Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LIMB0016 - IJzeren Hamer

Een sage (boek), 1923

Hoofdtekst

IJzeren Hamer
Tot de Bokkenrijders behoorde ook een zekere Filip Hameker uit Heerlen, die naar het wapen dat hij voerde, een zwaren smidshamer, den bijnaam kreeg van “IJzeren Hamer.”
Hameker’s vrouw was twee jaar na hun huwelijk overleden. Zoolang zij leefde, was hij een plichtsgetrouw en voorbeeldig ambachtsman geweest. Doch na haar dood was hij aan den drank verslaafde geraakt, hoe langer hoe dieper gezonken, en had zich tenslotte aangesloten bij de Bokkenrijders, onder wie hij door zijn buitengewone lichaamskracht spoedig een eerste plaats innam. Hij hield echter zielsveel van zijn dochter Lina, die, hoe jong nog, het huishouden beredderde en op allerlei manieren haar vader zijn somberheid en ingekeerdheid trachtte te verdrijven door opgeruimden zin en dienstvaardigheid.
Toch kon zij niet altijd vroolijk wezen. Langzamerhand kreeg zij vermoedens en achterdocht over het veelvuldig buitenshuis blijven van haar vader bij nacht. Sedert dien voelde zij zich somtijds bedrukt en droefgeestig. Al poogde zj haar zieleleed te verbergen, Hameker ontging het niet, en in de blikken zijner dochter las hij een stil verwijt over de afschuwelijke daden die hij heimelijk bedreef als aanvoerder van de Bokkenrijdersbende. Wel dacht hij er meermalen over, zich los te maken van den rooverstroep, maar dan rees voor hem het schrikbeeld van den dood, die hem onherroepelijk te wachten stond als hij zich terugtrok uit den beruchten kring, en hij liet het goede voornemen weer varen.
Zekeren morgen toonde hij zich bijzonder neerslachtig en schuw in den omgang. Met zijn bende had hij den vorigen nacht een inval gedaan in den Caumer-molen vlak in de buurt en den molenaar met zijn zoontje in koelen bloede vermoord.
Die misdaad bezwaarde zijn geweten uitermate. Hij kon de gedachte eraan niet uit zijn hoofd krijgen. Overal vervolgde hem het beeld van den vermoorden knaap en aldoor zag hij voor zich het weenende gezichtje van het kind, dat hem smeekend op zijne knietjes verzocht had het leven van zijn vader te sparen, terwijl hij wreed genoeg was geweest om, ter wille van wat geld, ook hem met zijn hamer het hoofd te verpletteren.
Een kind vermoord, een onschuldig wicht! En hij dacht aan z’n eigen dochtertje, z’n lieve Lina!
Het gerucht van den dubbelen roofmoord bracht groote ontsteltenis onder de bewoners van Heerlen en omgeving, ook Lina hoorde ervan. Zij huiverde bij de gedachte, dat haar vader een der medeplichtigen zou zijn geweest van zulk een gruwelstuk. Neen, dat kon niet! Zoo wreed en hardvochtig kon hij niet zijn! En toch…

