Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

- Zeemeermin van Edam: haar sage en de werkelijkheid

Een (),

Onderwerp

SINSAG 0032 - Das gefangene Meerweib    SINSAG 0032 - Das gefangene Meerweib   

Beschrijving

Das gefangene Meerweib

Tekst

"Sy huylden als een hondt, meest in de middernacht,
En wierdt door 't eerste licht in stille weêr gebracht,
Vischen, haer eygen aes, die vingse met haer handen,
Doch veeght de schobben eerst af met haer scherpen tanden,
of quam daer by geval een Smient of Water-eent,
Sy trock de veeren af, en al het kleyn gebeent."
Casper van Wachtendorp

Een hevige storm en de dijkdoorbraak in 1403 heeft in de vijftiende eeuw in Edam veel stof doen opwaaien. Door deze storm is via een gat in de dijk een "ongetemd Vrouwpersoon" in het Purmermeer beland. Omdat de dijken na deze storm direct hersteld zijn, kon zij niet meer terug naar de zee. Nadat zij diverse dagen in het Purmermeer heeft rondgezwommen hebben een aantal melkmeisjes haar uiteindelijk uit het water gevist. In Edam hebben ze haar gekleed, gevoed en schoongemaakt.
De meermin verlangde terug naar de zee, maar de Edammers lieten haar niet gaan. Vanuit het hele land kwam het volk toestromen om het "zeewijf" te bekijken. Ook de bewoners van de machtige stad Haarlem hoorden over het wonder vertellen en eisten haar op. Ze leefde er nog vele jaren en leerde er zelfs spinnen. Toen zij stierf werd ze begraven op het kerkhof, omdat ze gedurende haar leven dikwijls het teken van het Kruis had gemaakt.

In de Nederlandse Volksverhalenbank, onderdeel van het Meertens Instituut, is deze historische sage (Sinnighe 1943. P.14) over "De meermin van Edam" te vinden onder het typenummer SINSAG 0032, "Das gefangene Meerweib".
Het thema van "Das gefange meerweib" is niet alleen van toepassing op deze variant van "De meermin van Edam", integendeel het corpus van verhalen over een gevangen meermin is zeer breed te noemen. Bert Sliggers heeft in zijn boek "Meerminnen en meermannen, van Duinkerke tot Sylt" uit 1977 diverse varianten met het thema 'de (gevangen) meermin' verzameld.

In de diverse overleveringen over meerminnen zijn verschillende motieven te onderscheiden. Een groot deel van de verhalen draait om het motief dat meerminnen onheil zouden brengen, zoals het verhaal over de meermin van Westerschouwen.
Uit wraak om de vangst van zijn vrouw, spreekt een meerman een vloek uit over de stad Westerschouwen, die vervolgens verging. Zo bestaan er nog diverse varianten waarin een gevangen meermin uit wraak onheil brengt over de stad.
Een ander bekend motief is de visser/man die een meermin vindt en vervolgens met deze meermin trouwt. Een van de bekendste versies hiervan is de bewerking van het literaire sprookje "De kleine zeemeermin" van Hans Christiaan Andersen (1981)door Disney. Naast deze, voornamelijk door de volksmond overgeleverde sagen over (waarnemingen van) meerminnen, bestaan er ook beschrijvingen geschiedschrijvers en van meer 'betrouwbare' getuigen zoals bijvoorbeeld Columbus. Deze verhalen werden vaak voor waar aangenomen en opgetekend.

Ook het verhaal over de meermin van Edam is door diverse schrijvers, onder wie Adriaen Vosmaer (1786), opgetekend en verspreid. Al in 1470 schrijft de monnik Joannes a Leydis over "De meermin van Edam". Hij vertelt erbij dat het verhaal gebaseerd is op mondelinge verhalen van betrouwbare getuigen. Het verhaal van "De meermin van Edam" is daarna vooral bekend geworden en verspreid doordat het werd opgenomen in de Divisie Kroniek, die sedert 1517 talloze herdrukken beleefde.
Na de uitgave van de Divisie Kroniek is het verhaal opgenomen in diverse werken zoals Hadrianus Junius “Batavia” (ca 1560). Het verhaal over de zeemeermin staat vanaf eind zestiende begin zeventiende eeuw ook bekend als "De meermin van Haarlem" en komt tevens voor in diverse stedenbeschrijvingen van Haarlem uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw. Daarbij komt nog de publicatie in het Schoorlder Kronijckxen (ca 1701-1799), dat gedurende de gehele achttiende eeuw achterin vele exemplaren van Stichters Almanak werd uitgegeven. Ook internationaal kent men het verhaal. Het is terug te vinden in diverse Belgische kronieken (Vaernewijck 1574). De Franse filosoof Jan Bapiste Robinet haalde, begin achttiende eeuw, de meermin van Edam zelfs aan, als bewijs van het bestaan van zeemeerminnen.

