Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BLECOURTNB0138 - 3.2. De kwade smid

Een sprookje (boek), 1893

Hoofdtekst

3.2. De kwade smid
Er was eens een smid, - een ruwe klant, die wel hard werken kon en soms ook wel hard werken wilde maar die eigenlijk toch liever in de herberg zat en dan heel veel potjes bier kon drinken en altijd nog een beetje bleef plakken als de allerlaatste bezoeker van de herberg 'de Roode Leeuw' dan toch eindelijk was naar huis gezeild. Gij zult begrijpen dat zijn zaken daardoor niet vooruitgingen integendeel zijn schulden groeiden met den dag aan en er werd reeds gemompeld 'dat hij er dóór gesmeed was' en dat zijne smederij spoedig voor schuld zoude worden verkocht. Onder den indruk van den slechten stand zijner zaken was onze smid op een avond nog eens langer dan gewoonlijk in 'de Roode Leeuw' blijven zitten en had hij zooveel gedronken dat hij slechts met moeite had kunnen thuiskomen. Ja de nachtwacht vertelde des anderen daags dat hij in den maneschijn onzen vriend over de straat had zien zwaaien als een schutsvaandel op een boerenkermis, en dat hij wel een half uur naar het sleutelgat had moeten zoeken en ten slotte niet dan met heel veel moeite was binnen gekomen.
Den volgenden morgen werd de smid wakker, zoo ziek als een hond en met een hoofd zoo zwaar als lood en met even veel lust in het werken als een dief in het hangen en zonder dat hij wist waarheen liep hij den weg op al maar door, soezende en suffende totdat hij op een afgelegen plaats een heer tegenkwam, die hem vroeg waar hij heen ging.
Dat weet ik niet, zei de kwade smid, - want aldus werd hij genoemd -, met norsche stem en met een gezicht als een oorworm. Nu, nu, suste de vreemdeling, en kort en goed vertelde deze den smid dat hij de duivel in eigen persoon was dat hij volkomen op de hoogte was van den verloopen stand der smederij maar dat hij den smid schatrijk zoude maken indien deze hem over zeven jaren zijn ziel zoude willen leveren.
De smid bedacht zich niet lang maar teekende spoedig het bewijs der overeenkomst dat de duivel hem voorlegde. Van dat oogenblik was hij een rijk man. Hij zette een groote smederij op, nam heel veel knechts in zijnen dienst maar leidde zelf een leventje als vroolijke Frans.
Toen dit nu eenige jaren geduurd had, gebeurde het op zekeren keer dat Onze Lieve Heer en Sinte Peter, die op ezels gezeten, de wereld rondreisden, voor het huis van onzen smId stilhielden. Zij verzochten hem hunne ezels te willen beslaan en deze die zich op de stoep in den zonneschijn zat te koesteren, kreeg plotseling trek om dit zaakje zelf op te knappen en in mimder dan
geen tijd, want een handig werkman was hij altIjd geweest, besloeg hij de ezels der vreemdelingen dat het een lust was om te zien.
Wat zijn wij u schuldig voor dat mooi stukje werk vroeg Sinte Peter den smid. Niets, zeide deze, die de reizigers niet kende, op hooghartigen toon: niets want jelui schijnen mij een paar kale jonkers toe.
Glimlachend reden de vreemdelingen verder maar drie weken later verschenen zij op nieuw en deden den smid hetzelfde verzoek. En ook thans deed hij eigenhandig het verlangde werk en weigerde ook nu weder eenige betaling aan te nemen, want zeide hij: ik heb meer geld alleen dan jelui met je heele falllllie te zamen.
En toen de vreemdelingen ten derde male hunne lastdieren hadden laten beslaan zeide de smid dat hij ook nu geene betaling voor zijnen arbeid verlangde. Laat mij U dan een geschenk aanbieden, sprak Sinte Peter en hij toonde den smid een stoel, een kersenboompje en eene beurs die de wonderbare eIgenschap hadden dat alles wat er eenmaal inzat niet los kon komen dan met den uitdrukkelijken wil van den eigenaar. Nu, zei de smid zoo een aardigheidje wil ik wel aannemen en zonder verdere plichtplegingen nam hij de geschenken tot zich, zette den stoel onder den schoorsteen, plantte het kerseboompje in den tuin en stak de beurs in zijn zak.
En onbezorgd zette de smid zijn lui en lekker leventje v:oort en hij dacht niet meer aan zijne overeenkomst met den duivel noch aan de drie geschenken, die de vreemdelingen hem hadden achtergelaten.
Toen evenwel de zeven jaren verloopen waren, verscheen de duivel en verzocht den smid hem te volgen. Ga even zitten dan trek ik ondertusschen mijn Zondagschen jas aan, zeide deze en schoof hem den stoel toe, die hij van de vreemde reizigers had gekregen.
De duivel nam plaats maar merkte oogenblikkelijk dat hij gevangen zat. Te laat evenwel. Nu riep de smid zijn knechten uit de werkplaats en dezen kwamen met gloeiende ijzers aandragen en zij schroeiden en brandden den duivel over gansch zijn lIchaam dat het tiste en siste en dat de rook in dikken walm opwaarts steeg. En onze Helsche signeur schreeuwde als een mager varken en rukte en spartelde als een kat, die in een strik zit maar de smid liet hem niet los dan nadat hij hem plechtig beloofd had eerst over zeven jaren te zullen terugkomen ten einde de verkochte ziel op te eischen.
