Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KOOIJMAN0102

Een personal narrative (mondeling), dinsdag 27 november 1962

Hoofdtekst

Ik had twee grootmoeders. De ene noemde ik dunne grootmoeder en de andere dikke grootmoeder. Toen de dikke grootmoeder, vaders moeder, stierf, moesten wij keinderen allemaal twee jaar in de rouw. Toen een broertje van me verdronk weer twee jaar en toen mijn moeder stierf weer twee jaar. En toen mijn dunne grootmoeder stierf weer twee jaar. Ik hen in mijn jonge tijd altijd in de rouw gelopen. Toen dunne grootmoeder begraven wier, was 't groot feest veur me. Want ik hoefde dien dag niet naar school en ik zou lekker eten krijgen. De dragers, die genomen wieren van de buren en van de hele erme minsen, pakten de kist en schoven hem op een boerenwagen. Er werd een plankje overdwars op de wagen gelegenen twee buurvrouwen, elk met een regenkleed om, een soort sluier in 't zwart, gingen zitten op het dwarsplankje en zaten met hun achterwerk boven de kist en met hun afhangende benen veur de kist. Dan liepen twee arme dragers bij de kop van 't peerd en de andere dragers liepen kort achter de dodenwagen. Alle nabestaanden reden daar met tentwagens achter. Alles ging stapvoets, een uur ver. Toen mijn grootje begraven was, mochten de naaste buren en de familie het dodenmaal gebruiken. De dragers hadden al flink wittebrood met rolstuk (1) gegeten vóór het lijk de deur uit ging. De buren en de familie aten flink en namen tenslotte elk nog een paar sneje krintebrood, want dat hoorde er ok bij. Toen kwamen de sigaren, flinke grote, van één cent per stuk. Het is al éénenzestig jaar geleden. Een neefje van me, die ok grootje moest zeggen, kaapte zo'n sigaar en ik dee ok mee. Mijn neefje was een jaar ouwer as ik en scheen voor 't roken geboren te zijn. Niks geen last. Maar ik wier zo misselijk da'k ontaard begon te spugen en heel de bril van het huisje bevuilde. Dus die begrafenis van grootje herinner ik me nog goed. Vroeger werden alle mensen begraven gelijk mijn grootje. Een boerenwagen was het vervoermiddel, twee treurende vrouwen op de kist, dat was zeker tegen 't ontsnappen van 't lijk. Na de begrafenis was het veel en lekker eten en dikwijls kwam er nadien nog een flinke borrel brandewijn bij. Ook met het afleggen, dat wil zeggen de dode uitklejen, werden een paar borrels geschonken. Dit waarschijnlijk om moed te scheppen. De vrouwen moesten de vrouwspersonen afleggen. De mannen de manspersonen. De vrouwen dronken geen sterke drank. Die schenen moed genoeg te bezitten zonder hulpmiddelen. Wanneer het eten was gedaan en de goeie eigenschappen van de dooie waren lang en breed besproken en met een borreltje de grootste droefheid wat weggewerkt was, dan vertrokken de buren en de verste bloedverwanten, en wat eigen was bleef nog een poos zitten om de toekomstige verdeling van de nalatenschap te bespreken. Alle vertrekkenden waren moreel verplicht een gulle fooi in de hand van de oppassers te stoppen. Dit beliep meestal een dubbeltje, sommige twee en een heel royaal mins gaf een kwartie. En zo is het jaren, misschien wel eeuwen geweest. Alle deelnemers aan de begrafenis waren onherroepelijk in 't zwart. Toen enkelen later met een rouwband verschenen, vonden velen dat een schandaal. De luiken van een sterfhuis bleven zes weken bijna helemaal dicht en de klejen mochten al die tijd niet ophangen. En zo is het eeuwen geweest.

(1) rollade

Beschrijving

Begrafenis en taferelen daaromtrent van de grootmoeder van de verteller. Wanneer iemand sterft moest men twee jaar in de rouw. Er werden dragers voor de kist ingehuurd, de kist werd op een wagen gezet met daarop twee gesluierde vrouwen. Na het begraven was er een dodenmaal, daarna kwamen er sigaren en vaak een flinke borrel. Alle deelnemers aan de stoet waren in het zwart. Na de begrafenis en het feest werd de nalatenschap verdeeld. De luiken van een sterfhuis blijven zes weken gesloten.

Bron

Henk Kooijman: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988.

Commentaar

27 november 1962

Plaats van Handelen

Lopik (Utrecht)    Lopik (Utrecht)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21