Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ELDER324

Een sage (), 1930 - 1960

kabouter_324a.jpg
kabouter_325.jpg
kabouter_326.jpg

Hoofdtekst

§9c, bij F4: Govert Stam is van mening dat de storende invloed van aardgeesten zich niet alleen doet gelden bij het zoeken naar schatten, maar vooral ook bij archeologische nasporingen, bij het botaniseren, het zoeken naar bepaalde geologische objecten, en wat dies meer zij. De aardgeesten kunnen daarbij de zoeker op een dwaalspoor brengen en zelfs het gezochte tijdelijk onzichtbaar maken. Buitendien kunnen de aardgeesten, wanneer zij menen dat de mens het onder hun toezicht en beheer vallend terrein verstoort, deze mens onheil toebrengen, onheil dat hij pas later ervaart.-
§9e: Govert Stam [geïntroduceert door de heer D.E. van Strien (agent van politie-rechercheur)] is 67 jaar oud, gepensionneerd typograaf. Hij is al 21 jaar weduwnaar en woont alleen. Hij is, vertelt hij en doet hij blijken, overtuigd van het bestaan van aardgeesten, „Kabouters” vindt hij een verkeerde benaming: „die staan in de tuin”, „van gips”, en „daarover vertellen de mensen flauwe kindervertellingen”. Zijn grootmoeder van moeder’s kant, met wie hij als klein kind al veel in de natuur –het Peelgebied- wandelde, had „het vermogen” aardgeesten te kunnen zien en met hen „in geestelijk contact” te komen. Hij, Stam, kan de aardgeesten helaas niet zien, maar heeft, in de natuur zwervend, wel vaak ervaren dat de aardgeesten hem „geestelijk hielpen”, bijvoorbeeld bij het zoeken naar, en vinden van een zeer zeldzame plant. Zo heeft hij eens een stenen bijl en een andere keer twee gave urnen gevonden op een plaats waar hij die zaken nooit zou hebben gezocht, maar waar hij „een dringende ingeving kreeg dáár te gaan graven. Toen hij een schop had gehaald en terugkeerde op die plek, dacht hij: „ik lijk wel gek”, maar „twijfel aan die ingeving zou veel gekker zijn geweest…!”- Van zijn „opoe”, die „de (R.K.)kerk had afgezworen”, leerde hij veel „over de natuur en de natuurkrachten”, ook over de aardgeesten, die „in het Al” evenzeer een plaats hebben als de mens, de dieren en de planten, en „wie weet wat nog meer”.- Evenals zijn grootmoeder dat was, is Stam vegetariër, hij rookt niet en gebruikt geen alcohol. ’t Liefst gaat hij wandelen, „zwerven in de natuur”, thuis leest hij veel, „rijp en groen”, „studieboeken”. Hij leest graag „toverboeken”, „oude boeken over magie”, waaruit hij gegevens, in het bijzonder over amuletten en talismans, overneemt, „natekent en naschildert”: zijn „notities”, maar die wil hij niet tonen! Zijn „opoe” was „een wijze en belezen vrouw”, en ook zij maakte notities, die hij zorgvuldig heeft bewaard en „nog vaak naleest”. –Hoe aardgeesten er uitzien zegt hij niet precies te weten; van „opoe” heeft hij begrepen dat ze „klein” zijn, „zo omtrent een halve meter”. Ze dragen altijd een rode, „enigszins puntige” muts. Hun kleding wisselt van kleur, „zelfs terwijl je er naar kijkt”, „daar heb je weer zo’n kameleon”, zei „opoe” dan wel…. De aardgeesten verschijnen „vaak wazig en onduidelijk” aan de mens, ze „kunnen oplossen in de lucht” en „dwars door de dingen in de natuur heenlopen”, „of door muren van huizen en tuinen”, en zij „verdwijnen ook dikwijls in wazigheid”… De aardgeesten spreken niet, in ieder geval niet met of tegen mensen. Dat is, zo vertelde „opoe”, ook „niet nodig”: de aardgeesten „verstaan wat in ’t hoofd van de mens omgaat”, en zij kunnen hun gedachten, waarschuwingen of bevelen „in ’t hoofd van de mens overbrengen”, zelfs „zonder dat deze zulks bemerkt”… - Om het verhaal, dat aardgeesten voor bepaalde lieden werk, arbeid, zouden verrichten, moest „opoe” altijd lachen, en dat vindt ook Govert Stam een dwaze gedachte. –Hij zegt ook niet te weten of de aardgeesten in een bepaalde streek thuis horen, dan wel op reis zijn.-
Bij §9f, F3: Govert Stam, een beleefd en ietwat onderdanig mannetje, liet zich niet gemakkelijk overhalen tot het geven van inlichtingen over aardgeesten. Hij vond het bezoek kennelijk wel gezellig, was kwistig met de koffie, meer meed uitspreken over het thema dat mij het meest interesseerde zo vee mogelijk. Eén keer liet hij zich –lachend- ontvallen: „ik laat me de tong niet schrapen”!-

Beschrijving

Kabouters spreken niet, maar hebben geestelijk contact. Kabouters geven de mens geestelijke hulp door middel van het geven van ingevingen. Bij het zoeken naar schatten of bij archeologische opgravingen kunnen zij de boel verstoren; zij maken het gezochte onzichtbaar of zetten mensen op een dwaalspoor. Ze zijn ongeveer een halve meter groot en dragen een rode puntmuts. Hun kleding verandert van kleur. Ze verschijnen en verdwijnen in wazigheid en kunnen dwars door dingen heenlopen. Dat zij arbeid voor mensen zouden verrichten is flauwekul.

Bron

J.H.W. Eldermans, Aardgeesten, Gnomen, Kabouters, etc.. Restanten no. 16B. Een handgeschreven, ongepubliceerd manuscript. Manuscript eigendom van het Museum of Witchcraft, Boscastle, Cornwall, UK.

Commentaar

1930-1960
Eldermans heeft dit verhaal gehoord van de, toentertijd, 67-jarige Govert Stam. Hij is gepensioneerd typograaf. Was op 67-jarige leeftijd al 21 jaar weduwnaar en woonde alleen. Zie onder 'Beeld' voor afbeeldingen van pagina's uit het manuscript.

Naam Overig in Tekst

Govert Stam    Govert Stam   

Naam Locatie in Tekst

Peelgebied    Peelgebied   

Al    Al   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21