Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BLECOURTNB0222 - 3.141. De Toren van Bakel

Een sage (boek),

Hoofdtekst

3.141. De Toren van Bakel
Een groote menigte Kauwen bevond zich in 1858 in de gemeente Bakel. De hooge toren der kerk scheen als bezaaid van nesten dezer vogels, die aldaar hun verblijf hielden en uitbroedden.
Waardoor zij eene groote partij duiven verdreven aan de pastorij toebehoorende, die in den zomertijd menig hartelijke beet aan den pastoor verschafte om deze met genoegen op te peuzelen.
De koster deed hierover zijn beklag aan den Pastoor Henricus Augustinus Smits gewezen Kapelaan van Sint Jacob te 's-Bosch - die hier innig bedroefd en ontevreden - eene vergadering te zijnen huize belegde te weten van den Heer Burgemeester deszelfs Secretaris der Gemeente - van den schoolonderwijzer en de koster der Kerk.
Na te samen den middag in vroolijkheid te hebben doorgebracht ... zoo werd in den avond geconsulteerd welk het beste middel was van die Kauwen uit den toren te verjagen en uit de gemeente te verdrijven. Men kwam te samen overeen om nog dien zelfden avond juist op slag van tien uur met hun vijven den toren te beklimmen met een groote lantaarn een ieder voorzien van eene piek of stok om die kauwen te vangen en te dooden, doch alles in stilte en geheim niemand mogt hier het mInste van weten. Zoo gezegd, zoo gedaan. Op bepaalden tijd was iedeen present onder in den toren, de pastoor H.A. Smits als president, de Burgemeester met eene groote lantaarn In de hand. De Secretaris der Gemeente, de schoolonderwijzer, alsmede de Koster. Zij beklommen de trappen van den toren als ook nog eene ladder om tot de klokken te geraken. Een ieder plaatste zich alsdan in één der hoeken van den toren met eene dikke lange stok in de hand en de lantaarn werd in het midden gezet. Nauwelijks stond ieder gereed op zijn post of twee der grootste Kauwen vlogen op het licht aan, sloegen de lantaarn om, de kaars in stukken en het licht uit. Niemand der aanwezigen had lucifers bij zich, hetgeen per abuis was vergeten. Daar stonden zij nu in het duister en niemand hunner verstoutte zich of durfde de hooge ladder af te klimmen bij gevaar van een ongeluk te krijgen en dood te vallen. De klok sloeg elf uur en dáár te blijven geheel den nacht was onmogelijk.
De heer Pastoor, zeer beangstigd over het geval, verzocht zIjnen Koster licht te gaan halen, aangezien hij op den toren het beste bekend was. De Heer Burgemeester oppeneerde zich hier tegen om het groot gevaar, dat hierin gelegen lag. De Secretaris der gemeente stelde voor het beste te wezen aldaar te blijven vernachten tot den morgenstond opkwam. De Schoolonderwijzer om zijne zwakke constitutie beantwoordde zulks voor hem onmogelijk te wezen daar men te huis met zijne absentie onbekend was, alsmede dat er aan zijn persoon als te veel gelegen was doordien geheel het Bakelsch onderwijs van hem afhing en niemand in het Bakelsch accent zoo perfect als hij konde gevonden worden. Eindelijk bekwam de Koster het woord. Mijne heeren, volgens mijn opinie of goeddunken resteert er voor ons maar
een middel meer over, willen wij van twee kwade zaken de beste kiezen; namelijk het trekken en luijen met de Bakelsche brandklok; hierdoor zullen wij van het gevaar ontzet worden en ons leven behouden. Algemeen werd dit voorstel goedgekeurd en met blijdschap aangenomen.
Zoo gezegd, zoo gedaan. De Koster, met het luijen der brandklok bekend, zocht de touw der brandklok op en ondernam zijn werk; op het geluid der brandklok geraakte heel Bakel in rep en roer en ieder kwam te voorschijn en riep waar is de Brand men verzamelde zich aan de kerk, om te vernemen waar de brand was. Men zocht naar den Koster om de sleutels van de brandspuit
in het brandhuisje, maar te vergeefs. Ook vond men de toren gesloten, hierdoor ontstond er eene groote consternatie en niemand begreep wat er te doen was. Eindelijk hoorde men een geroep en geluid op den toren, waaruit men begreep dat er dieven en schelmen boven waren die de brandklok getrokken hadden om geheel Bakel te verontrusten.
Hierover verontwaardigd werd er eene commissie benoemd van 12 goed gespierde mannen, wel gewapend en voorzien van Pistool, schoppen en rieken, stokken, sabel en Pieken om den toren op te gaan en te zien wat er boven te koop was met behoorlijk licht, touwen en koorden om die schelmen te vangen en te binden. Boven gekomen aan de hooge ladder riepen zij qui vit - werda, waarop werd tegen geroepen alle bon ami. Zij gingen te samen de ladder op en kwamen bij de klokken. Rond gekeken waar die schelmen zaten vonden zij den eersten den pastoor H. Smits waar zij van verschrokken en zeiden wel toe, mijn heer de Pastoor in het midden van den nacht 12 uren, in het duistere op Bakels toren, wat is hier voor U te vinden. Ja, beste vrienden, antwoordde deze, ik ben niet alleen, zoekt maar rond, er zijn hier nog meer heeren, de tweede was de Burgemeester, al verder de derde de Secretaris, eindelijk de meester en de Koster. Groot was het gelach der Bakelsche boeren. Na elkander gesproken te hebben over de oorzaak dezer nachtelijke bijeenkomst gingen zij te samen ten 12 uren den toren af - een ieder ging naar huis en bed en lachtte eens vroolijk met de pret.