Eenige nachten later, terwijl Lina voor het kruisbeeld op hare slaapkamer geknield lag in gebed, God smeekend haar vader toch terug te voeren tot een deugdzaam en godsdienstig leven, hoorde zij op de kamer van haar vader angstig geweeklaag en zwaar gezucht. Hameker droomde een ijselijken droom. De wroeging beet hem in de ziel. Hij zag weer het beeld van den vermoorden knaap, en in zijn vertwijfeling riep hij: “De hel…de hel…Weg dat hoofd!...Het kind vervolgt mij…Help, help!...Hij grijpt me…Help!”
Wat Lina geargwaand had, wist zij nu als zekerheid. Haar vader had dien dubbelen moord op zijn geweten.
Bitter schreiend zonk zij op de knieën voor het Lieve-Vrouwebeeldje, dat prijkte onder het crucifix in een weelde van bonte bloemen, want het was Meimaand en dan versierde zij devotievol het beeld van de Moeder Gods, de maagd der maagden, de Troosteres der bedrukten. Hare voorspraak zou zij inroepen, om van God voor haar rampzaligen vader vergiffenis te verkrijgen en dat hij toch spoedig tot inkeer zou komen, eer het te laat was. Haar eigen leven wilde zij gaarne ten offer brengen, zoo daardoor de ziel van haar vader kon gered worden.
Den volgenden ochtend in alle vroegte besluit zij met dezelfde intentie te bedevaarten naar de Maria-kapel op den Schaasberg.
Het is een heerlijke morgen. Pas rees de zon, maar aan het rijzend licht hebben de vogels reeds hunne zangen ontstoken. Overal klinkt gekwetter en getjuik, gefijfel en getierelier in boomen en struiken langs het voetpad, dat zij gaat, den boschrijken heuvel op. Een merel met zijn altgeluid fluit de koralen voor.
In de kapel knielde het meisje voor het beeld der Zoete Vrouwe en zij bad innig en vurig om Maria’s voorspraak bij haar geliefden Zoon, dat deze haar gebed zou verhooren en het offer van haar leven aanvaarden voor de bekeering van haar ongelukkigen vader. Alvorens heen te gaan stortte zij haar gespaard zondagsgeld in het offerblok, bestemd voor de in-stand-houding der kapel, en het gouden kruisje, het eenige erfstuk van haar dierbare moeder, waaraan zij toch zoozeer gehecht was, losmakend van haar kleed, speldde zij het edelmoedig als exvoto op het blauwe manteltje van het Moeder-Gods-beeld.

De zomer ging voorbij met veel regen en weinig zonneschijn.
De dochter van IJzeren-Hamer voelde haar gezondheid met den dag verminderen. Haar gestel bleek niet bestand tegen de verkropping van het leed, dat zij zwijgend verdroeg wegens het ergerlijk wangedrag van haar vader, die verstokt leek in de boosheid. Zij beminde hem met heel haar ziel. Och wist hij toch, hoezeer haar zijn levenswijze smartte!
De herfst kleurde met weemoedstinten van geel en goud en purper het veege loover, waaruit het leven week.
IJzeren-Hamer had sinds eenigen tijd de vergaderingen der Bokkenrijders niet meer bijgewoond. Hij kon nu wegblijven zonder dat het de bentgenooten opviel, want de ernstige ziekte zijner dochter was hun bekend, en dien kon als verontschuldiging dienen voor zijn afwezigheid. Voor Hameker was de verbreking van het intieme verkeer met de misdadigers een opluchting. Den laatsten tijd had hij een hartgrondigen afkeer gekregen van het plegen van geweld; van braspartijen had hij zich onthouden; zijn beter-ik was ontwaakt. Waaraan hij dat te danken had, vermoedde hij niet. Maar Lina, het bleeke uitgeteerde meisje, aan wier ziekbed hij de meeste uren sleet, zij wist het en dankte in stilte God, dat Hij het offer van haar leven aanvaard had voor het zieleheil haars vaders. Als hij zich nu maar oprecht bekeerde en zich afscheidde van dat helsche gezelschap, dan kon zij gerust sterven.
Allerheiligen brak aan, het feest der zegepralende Kerk.
Dien dag deelde de geneesheer aan Hameker mede, dat er op beterschap, op herstel van de zieke niet meer te hopen viel. Iedere dag kon het einde brengen. De patiënte moest hierop worden voorbereid.
Heel voorzichtig wilde de vader Lina hiervan in kennis stellen om haar niet te zeer te verontrusten. Maar van verontrusting was bij de zieke niets te bespeuren. In volstrekte overgeving aan Gods heiligen wil hoorde zij kalm en gelaten wat haar vader vertelde.
Op Allerzielendag bracht de pastoor der parochie haar de laatste genademiddelen der kerk en ontving zij de H. Communie met de innigste godsvrucht. Hameker was daarbij tegenwoordig. De oogen zijner dochter rustten met welbehagen op hem, want zij verwachtte dat nu het groote wonder gebeuren zou.
Na afloop der bediening vergezelde Hameker den pastoor naar de kerk, en dan ging hij naar het kerkhof en bleef er eenige oogenblikken staan bij het graf zijner vrouw.
“Zou hier nu ook de laatste schat van mijn leven worden weggesloten?”
Bij die gedachte schoten hem de tranen in de oogen,
God strafte hem door het verlies van zijn dochter voor de misdaden waaraan hij zich schuldig wist.
De ziel verreten door zelfverwijt, keerde hij huiswaarts.
Lina, verwonderd over zijn uitblijven, vroeg hem naar de reden, en die vernomen hebbende, achtte zij het oogenblik gekomen om het beslissende woord te spreken. Zij vertelde, hoe zij wist dat hij tot de Bokkenrijdersbende behoorde en den tweevoudigen moord in den Caumer-molen had gepleegd, en bezwoer hem terug te keeren tot een godsdienstigen levenswandel.
IJzeren-Hamer verbleekte bij het vernemen dier woorden. Snikkend verborg hij beschaamd het hoofd in het voetenkussen van het ziekbed en vertwijfelend riep hij uit: “Voor mij is geen redding meer! De duivel hale mijne ziel!”
Lina richtte zich op, en terwijl zij liefdevol de uitgeteerde hand legde op het hoofd van haar vader, bemoedigde zij hem, wijzend op Gods grenzelooze goedheid en barmhartigheid, die geen zondaar verstoot, hoe zwaar zijn schuld ook is, als hij maar oprecht berouw toont over het misdrevene en het vaste voornemen maakt niet meer te zondigen. “De pastoor zal u helpen. Vader, beloof mij, eer ik sterf, dat ge met hem spreekt. Ik zou u zoo gaarne wederzien in den hemel bij moeder.”
Hameker richtte het hoofd op, en een kus drukkend op het voorhoofd zijner dochter, antwoordde hij: “Lina, ik beloof het je!”
Een glimlach speelde even nog om de lippen van de zieke. Zij strekte de hand uit naar haar vader. Dan look zij langzaam de oogen. Een zachte snik. Zij was tot een beter leven ingegaan.
IJzeren-Hamer hield de belofte, door hem gedaan aan het sterfbed van zijn kind. Hij bekeerde zich oprecht en scheidde zich af van de Bokkenrijders.
Eenige dagen later, ’s avonds laat nog aan het werk zijnde in de smidse, werd hij plotseling overvallen door zes vermomde kerels, die hem overmeesterden en op het aambeeld vastbonden. Een der bandieten greep den zwaren moker en verpletterde Hameker het hoofd met het werktuig, dat hijzelf zoo dikwijls gehanteerd had in dienst der misdaad.
Doch het laatste woord van den voormaligen Bokkenrijder was een bede tot God geweest, een getuigenis van liefde en berouw.

