Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

- Nieuwe kleren van de keizer

Een (),

Onderwerp

AT 1620 - The King's New Clothes    AT 1620 - The King's New Clothes   

Beschrijving

The King's New Clothes

Tekst

Een keizer is verzot op mooie kleren. Twee vreemdelingen vervoegen zich bij hem en zeggen dat zij prachtige stoffen kunnen weven die echter alleen door mensen gezien worden die hun werk goed doen en niet dom zijn. De keizer geeft ze opdracht om die stoffen voor hem te weven. Ze krijgen goud en zijde om in de stoffen te verwerken en verkopen dat onmiddellijk weer door. Na enige tijd is de keizer benieuwd hoever het er mee staat, maar hij durft zelf niet te gaan kijken uit vrees dat hij de stoffen misschien niet zou zien en dus als dom beschouwd zou worden. Hij stuurt zijn oude eerlijke minister er heen, in de veronderstelling dat deze wel oprecht zal rapporteren wat hij ziet. De minister ziet tot zijn schrik alleen maar twee lege weefstoelen, maar laat niets merken. De twee oplichters beschrijven hem in geuren en kleuren hoe fraai de stoffen zijn en de minister doet hetzelfde bij de keizer. De oplichters vragen om nog meer geld, goud en zijde. Na enige tijd stuurt de keizer weer een ambtenaar om te zien of het werk al vordert. De ambtenaar vergaat het net zo als de minister. Tenslotte gaat de keizer met een hele delegatie naar de weefstoelen van de oplichters. De mensen uit zijn gevolg beschrijven hoe fraai de stoffen zijn, de keizer laat echter niet merken dat hij niets ziet. Besloten wordt om van de mooie stof kleren te maken voor de processie. Wanneer de kleren klaar zijn, vragen de oplichters de keizer zich te ontkleden en de nieuwe kleren aan te trekken. De keizer trekt onder bewonderende blikken van zijn omgeving zijn onzichtbare kleren aan en begeeft zich in de processie door de stad. Iedereen vindt de nieuwe kleren prachtig, alleen een jongetje zegt op zeker moment dat de keizer helemaal niets aan heeft. Dit vertellen de mensen snel aan elkaar door, zodat tenslotte iedereen roept dat de keizer geen kleren aanheeft. De keizer ziet in dat men gelijk heeft, maar vindt toch dat hij de processie tot het eind moet uitlopen alsof er niets aan de hand is. Dit sprookje (AT 1620, 'The King's New Clothes') dankt zijn bekendheid aan de sprookjesbundel Eventyr fortalde for Børn (1835) van Hans Christian Andersen (1805-1875). Andersen gebruikte als voorbeeld het verhaal uit het veertiende-eeuwse kluchtboek El libro de los exemplos de conde Lucanor et de Patronio van de Spanjaard Juan Manuel. Het motief van het bedrog met de niet bestaande kleding is echter al veel ouder en komt al in een Indiaas verhaal in de Avadânas (Boedda's wedergeboorten) uit de eerste eeuwen na Christus voor. Hier weeft iemand zo'n fijne draad dat niemand hem kan zien. Behalve met niet bestaande kleding kan het bedrog ook plaatsvinden met een niet bestaand schilderij. Een verhaal met dit motief komt voor het eerst voor in de veertiende-eeuwse Der Pfaffe Amîs van Der Stricker. Alleen wettig geboren kinderen zouden een schilderij kunnen zien. Het verhaal duikt later op in de Uilenspiegel-cyclus en bij Hans Sachs. Als mondeling verhaal is de 'Nieuwe kleren van de keizer' weinig opgetekend: slechts hier en daar in Europa, Azië en Zuid-Afrika. Wat Nederland betreft is het alleen enkele keren in Friesland door Ype Poortinga in de jaren zeventig opgetekend. De invloed van Andersen is hier evident. Uit de Vlaamse mondelinge overlevering kennen we het niet. De naaktheid van de hoofdpersoon is door Freud in zijn Traumdeutung (1900) psychologisch geduid als het in de jeugd verdrongen sexuele verlangen van kinderen om zich in het bijzijn van anderen uit te kleden. In naaktheidsdromen kan dit verlangen zich ongestoord uiten. Opvallend is dat in deze dromen de omstanders nauwelijks reageren op de naaktheid, precies zoals dat ook in het sprookje gebeurt. Freud neemt aan dat deze naaktheidsdroom aan de basis ligt van het sprookje. De vraag rijst bij deze interpretatie waarom het verhaal dan kennelijk niet of nauwelijks is doorgedrongen in de mondelinge overlevering. Archer Taylor noemt twee mogelijke oorzaken: de duidelijke moraal en/of de te pijnlijke inhoud van het verhaal. Het verhaal van Andersen is in 1893 gedramatiseerd door Ludwig Fulda in diens Der Talisman.

Literatuur

Teksten: Andersen 1952, p.73-76; Poortinga 1979, p.263-266.
Studies: AT 1620; VDK p.509; Tubach 1969, nr.3577; EM 7, p.852-857; Freud 1961-1973, dl.2/3, p.247-253; Liungman 1961, p.316; Taylor 1927-1928.