Beschrijving

Kauwen verjagen de duiven waardoor de pastoor geen duif meer kan eten. Pastoor, burgemeester, schoolonderwijzer, gemeentesecretaris en koster besluiten daarom om op een avond te toren te beklimmen om de kauwen te vangen en te doden. Kauwen vliegen echter de lantaarn om waardoor de mannen in het donker zitten en niet meer naar beneden durven. Om hulp te krijgen luiden ze de brandklok, maar in eerste instantie wordt gedacht dat het dieven zijn die de klok luiden. Een aantal mannen gaat bewapend naar boven, maar zijn verbaasd de vijf aan te treffen.

Bron

Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 138-139

Commentaar

inv. no. R2. Hs. Derks.
3. Sprookjes en natuurgeloof. Verhalen vanuit Helmond verzameld
Verhalen, sprookjes, anekdoten en mededelingen over volksgeloof, verzameld en/of opgetekend door August Hendrik Sassen. Uit zijn handschriftenverzameling, berustend in de bibliotheek van het Provinciaal Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant te 's Hertogenbosch.
Sassen werd geboren te 's Hertogenbosch op 6 maart 1853. Hij was archivaris en notaris te Helmond, en overleed op 22 juni 1913 te 's Gravenhage (zie Juten & Juten 1913, A.F.O. van Sasse van Ysselt 1914). Hij was de stuwende kracht achter het volkskundig onderzoek in Noord-Brabant aan het einde van de vorige eeuw. Om dit te bevorderen stichtte hij onder meer twee tijdschriften: het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde, en de Noordbrabantsche Almanak. Jaarboekje voor Noordbrabantsche geschiedenis, taal- en letterkunde.
Beide tijdschriften moesten evenwel na elkaar wegens financieële moeilijkheden stopgezet worden (zie ook de Inleiding). Door zijn werk, zijn vele activiteiten (hij was o.a. gemeenteraadslid van Helmond, regisseur van jeugdtoneelstukken, voorzitter van de vereniging tot drankbestrijding; en commandant van de plaatselijke schutterij), en zijn vroege dood is het hem niet gelukt de vele aan hem toegezonden en door hemzelf verzamelde gegevens over o.a. taalkunde, volksgebruiken, boerenalmanakken, kinderrijmen en spelen, en volksliederen zelf tot een of meerdere boeken te verwerken (zie voor verdere biografische gegevens Knippenberg 1952).
Een deel van zijn handschriftenverzameling bevindt zich te 's Hertogenbosch. Dit werd in 1943 en 1944 gerubriceerd en gecatalogiseerd. Het hier gepubliceerde deel daarvan werd eerder grotendeels, al dan niet in bewerkte vorm, bekend gemaakt door J.R.W. Sinninghe, zij het zonder opgave van inventarisnummer. Een aantal van de door Sinninghe aan Sassen toegeschreven verhalen is evenwel niet meer in 's Hertogenbosch te vinden, o.a. Sinninghe 1978: 16 (gloeiige te Duizel), 21 (dwaallichten), 36 (zelfmoordenaar in gedaante hond te Boxmeer), 45 (spookhaas te Mierlo), 81-83 (heksen in de gedaante van een kat), en 100 (weerwolf te Breda). Het wachten is op een volledige publicatie van het nog in 's Hertogenbosch aanwezige materiaal.

Naam Overig in Tekst

Kauwen    Kauwen   

Henricus Augustinus Smits    Henricus Augustinus Smits   

Sint Jacob    Sint Jacob   

's-Bosch    's-Bosch   

H.A. Smits    H.A. Smits   

Bakelsch Bakels    Bakelsch Bakels   

Naam Locatie in Tekst

Bakel    Bakel   

Plaats van Handelen

Bakel (Noord-Brabant)    Bakel (Noord-Brabant)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20