Nu begon het lieve leventje van voren af aan doch weldra was ook het tweede zevental jaren vervlogen en verscheen de duivel opnieuw, thans evenwel vergezeld van zeven andere duivels want zo geheel alleen had hij ditmaal niet durven komen. En binnentreden durfden zij in het geheel niet uit vrees voor den noodlottigen stoel. Wacht dan even in mijn tuin terwijl ik mij aankleed en wasch, zei de smid, en pluk wat kersen, dat is frisch na zoo lange reis als gij maakte. Nu daar hadden zij niets tegen want in de hel vindt men geen kersen maar nauwelijks zaten zij in den boom of zij begrepen, dat zij opnieuw het slachtoffer waren van den kwaden smid. Van naar beneden komen toch was geen sprake meer want de helbewoners zaten als vast gemetseld in den wonderbaren boom. Spoedig werden nu takkebossen en stroobussels bijeengesleept en weldra knetterde een lustig vuur onder de arme duivels, die het heele dorp bijeenschreeuwden van de pijn. En niet dan nadat voor de tweede maal zeven jaren uitstel was verleend, werden de bedrogenen uit hunne hooge gevangenis verlost.
Opnieuw zette de smid zijn vroolijk doen en laten voort en zeven jaren lang leefde hij weder als God in Frankrijk en liet hij onbezorgd en wel Gods water maar over Gods land loopen. Toen de zeven jaren verloopen waren, riepen Lucifer en Belsebub die te zamen de oversten der hel zijn alle duivels bij elkaar en bevalen hen den kwaden smid te gaan halen. Zij zelf konden niet meegaan want, - gij weet het - zij liggen in de hel aan zware kettingen vastgeklonken maar zij zonden thans al de andere duivels uit en drukten hen ernstig op het hart zich ditmaal niet te laten verschalken.
Toen die gansche schaar van helbewoners bij den smid aankwamen bleef deze zeer bedaard en hij zeide Och zooveel drukte had ge niet behoeven te maken, ik zoude met een enkele van jelui ook wel mede gegaan zijn. Maar zij pakten hem beet en voort ging het in gezwinden pas naar de hel.
Onderweg klapte en snapte de smid maar door en heel handig wist hij het gesprek te brengen op het leven in de hel en op den dagelijkschen arbeid en de eigenschappen zijner geleiders. Ik heb wel eens gehoord, zeide hij, dat Gij U zoo groot kunt maken als kerktorens en zoo klein dat gij allen te zamen door het oog van eene naald kunt kruipen.
Dat kunnen wij ook, bevestigden de duivels maar de smid trok een heel ongeloovig gezicht en na eene wijle stil gezwegen te hebben nam hij de wonderbeurs uit zijn zak en zeide, Jelui kunt zeggen wat Gij wilt maar dat geloof ik niet en ik wil wedden om vijf en twintig flesschen wijn dat Ge u niet zóó klein kunt maken dat Gij allen in deze beurs kunt.
De duivels namen de weddenschap aan, zij maakten zich zoo klein als erwten en kropen met hun allen de beurs in. En daarbinnen krioelde het van al die honderden en honderden duiveltjes maar ... ze zaten gevangen en al hunne pogingen om weder los te komen waren te vergeefs.
Met opgeruimd gemoed keerde nu de smid huiswaarts en in de smederij gekomen legde hij de beurs op het aambeeld en liet er door zijn knechten een half uur lang met voorhamers op slaan, dat de geheele buurt er van dreunde. En toen de knechten van vermoeidheid niet meer slaan konden, schudde onze smid de beurs op straat ledig en als een warrelwind en onder een akelig gesis en gefluit zag men toen de stukken en brokken in de richting der hel wegvliegen.
Van dezen dag af aan gingen de zaken van den kwaden smid weder achteruit; de smederij verliep en weldra stond het gebrek voor zijn deur. Nu moet ik wel, sprak hij op zekeren dag tot zich zelf en met het schootsvel nog voor ging hij vol berusting op weg naar de hel. Toen hij de hel bijna genaderd was, zag hij aan den kant van een riviertje een duivel zitten, die bezig was met water te putten. Nauwelijks echter had deze hem bemerkt of hij liet van schrik zijn emmer in het water vallen, liep hals over kop naar de hel toe en schreeuwde uit al zijn macht daar komt de kwade smid aan! En zoodra was hij niet binnen of hij smeet de deur van de hel dicht en schoof er de grendels op dat het knarste en kraakte. Te vergeefs klopte de smid aan de deur der hel men liet hem kloppen en daar binnen daar zaten al de duivels te rillen en te beven van den angst.
'Nu, Gij moet het zelf weten', zei de smid ten lange laatste, 'als Gij mij niet wilt binnenlaten, dan ga ik doodeenvoudig naar den hemel toe' en hij keerde de hellepoort den rug en ging regelrecht op reis naar den hemel. Maar ook daar werd hem niet opengedaan en Sinte Peter voegde hem bars toe: Gij komt er niet in. Dan zit er niets anders op dan te wachten, zei de smid en hij ging aan de poort des hemels zitten, en dacht bij zich zelf er zal wel uitkomst komen. Toen hij daar nu eenige dagen gezeten had zag hij op een goeden morgen heel in de verte een oud mannetje met een stokje aankomen. Wacht, zei de smid, van die gelegenheid zal ik gebruik maken en nauwelijks had Sinte Peter het mannetje op diens kloppen de poort des hemels ontsloten of hij sprong van zijn zitplaats op, wipte de poort door en rende als een haas den hemel in. En heel op het einde gekomen, spreidde hij zijn schootsvel uit en ging er op zitten als een kleermaker op zijn tafel.
Sinte Peter echter had hem spoedig ingehaald en beval hem op krachtigen toon het rijk des hemels te verlaten. Ik zit hier op eigen gebied, zei de smid en waar ik zit daar blijf ik zitten. Dan zal ik Onzen Lieve Heer roepen zei Sinte Peter. Maar toen Onze Lieve Heer gekomen was en Hij den smid had herkend, zeide Hij tot den poortwachter deshemels, Och laat hem maar zitten, want gij weet hij heeft tot driemaal toe onze ezels beslagen.
En als Gij een van allen nu ooit in den hemel komt dan moet Gij eens heel aan de achterste deur gaan kijken dan kunt Gij daar den kwaden smid nog altijd op zijn schootsvel zien zitten.

