Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVS010 - Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam

Een legende (), 1425 - 1434

Hoofdtekst

Van haren staet haer moeders doot ende van heer Waermbout. Capitel tien
DOe haer moeder doot was, vercochte sij die selveren cleynoden ende andere dinghen die haer haer moeder ghelaten hadde, om vele min ghelts danse weerdich waren. Ende dat ghelt gaf sij voert also minlijc den armen, dat si selve groot ghebrec leet.
Sy lach een wile op een plume bedde, maer doe die tijcke versleten was, verherden die plumen in haer wonden, dat haer pijnlijc was. Ende daeromme was haer dat bedde ghenomen, ende lach een wile opdat bloote betstroe, ende wel drie jaer lanc op eenen bodem* van eender scrinen met haren rugghe.
Inden herden winter doemen* screef MCCCC ende VIII, soe waertsij van grooter couden ende naectheit menichwerf stijf ende haer lede waren te male swert. Ende haer tranen vervorssen* also seere op haer ooghen, dat sij niet en mochte sien. Sy en moesten yerst met viere ontdooyt* worden, ende leet anders so vele onghemaecs dat sij sonder twivel* natuerlijc ghestorven soude hebben, eno hadde haer van boven die godlijke gracie niet sonderlinghe behouden.

Sij halp na haer vermoghen alle den ghenen die hulpe aen haer* begheerden. Ende die rijke liede vergaten haer ende en holpen haer niet. In dien [221Rb] tijde was te Utrecht een gheestelijc vader die die overste was van den bruederen ende susteren der Derder Ordenen van Sinte* Franciscus der Stichten van Utrecht, die gheheeten was Warembout, daer si kennesse mede creech omtrent die half tijt van haerer siecten op die hoochtijt van Onser Vrouwen Boetscap in die vasten, op welken dach sij te samen waren op ghetoghen in hemelscher* bescouwinghe. Dese heere Warembout quam corts daer na voer Paeschen tot haer, ende sachse aen met grooten medelijden harer alleynden, ende gaf haer XXX groote om twee linen slaeplaken* mede te coopen; ende clam op die predicstoel ende versprac scarpelijc* des volcs vrecheit. Want sij met haren overvloedeghen goede sulken armen creatuerre Gods niet en hulpen.
Op die selve tijt sprac hij met der maghet ende seide, dathem van Gods weghen ware ghecondicht dat hi voer Paeschen soude sterven. Maer si antworde, dat hij soude moeten wachten die hoochtijt van Sincsenen. Ende dat ghesciede also. Doe openbaerde Lyedwy den heileghen vader hoe dat si seere beswaert was van dier grooter, langher siecten die sij hadde. Ende hij antworde, dat sij haer setten moeste te lijden, want [221Va] sij en hadde nauwe* de helft van harrer siecten over gheleden. Ende dat ghesciede also. Hy seyde mede, dat si een groot fundament* hadde gheleydt welke na volghende timmeringhe en mocht in corten jaren niet worden volmaect.
Doe dese heere Warembout siec lach, quamen die susteren van Sciedam tot Liedwy ende seiden, dat si wilden tUtrecht trecken om hem te vanden. Doe seide Liedwy dat si seere moesten haesten, of si en souden niet levende sien. Des selven daghes quamen die susteren laet tUtrecht ende hoorden die clocken feestelijc over hem luden, dien si noch hoepten levende te vinden.

Beschrijving

10. Over Liedewijs levensomstandigheden na de dood van haar moeder en over heer Wermbold
Na het overlijden van haar moeder verkocht Liedewij de kostbaarheden die haar moeder haar nagelaten had. De opbrengst gaf ze aan de armen. Ze lag een tijd lang op een verenbed waarvan de veertjes prikten in haar wonden. Daarom werd dit matras verwijderd: eerst lag zij een poos op het bedstro, en daarna ruim drie jaar op een kale plank. Omdat ze vrijwel naakt in bed lag, verstijfde ze in de strenge winter van 1408 vaak helemaal en waren haar ledematen volledig zwart. Het traanvocht bevroor in haar ogen.
In die tijd leefde in Utrecht een pater, Wermbold geheten. Hij kwam kort voor Pasen [8 april] naar haar toe. Toen hij haar in zo'n ellendige toestand aantrof, kreeg hij medelijden en gaf haar geld om twee linnen beddelakens te kopen. Daarna beklom hij de kansel en veroordeelde scherp de gierigheid van de mensen, omdat zij hun overvloed niet deelden met dit ellendige schepsel Gods.
Terzelfder tijd vertelde hij de maagd dat hem van Godswege verkondigd was dat hij vóór Pasen sterven zou. Liedewij antwoordde echter dat hij nog tot Pinksteren [27 mei] zou moeten wachten. En dat gebeurde ook. Liedewij bekende de vrome pater dat de langdurige ziekte haar zwaar viel. Daarop zei hij dat ze zich erin moest leren schikken, omdat ze nauwelijks halverwege haar ziekbed was. En ook dat klopte. Laat diezelfde dag bereikten de zusters van Schiedam Utrecht om wermbold te bezoeken, maar het was al te laat.

Bron

Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam. (Ed. Ludo Jongen en Cees Schotel). Verloren, Hilversum 1994 (tweede druk).

Commentaar

ca. 1435
Dit verhaal is per hoofdstuk ingevoerd. Er zijn 44 hoofdstukken. <br>
Tekst en informatie: http://www.dbnl.org/tekst/_lie002lied01_01/

Naam Overig in Tekst

Liedewij    Liedewij   

Wermbold    Wermbold   

God    God   

Derde Orde der Franciscanen    Derde Orde der Franciscanen   

Maria-Boodschap    Maria-Boodschap   

Pasen    Pasen   

Pinksteren    Pinksteren   

Lidwina van Schiedam    Lidwina van Schiedam   

Naam Locatie in Tekst

Utrecht    Utrecht   

Schiedam    Schiedam   

Plaats van Handelen

Schiedam (Zuid-Holland)    Schiedam (Zuid-Holland)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21