Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BLECOURTNB0023 - 1.23. Kaboutersprookjes

Een sage (boek), 1889

Hoofdtekst

1.23. Kaboutersprookjes
Ja, 't is waar, hoogst zelden gebeurde 't, dat men een Kabouter te zien kreeg. En weinigen zijn zoo bevoorrecht geweest als de landbouwer uit Duizel, wien de eer te beurt viel eenen Kabouter op weg te ontmoeten en met hem van mond tot mond te kunnen spreken. Ziehier 't verhaal van die ontmoeting.
Ons boerke dan had den ganschen dag in de hei turf gestoken en keerde in 't schemeruur met zijn spaai op den rug over den Eerselschen Dijk, dat is de openbare weg van Eersel naar Hapert, huiswaarts. Zijne rechterhand, over den steel der spaai geslagen, hield een aarden doorrokertje vast, waaruit de man lustig dikke blauwe rookwolken in de lucht blies. Eenige schreden voor zich uit ziet hij op den weg een knaapje voortdrentelen dat, naar 't hem toescheen, niet ouder dan eenige maanden zijn kon. 'Wel,' dacht de boer bij zich zelf, 'die moet 'r z'n strijkijzers beter onder hebben staan dan mijn jongste, anders zou hij zonder de lei (zeker houten stel waarin een kind leert loopen) nog geene reizen ondernemen.' Met had onze boer t' menneke ingehaald en trad hij den kleuter tegemoet. Hoe verwonderd was hij nu echter, toen hij een mannetje voor zich zag met grijze haren en een grijzen ringbaard, dat heel parmantig in zijn ziepzakske tastte, zijn smoorske, een heel klein pijpje, voor den dag haalde en met een helder fijn stemmetje om een pijpje tabak en wat vuur verzocht. 'Niet een pijpje, maar wel honderd pijpen heb ik voor u over, vriendje!' gaf de goedhartige landman ten bescheide. 'Neen,' hernam de Kabouter, 'eentje voor mij, de negen en negentig overige voor U’. Onder 't opstoppen begon de boer een gesprek aan te knoopen met den kleinen dreumes en, nieuwsgierig als hij was, vroeg hij hem: 'Ge hoort zeker in den Kabouterberg thuis?' (De Kabouterberg is een heuvel in de heide tusschen Duizel en het gehucht Dalem onder Hapert.) 'Als je nooit verder misraadt, man, dan heb je van de profeten brooden gegeten,' herhaalde het kleine ventje.
Zijt gij al oud?' vroeg de boer andermaal. De Kabouter had juist vuur geslagen in zijn tondeldoos, stak 't pijpje in den mond en terwijl hij uit alle macht pafte om zijn pijpje aan te krijgen, ging 't antwoord grootendeels verloren, maar dezen woorden ... 'toren' ... 'zullen h'm de kets (kaats) wel stoan' ... waren duidelijk verstaanbaar. 't Kaboutertje rookte nu dapper op, bedankte den landman heel vriendelijk en ging heen. Nauw had het echter eenige schreden gedaan of 't keerde nog eens om, om den boer toe te roepen, terwijl 't met de hand tot afscheid zwaaide: 'Rook van avond nog maar eens eene flinke pijp!' Met trippelde de kleine grijsaard voort, den boer verbaasd latende staan. Deze toog nu echter ook huiswaarts en, bij zijne wederhelft aangeland, vertelde hij vrouwlief zijne zonderlinge ontmoeting met het uitdrukkelijke bevel de zaak geheim te houden! Men begrijpt licht welk gevolg dat bevel had. Geen half uur verstreek of de eene boer na den andere kwam opdagen om het nieuws nog eens uit den mond van den boer zelf te vernemen. Er kwam dien avond leven in de brouwerij! Ieder mocht opstoppen uit de doos, waaruit ook de Kabouter zijn klein pijpje had gevuld. Den geheelen avond ging de doos van hand tot hand. Men rookte en smookte dat 't een aard had. De doos werd niet leeg. En goeie tabak was 't, vertelde mij mijn zegsman, hij kwam uit de fabriek van Jan Turken te Eindhoven (eene oude gerenommeerde firma) beter tabak was er nergens, andere tabak rookte men in deze streken nooit. Men begrijpt dat 'r een ruim gebruik werd gemaakt van de doos en dat de woorden van den Kabouter werden herhaald, besproken, vergeleken, uitgelegd en op alle mogelijke en onmogelijke wijzen aangevuld. Geene oude geschiedenis of zij kwam op 't tapijt. Men hoorde er van den Mozikschen stampvoet, den Nekkerman van de Biezen Kuilen, de Witte Vrouw van den Dijk, den gloeiige scheper van Loon, de zwarte hond van Zeelst; - honden van ongelofelijke afmetingen, verdachte hazen, zwarte katten, verschenen en verdwenen te midden der geurige tabakswolken. De schoorsteen - ge weet van welke afmetingen die dingen hier zijn - kon eindelijk den rook niet meer inzwelgen; deu- ren en vensters werden opengezet, maar de rook verminderde niet. Daar komt me te elfder ure - 't was half twaalf - de vorster van Duizel nog binnen, zet zich mede in den kring rond den haard, stopt op uit de nog altijd volle doos en neemt deel aan 't gesprek, dat natuurlijk nog altijd over de zonderlinge ontmoeting liep van t'oavent op den Dijk. De vorster had er reeds van gehoord, dank zij de babbelzucht van des landsman egade, en wist zich uit zijne jeugd te herinneren van een oud man gehoord te hebben, dat de Kabouters in vroeger eeuw menigen nacht aan den toren van Duizel gewerkt hadden. Met behulp van deze bijzonderheid kon hij nu de woorden des Kabouters volkomen ophelderen en volgens zijne wijze meening zou de bedoeling van 't menneke zijn geweest, 'dat het zelf nog had meegewerkt aan den toren en dat die hem de kets wel staan zou'. Nog meer andere betwiste punten werden aan het oordeel des wijzen vorsters onderworpen en 't was reeds laat in den nacht toen hij met een gelaat, waarop duidelijk te lezen stond: 'Wat zou 't duister zijn in dit dorp als MIJN licht niet scheen!' aan 't hoofd der bezoekers huiswaarts keerde.
Alvorens zich ter ruste te begeven, legde de boer de wonderbare tabaksdoos onder zijn hoofdkussen. Toen hij echter 's morgens de doos opende was zij - hoe jammer! - heelemaal ... ledig.