Onderwerp

AT 0330 - The smith outwits the devil    AT 0330 - The smith outwits the devil   

ATU 0330    ATU 0330   

Beschrijving

Smid die zijn smederij laat verlopen tekent een contract met de duivel waardoor hij schatrijk wordt, maar de duivel na zeven jaar zijn ziel komt halen. In die zeven jaar verricht hij driemaal arbeid voor Sint Petrus en Onze Lieve Heer zonder betaling te vragen. Hij aanvaardt wel drie geschenken, een stoel, een kerseboompje en een beurs die de eigenschap hadden dat alles wat er inzit niet los kan komen zonder de wil van de eigenaar. De smid vraagt de duivel op de stoel te gaan zitten, die kan niet eerder loskomen dan na nog zeven jaar te wachten. Na die zeven jaar verschijnt de duivel met zeven andere duivels die op aanraden van de smid kersen gaan plukken. Zodra ze in de boom zitten kunnen ze pas loskomen na de belofte nog eens zeven jaar te wachten. Na de derde zeven jaar komen alle duivels de smid halen. Met de list een weddenschap af te sluiten dat ze zich niet zo klein kunnen maken dat ze allen in de wonderbeurs passen, krijgt hij ze in de beurs die hij plat slaat. De smederij gaat daarna weer achteruit, waarop de smid besluit dat hij naar de hel moet. De duivels zijn bang voor hem en grendelen de hel af. Sint Petrus laat hem ook niet toe in de hemel, maar door met iemand mee te glippen lukt het wel. God herkent hem en de smid mag blijven.

Bron

Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 89-94

Motief

M211.11* - Man sells soul to devil in return for riches.    M211.11* - Man sells soul to devil in return for riches.   

K1811 - Gods (saints) in disguise visit mortals.    K1811 - Gods (saints) in disguise visit mortals.   

D1761.0.2 - Limited number of wishes granted.    D1761.0.2 - Limited number of wishes granted.   

D1413.1 - Tree from which one cannot descend.    D1413.1 - Tree from which one cannot descend.   

D1413.6 - Chair to which person sticks.    D1413.6 - Chair to which person sticks.   

