945, pag. 242-249. Het lied van Geert Teis is een parodie op het Lorelei-gedicht van Heinrich Heine (1797-1856), en is tevens gezet op dezelfde melodie van Friedrich Silcher.
De Loreley of Lorelei is een 132 meter hoge rots langs de Rijn tussen Koblenz en Wiesbaden bij Sankt Goarshausen, waar veel schepen zijn verongelukt door een gevaarlijke stroming.
Volgens een sage zou boven op de rots een zingende nimf met gouden haren zitten die met haar gezang de schippers afleidde, waardoor ze tegen deze rots voeren. Dat is dus hetzelde thema dat ook bekend is van de Sirenen uit de Odyssee.