Onderwerp

SINSAG 0071 - Die stets gefüllte Tabaksdose    SINSAG 0071 - Die stets gefüllte Tabaksdose   

Beschrijving

Man die kabouter ontmoet en hem tabak geeft merkt 's avonds dat zijn tabaksdoos niet leeg raakt. De volgende ochtend is de doos echter leeg.

Bron

Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 28-30

Motief

F451.3.11 - Great age of dwarfs.    F451.3.11 - Great age of dwarfs.   

F451.3.4.1.1 - Dwarfs build tower.    F451.3.4.1.1 - Dwarfs build tower.   

F451.5.1.6 - Other gifts from dwarfs.    F451.5.1.6 - Other gifts from dwarfs.   

D1652 - Inexhaustible object.    D1652 - Inexhaustible object.   

Commentaar

1889
Motieven: F451.3.11 Great age of dwarfs; F451.3.4.1.1 Dwarfs build tower; F451.5.1.6 Other gifts from dwarfs; D1652 Inexhaustible object.
NA 1890: 253-255, vgl. 2.41. Ged. citaat: Sinninghe 1933: 46 (no. 59), 12 (no. 3). Bewerking: Sinninghe 1933: 18-19 (no. 15), 1964: 16-18; Rijken 1973a; Jansen 1978: 159-161. S.S51.1, S71.1, S192.6.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Die stets gefülte Tabaksdose. Bauer, welcher Zwerg Tabak gibt, bemerkt, dass seine Tabaksdose nicht leer wird & SINSAG 0051 Zwerge bauen einen Turm

Naam Overig in Tekst

Kabouter    Kabouter   

Eerselse Dijk    Eerselse Dijk   

Hapert    Hapert   

Kabouterberg    Kabouterberg   

Jan Turken    Jan Turken   

Kaboutertje    Kaboutertje   

Mozikse    Mozikse   

Nekkerman    Nekkerman   

Biezen Kuilen    Biezen Kuilen   

Witte Vrouw    Witte Vrouw   

Naam Locatie in Tekst

Duizel    Duizel   

Eersel    Eersel   

Dalem    Dalem   

Eindhoven    Eindhoven   

Dijk    Dijk   

Loon    Loon   

Zeelst    Zeelst   

Plaats van Handelen

Duizel (Noord-Brabant)    Duizel (Noord-Brabant)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20