D1413.9.1 - Wallet (sack) from which one cannot escape.    D1413.9.1 - Wallet (sack) from which one cannot escape.   

K213 - Devil pounded in knapsack until he releases man.    K213 - Devil pounded in knapsack until he releases man.   

A661.0.1.2 - Saint Peter as porter of heaven.    A661.0.1.2 - Saint Peter as porter of heaven.   

Q565 - Man admitted to neither heaven nor hell.    Q565 - Man admitted to neither heaven nor hell.   

K2371.1.3 - Heaven entered by trick: ”wishing sack“ thrown in.    K2371.1.3 - Heaven entered by trick: ”wishing sack“ thrown in.   

Commentaar

1893
Motieven: M211.11* Man sells soul to devil in return for riches; K1811 Gods (saints) in disguise visit mortals; D1761.0.2 Limited number of wishes granted; D1413.1 Tree from which one cannot descend; D1413.6 Chair to which person sticks; D1413.9.1 Wallet from which one cannot escape; K213 Devil pounded in knapsack till he releases man; A661.0.1.2 Saint Peter as porter of heaven; Q565 Man admitted to neither heaven nor helI; K2371.1.3 Hea- ven entered by a trick.
inv. no. R3a.1. Vgl. Jansen 1979a: 13-17. S.M330.1; AT 330 The Smith outwits the Devil; LS E541 Dem Teufel sich verschreiben, rettet sich durch List.
3. Sprookjes en natuurgeloof. Verhalen vanuit Helmond verzameld
Verhalen, sprookjes, anekdoten en mededelingen over volksgeloof, verzameld en/of opgetekend door August Hendrik Sassen. Uit zijn handschriftenverzameling, berustend in de bibliotheek van het Provinciaal Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant te 's Hertogenbosch.
Sassen werd geboren te 's Hertogenbosch op 6 maart 1853. Hij was archivaris en notaris te Helmond, en overleed op 22 juni 1913 te 's Gravenhage (zie Juten & Juten 1913, A.F.O. van Sasse van Ysselt 1914). Hij was de stuwende kracht achter het volkskundig onderzoek in Noord-Brabant aan het einde van de vorige eeuw. Om dit te bevorderen stichtte hij onder meer twee tijdschriften: het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde, en de Noordbrabantsche Almanak. Jaarboekje voor Noordbrabantsche geschiedenis, taal- en letterkunde.
Beide tijdschriften moesten evenwel na elkaar wegens financiële moeilijkheden stopgezet worden (zie ook de Inleiding). Door zijn werk, zijn vele activiteiten (hij was o.a. gemeenteraadslid van Helmond, regisseur van jeugdtoneelstukken, voorzitter van de vereniging tot drankbestrijding; en commandant van de plaatselijke schutterij), en zijn vroege dood is het hem niet gelukt de vele aan hem toegezonden en door hemzelf verzamelde gegevens over o.a. taalkunde, volksgebruiken, boerenalmanakken, kinderrijmen en spelen, en volksliederen zelf tot een of meerdere boeken te verwerken (zie voor verdere biografische gegevens Knippenberg 1952).
Een deel van zijn handschriftenverzameling bevindt zich te 's Hertogenbosch. Dit werd in 1943 en 1944 gerubriceerd en gecatalogiseerd. Het hier gepubliceerde deel daarvan werd eerder grotendeels, al dan niet in bewerkte vorm, bekend gemaakt door J.R.W. Sinninghe, zij het zonder opgave van inventarisnummer. Een aantal van de door Sinninghe aan Sassen toegeschreven verhalen is evenwel niet meer in 's Hertogenbosch te vinden, o.a. Sinninghe 1978: 16 (gloeiige te Duizel), 21 (dwaallichten), 36 (zelfmoordenaar in gedaante hond te Boxmeer), 45 (spookhaas te Mierlo), 81-83 (heksen in de gedaante van een kat), en 100 (weerwolf te Breda). Het wachten is op een volledige publicatie van het nog in 's Hertogenbosch aanwezige materiaal.
The Smith outwits the Devil

Naam Overig in Tekst

Roode Leeuw    Roode Leeuw   

Frans    Frans   

Onze Lieve Heer    Onze Lieve Heer   

Sinte Peter    Sinte Peter   

Zondagschen    Zondagschen   

Zondagse    Zondagse   

Helsche    Helsche   

God    God   

Gods    Gods   

Lucifer    Lucifer   

Belsebub    Belsebub   

Naam Locatie in Tekst

Helse    Helse   

Frankrijk    Frankrijk   

Plaats van Handelen

Helmond (Noord-Brabant)    Helmond (Noord-Brabant)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20