Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ELDER373

Een sage (manuscript), 1943

kabouter_373.jpg
kabouter_374.jpg

Hoofdtekst

Aant. 1943, §10, fol. 298*, toevoegen: Derk Tabak, 67 jaar (zie Aant. 1939, fol. 48a) zegt van zijn grootvader te hebben gehoord, dat kabouters wel gedurende lange tijd in een bepaalde streek kunnen verblijven, maar in feite toch - „op hun gemak en heel rustig”- van het zuiden naar het noorden trekken. Waar zij vandaan komen en waar zij naar toe gaan zegt Derk niet te weten. Zij kiezen voor hun verblijf en voor hun trektocht zoveel mogelijk stille natuurgebieden, zegt Derk – zoals hij dat „zelf ook” doet-, „bos en hei”, streken waar weinig moderne, lawaaimakende mensen komen.- Uit familieverhalen weet Derk Tabak dat zijn grootmoeder – al vóór zijn geboorte overleden- vaak kabouters zag, zulks in de omgeving van Vierhouten, het Vierhouterbos en het Hendrik Mouwenveld. Vóór hij deze verhalen over zijn grootmoeder hoorde, had hij zelf al wel kabouters gezien, maar hij vertelde zulks niet aan zijn relaties. Hij zegt zelf sinds zijn 19e of 20ste jaar meermalen een kabouter te hebben gezien, in totaal „misschien wel twintig of dertig keer”. Dat was dan steeds in de omgeving van de Ossenkolk, op Saxenheim, bij de Witte Klap, in de omgeving van het Ronde Huis en in het Belvedèrebos (zie bijl. II: „Nunspeet”). Hij zegt daar niet graag over te praten, de mensen zouden denken „dat je kiedewiet” bent…. Er is, meent hij, ook niet zo veel over te vertellen. Je fietst of wandelt in zo’n omgeving en dan, altijd plotseling, ziet je zo’n kereltje, een vijftig of zestig centimeter lang, staan of lopen…., soms wat wazig en vaag, soms duidelijk en scherp. Ze lijken allemaal op elkaar, maar je ziet toch wel verschillen. Sommige kabouters hebben een baard, „de meesten wel”. Ze dragen over hun vrij lange haar een niet zo’n hoge puntmuts en een soort kiel, waaromheen ze een leren riem hebben. Een wijde broek dragen ze in halfhoge laarsjes gestoken. Alles „heel simpel”…. Felle kleuren dragen ze niet en soms lijkt het of die kleuren –bruin, bronsgroen, grijs en „vaagrood”- veranderen. Soms ontstaan ze uit een vaag, wazig beeld, uit een „mistvlek”, uit een „wolkje”, soms verdwijnen ze daar ook in. Derk Tabak zegt altijd hevig te schrikken als hij zo’n kaboutermannetje ziet, hij vindt ‘t „angstig”, kijkt wel, maar fietst of wandelt verder. Dat zijn dingen waar je als mens niets mee te maken wil hebben, dat zijn „geheimen van god” of „misschien wel van de duivel”….
Derk had altijd de indruk dat de kabouters hém niet zagen. Hij deed ook nooit een poging de aandacht van zo’n kabouter te trekken, zou „dat niet durven”. Hij zegt wel eens te hebben „gehoord of gelezen” dat zulke kabouters iets van doen hebben met in de aarde „verborgen schatten”, maar het bezit van zo’n schat kan, zo meent de brave Derk, nooit geluk brengen…. Trouwens, zo filosofeert hij, „de geleerden” zeggen dat er op sommige plaatsen goud zit in het zand van de Veluwe. Misschien hebben die kabouters dáár iets mee te maken. Frank van Vloten van het Ronde Huis liet hier niet voor niets zo veel graven op zijn terrein….

Beschrijving

Kabouters trekken van het zuiden naar het noorden, maar verblijven tijdens deze reis gedurende lange tijd in dezelfde streek. Hiervoor kiezen zij stille natuurgebieden, waar weinig moderne, lawaaimakende mensen komen. Kabouters verschijnen altijd plotseling. Ze verschijnen uit en verdwijnen in een mistvlek. Ze zijn ongeveer vijftig à zestig centimeter lang, zijn soms wazig en soms duidelijk. Kabouters lijken allemaal op elkaar, maar er zijn toch verschillen waarneembaar. De meeste kabouters hebben een baard. Ze dragen eenvoudige kleding; een kleine puntmuts, een kiel met een leren riem eromheen en een wijde broek, die in halfhoge laarsjes wordt gestoken. Hun kleding kan van kleur veranderen. Felle kleuren dragen zij niet. De kabouters hebben iets van doen met in de aarde verborgen schatten.

Bron

J.H.W. Eldermans, Aardgeesten, Gnomen, Kabouters, etc.. Restanten no. 16B. Een handgeschreven, ongepubliceerd manuscript. Manuscript eigendom van het Museum of Witchcraft, Boscastle, Cornwall, UK.

Commentaar

1943
Eldermans heeft dit verhaal gehoord van de, toentertijd, 67-jarige Derk Tabak. Zie onder 'Beeld' voor afbeeldingen van pagina's uit het manuscript.

Naam Overig in Tekst

Derk Tabak    Derk Tabak   

Vierhouten    Vierhouten   

Osenkolk    Osenkolk   

Saxenheim    Saxenheim   

Witte Klap    Witte Klap   

Ronde Huis    Ronde Huis   

Frank van Vloten    Frank van Vloten   

Naam Locatie in Tekst

Vierhouterbos    Vierhouterbos   

Hendrik Mouwenveld    Hendrik Mouwenveld   

Nunspeet    Nunspeet   

Belvedèrebos    Belvedèrebos   

Veluwe    Veluwe   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21