Onderwerp

TM 3114 - De Bokkenrijders    TM 3114 - De Bokkenrijders   

Beschrijving

Om haar vader die leider is van een roversbende weer op het rechte pad te krijgen offert zijn dochter in een bedevaart naar Maria haar leven op en sterft na een ziekbed. De man verandert zijn levenswijze. Als hij wordt vermoordt zijn zijn laatste woorden een bede aan God.

Bron

J. Kleijntjens, H.H. Knippenberg. Limburgsche sagen. Uit droom- en fantasiewereld I. Leiden 1923, p. 111-121.

Commentaar

1923
De tweede verteller is Kleijntjens, J.
De Bokkenrijders

Naam Overig in Tekst

Bokkenrijder    Bokkenrijder   

God    God   

Filip Hameker    Filip Hameker   

IJzeren Hamer    IJzeren Hamer   

Caumermolen    Caumermolen   

Moeder Gods    Moeder Gods   

Lieve-Vrouwe    Lieve-Vrouwe   

Mei    Mei   

Maagd der Maagden    Maagd der Maagden   

Troosteres    Troosteres   

Maria-kapel    Maria-kapel   

Zoete Vrouwe    Zoete Vrouwe   

Zoon    Zoon   

Moeder-Gods-beeld    Moeder-Gods-beeld   

H. Communie    H. Communie   

Allerzielendag    Allerzielendag   

Maria    Maria   

Naam Locatie in Tekst

Heerlen    Heerlen   

Lina    Lina   

Schaasberg    Schaasberg   

Kerk    Kerk   

Allerheiligen    Allerheiligen   

Schaesberg    Schaesberg   

Plaats van Handelen

Heerlen (Limburg)    Heerlen (Limburg)   

Schaesberg (Limburg)    Schaesberg (Limburg)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20