Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

EFTDG25 - Tafeltje Dek Je, Ezeltje Strek Je

Een sprookje (boek), 2009

efteling025.jpg
efteling026.jpg

Hoofdtekst

Ezeltje Strek Je, Tafeltje Dek Je Er was eens een kleermaker die drie zonen had. Toen de jongens oud genoeg waren, trokken ze de wijde wereld in. De oudste vond al snel onderdak bij een goede meubelmaker die hem alles leerde. Na een tijdje kon hij zelf de mooiste stoelen en tafels maken. En wat nog belangrijker was: hij vond het nog leuk om te doen ook. De mens en die langs de werkplaats liepen, hoorden hem vaak zingen: De meubelmaker maakt het met het grootste gemak Een tafel een stoel, een bankje of een kast Een laatje dat past O, wat een heerlijk werk! O, wat een prachtig vak! O, wat een heerlijk werk! O, wat een prachtig vak! Na drie jaar had hij dat prachtige vak helemaal onder de knie. 'Ik kan je niks meer leren,' zei zijn baas. 'Je kunt nu meubels maken als geen ander.' 'Dan ga ik maar weer eens op huis aan,' zei de oudste kleermakerszoon. 'Mijn vader zal trots op me zijn en ik mis hem erg.' 'Voordat je weggaat, wil ik je een mooi cadeau geven omdat je zo hard voor me hebt gewerkt,' zei zijn baas. 'Namelijk deze tafel.' Hij wees naar een lelijk tafeltje dat in een stoffig hoekje stond. Niet echt een tafel om trots op te zijn. Toch zei de jongen netjes: 'Dank u wel.' 'Ha, ja! Ik zie dat je het maar een raar cadeautje vindt,' lachte de meubelmaker. 'Maar kijk eens wat er gebeurt als ik zeg: Tafeltje... dek je!' Er klonk opeens een zacht twinkelend geluid. Van het ene op het andere moment was de tafel gedekt met de heerlijkste gerechten. Vanuit het niets lagen daar broodjes, vruchten en lekkere worstjes. Er stonden schalen met gebakken aardappeltjes, kippenpootjes en een kroes met schuimend bier. 'Het is een tovertafeltje!' riep de jongen. 'Nou en of,' zei zijn baas. De jongen nam het tafeltje op zijn rug en bedankte zijn leermeester hartelijk. Toen ging hij op weg. Laat in de avond kwam hij bij een herberg aan. 'Herberg Ersteling' stond er met krulletters op het uithangbord. Binnen was het knus en warm. Het rook er lekker naar kaneel en andere kruiden. 'Heeft u nog een slaapplaats voor mij?' vroeg de kleermakerszoon. 'Geen probleem,' antwoordde de herbergier. 'Maar je bent wel te laat voor het eten.' 'Dat is voor míj dan weer geen probleem,' zei de jongen. 'Ik neem mijn tafeltje wel even mee naar mijn kamer.' De waard keek verbaasd. Dat begreep hij niet. Toen hij de jongen naar zijn kamer had gebracht, bleef hij nieuwsgierig achter de deur staan luisteren. Door een kier kon hij zien wat er gebeurde. Zijn gast zette de tafel in het midden van de kamer en zei: 'Tafeltje... dek je!' Met grote ogen van verbazing zag de waard hoe er plotseling de meest verrukkelijke gerechten verschenen. Zo'n tafeltje kon hij prima gebruiken. Dan hoefde hij nooit meer voor zijn gasten te koken! Midden in de nacht sloop de herbergier de kamer van de jongen binnen. Daar verwisselde hij het tovertafeltje met een gewoon tafeltje dat er precies zo uitzag. En daarmee kwam de jongen de volgende dag nietsvermoedend bij zijn vader aan. Ze vielen elkaar in de armen. 'Ik heb een geweldige verrassing voor je,' zei de oudste zoon. 'We hebben voortaan altijd genoeg te eten, dankzij dit tovertafeltje.' De kleermaker keek ongelovig. 'Houd je me voor de gek?' 'Let op!' zei de jongen. 'Tafeltje... dek je!' Er gebeurde niets. 'Eh... misschien moet ik harder roepen. TAFELTJE... DEK JE!' Er gebeurde weer niets. 'Ik snap het niet. Hij is kapot.' Zijn vader schudde zijn hoofd. 'Je arme pa zo voor de gek houden... ' De tweede zoon was gaan werken bij de beste molenaar van het land. Het was wel zwaar werk, maar hij deed het met veel plezier. De molenaar leerde hem alle kneepjes van het vak en samen zongen ze elke dag hun werklied: De wind draait de wieken En maalt het koren fijn 't Is prachtig, waarachtig Een molenaar te zijn Na drie fijne jaren op de molen werd het tijd om weer naar huis te gaan. 'Je was een geweldige leerling,' zei de molenaar. 'En daarom krijg je van mij een heel bijzonder ezeltje. Een wonderezeltje.' De molenaar ging de jongen voor naar de stal, waar een grijs ezeltje stand. 'Let op: Ezeltje... strek je!' De ezel strekte zich meteen uit en. begon te balken. 'I-A! I-AAA!' Zijn staart ging omhoog en... Rinkeldekinkel! Een regen van gouden munten vloog door de stal. 'Oelala!' riep de jongen verrukt uit. 'Hoe kan dat nou?' De molenaar lachte. 'Tja, dat doen wonderezels nu eenmaal. Ze poepen geld... en geld stinkt niet. Da's het mooie.' De jongen bedankte hem voor het geweldige cadeau en vertrok met de ezel. Ook hij kwam 's avonds aan in Herberg Ersteling. Hij vroeg de waard of hij er kon blijven slapen. 'Geen probleem,' antwoordde deze, 'als je maar betaalt.' 'Dat is voor míj dan weer geen probleem,' zei de kleermakerszoon. 'Wacht, dan ga ik even naar mijn ezel in de stal.' De waard was benieuwd wat zijn gast daarmee bedoelde. Onopvallend volgde hij hem naar de stal. Daar zag hij hoe de jongen riep: 'Ezeltje... strek je!' De munten vlogen in het rond. En 's nachts, toen iedereen sliep, haalde de oneerlijke herbergier de wonderezel uit de stal en zette er een gewone voor in de plaats die er precies zo uitzag. De volgende dag kwam de middelste zoon thuis en begroette zijn vader en zijn oudste broer enthousiast: 'Je hoeft nooit meer te werken, pa! Kom maar eens naar mijn ezeltje kijken. Het is een wonderezel die gouden munten poept!' 'Ha ha, dat kan natuurlijk niet,' lachte de oudste zoon en de kleermaker mompelde: 'Het zal me weer wat zijn... ' Buiten bij de ezel riep de jongen: 'Ezeltje... strek je!' Er gebeurde niets. 'EZELTJE... STREK JE!' Er gebeurde weer niets. 'Hij is kapot,' zei de jongen teleurgesteld, maar to en ging de staart van het dier toch langzaam omhoog. 'Ja ja... daar komt het...' FLATS! Daar lag ineens een stinkende ezeldrol op de grand. 'Leuk hoor,' bromde de vader. 'Weer een zoon die het lollig vindt om zijn oude vader beet te nemen.' En hij slofte het huis weer in. 'Zo ging het bij mij nou ook,' zuchtte de oudste broer. 'In Herberg Ersteling werkte mijn tovertafeltje nog. En nu... ' 'Ersteling? Daar ben ik ook geweest!' riep de ander. 'Zou de waard er soms meer van weten?' Samen schreven ze meteen een brief aan hun broertje waarin ze vertelden wat er gebeurd was. De jongste zoon had al die tijd bij een houtsnijder gewerkt. Hij had geleerd hoe hij de mooiste dingen van hout kon maken en zijn baas was erg tevreden over hem. Nu had hij de brief van zijn broers ontvangen. Daarom miste hij zijn familie opeens heel erg en wilde naar huis. 'Dan heb ik een mooi afscheidscadeau voor jou,' sprak zijn baas. 'Een zak met een knuppel erin. Maar niet zomaar een knuppel. Een magische knuppel! Als iemand je ooit kwaad wil doen, roep je gewoon: Knuppeltje... uit de zak! Dan komt hij eruit om de boef een lesje te leren.' 'Wat een handig cadeau. Bedankt, baas!' De jongen gaf de houtsnijder een hand en ging op pad. Onderweg zong hij zijn werklied: Van hout maak ik de mooiste dingen 'n Kandelaar of kaartenbak En heel mijn leven zal ik zingen Houtsnijden, da's mijn vak! Aangekomen in Herberg Ersteling vroeg de waard hem of hij nog iets wilde eten. 'Graag,' antwoordde de jongen en hij spitste zijn oren toen de herbergier in de keuken verdween. Achter de deur hoorde hij hem duidelijk 'Tafeltje... dek je!' zeggen. Even later kwam hij terug met een uitgebreide warme maaltijd. 'Dat heeft uw kok fantastisch snel klaargemaakt,' sprak de jongste zoon en de waard zei: 'Mijn kok is een kanjer. Ik wil hem niet kwijt. Nog niet voor de grootste schat ter wereld!' Toen wees de jongen geheimzinnig naar de zak die naast hem op het bankje lag. 'De grootste schat ter wereld? Die heb ik toevallig bij me! Hier in de zak.' De hebberige herbergier vroeg zich af wat er in de zak zou zitten. Hij had zijn tafeltje, hij had zijn ezeltje. Die grote schat wilde hij ook wel hebben! 's Nachts sloop hij de kamer van de jongste zoon binnen. Zijn hand ging naar de zak. Maar de jongen, die helemaal niet sliep, riep: 'Knuppeltje... uit de zak!' Onmiddellijk sprong de magische knuppel uit de zak en gaf de oneerlijke waard een enorm pak rammel! Bam! Pats! 'Au! Genade! Laat hem ophouden!' 'Geef je me dan de tafel en de ezel terug die je van mijn broers gestolen hebt?' vroeg de jongen. Natuurlijk! Ik geef alles terug!' kermde de man. 'Maar laat die knuppel auauau! Stoppen!' 'Goed dan,' zei de jongen. 'Knuppeltje... in de zak!' En floep! In een oogwenk glipte de knuppel de zak weer in. De waard zat op zijn knieën op de grond, vol blauwe plekken. 'Genade', stamelde hij nog. 'Het spijt me zo.' Je zult wel begrijpen hoe blij de kleermaker was toen ook zijn jongste zoon weer thuiskwam. 'Ik heb iets heel bijzonders bij me, pa,' zei de Jongen. Zijn vader keek bedenkelijk. Dat was al de derde zoon die dacht dat hij leuk was. Maar hij ging toch mee naar buiten om te kijken wat voor streek hem nu weer geleverd werd. Daar stond de wonderezel al munten te poepen! En even later schoven ze alle vier aan voor een heerlijke maaltijd aan het tovertafeltje. Het werd een gezellige avond vol vrolijke verhalen over meubels en molens en hoe fijn het is om houtsnijder te zijn. En de kleermaker lachte: 'Ik dacht echt dat jullie mij voor de gek hielden.' Vanaf die dag hoefde de oude man nooit meer te werken!

Onderwerp

AT 0563 - The Table, the Ass, and the Stick    AT 0563 - The Table, the Ass, and the Stick   

ATU 0563    ATU 0563   

Beschrijving

Een kleermaker heeft drie zonen, die de wereld intrekken. De eerste wordt een meubelmaker, en na drie jaar heeft hij het vak geleerd. Zijn baas stuurt hem weer naar huis met een magisch tafeltje waar na het zeggen van een spreuk eten op verschijnt. Onderweg komt de jongen bij Herberg Ersteling, waar hij van het tafeltje eet. De waard steelt zijn tafeltje en zet er een gewoon tafeltje voor in de plaats. De tweede zoon wordt molenaar, en na drie jaar word hij ook door zijn baas naar huis gestuurd. Hij krijgt een magische ezel mee die gouden munten poept. Ook hij overnacht in de herberg, waar de waard zijn ezel verruilt voor een gewone ezel. De twee broers beseffen zich dat ze allebei in dezelfde herberg zijn geweest en sturen een brief naar de derde zoon. Deze is houtsnijder geworden, en krijgt van zijn baas een magische knuppel in een zak mee als hij weer naar huis gaat. Als hij in de herberg overnacht probeert de waard de zak te stelen, maar hij wordt in elkaar geslagen door de knuppel. Hij geeft het tafeltje en de ezel terug aan de derde zoon, die ze mee naar huis neemt.

Bron

Gerrie van Dongen en Ad Grooten: <i>Sprookjes van de Efteling</i>. Amsterdam 2009, p. 115-119

Commentaar

2009
Gerrie van Dongen is de archivaris van de Efteling en is vooral verantwoordelijk geweest voor de keuze van de verhalen, terwijl Ad Grooten meer de creatieve tekstschrijver is, die ook scripts en songs voor Efteling musicals heeft gemaakt.

De illustraties zijn van Anton Pieck.
The Table, the Ass, and the Stick

Naam Overig in Tekst

Herberg Ersteling    Herberg Ersteling   

Naam Locatie in Tekst

Efteling    Efteling   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20