De verhaallijnen van de diverse optekeningen komen in grote trekken overeen, maar hoe verder we van 1403 raken, des te fraaier de verhalen worden. Het enige element dat in alle versies ter sprake komt is de storm en de dijkdoorbraak van 1403 in Edam.
Dit is tevens het enige element van het verhaal dat als vaststaand feit kan worden aangenomen. Naast de overeenkomsten zijn er ook een aantal verschillen aan te wijzen. In de basis zijn er twee verschillende varianten te onderscheiden. In de ene variant wordt ze gevangen door melkmeisjes of vissers en wordt ze uiteindelijk naar Haarlem overgebracht waar ze overlijdt. In de andere variant wordt ze gevonden door een visser waarmee ze trouwt. Deze variant is onder andere opgetekend door Cornelis Bakker (1922) en heeft zich ook via mondelinge overlevering verspreid. De variant van Ocka Scharlesis(1597), de eerste versie waarin de melkmeisjes achterwege worden gelaten kan van deze variant de basis zijn geweest.

De belangrijkste verschillen zijn te ontdekken in de oudere varianten waarin de meermin wordt gevonden door de melkmeisjes. Eén van de verschillen zit hem in het al dan niet toevoegen van het christelijk element. Daarnaast is er een aantal versies waarin het deel in Edam kort wordt aangestipt terwijl de geschiedenis in Haarlem juist uitgebreid wordt beschreven en andersom. De meest interessantste verandering is uiteraard de transformatie van het hoofdpersonage van het verhaal. In de vijftiende eeuw wordt zij "zeewijf" of "watervrouwe" genoemd, en spreekt men over een vrouw met benen. In de zestiende eeuw twijfelen een aantal schrijvers "tussen vlees en vis" maar ze neigen allen toch meer naar het eerste. In 1786 doet Adriaen Vosmaer onderzoek naar de sage van "De Meermin van Edam". Hij komt tot de conclusie dat de overgang van vrouw naar meermin aan de geestelijke duisternis van de middeleeuwen toe te schrijven is. Als bewijs van deze theorie verwijst hij naar de versies van Theodorus Schrevelius (1648) en Casper van Wachtendorp (1645) waarin respectievelijk naar haar wordt verwezen met de termen monster en meermin. Dit is wellicht een wat voorbarige conclusie. Om meer duidelijkheid te krijgen over de transformatie van vrouw naar meermin en óf deze verandering zich in de middeleeuwen heeft voorgedaan, is een vergelijkingsonderzoek naar (on)bekende versies uit de verschillende eeuwen noodzakelijk. Hiervoor had ik nu echter geen gelegenheid.
Heden ten dage wordt de sage van 'De zeemmeermin van Edam' af en toe nog opgepikt door verhalenschrijvers zoals Midas Dekkers, maar daarnaast leeft het verhaal vooral voort via gevelstenen en bijvoorbeeld stadswapens. Zo stelt het wapen van de Purmer twee melkmeisjes voor, die tussen zich in een schild dragen met daarop afgebeeld een ‘meermin’ die aan het spinnen is; in het oorspronkelijke verhaal wordt er niet nog gesproken over een meermin maar over een ‘groen wijf’ die door melkmeisjes uit het Purmermeer wordt gevist. Ook het wapen van Haarlem verwijst nog naar het verhaal; het bestaat uit een afbeelding van een meermin en een meerman. Hiervan is nog een mooie gevelsteen te bewonderen. Deze steen is onder de daklijst van de waag ingemetseld, aan de kant van het Spaarne.

Uit eigen onderzoek in Edam blijkt dat het verhaal onder Edammers op weinig animo kan rekenen. Hoewel er een afbeelding van "Het groene wijf" in de kerk van Edam te bezichtigen is, en een houtsnijwerk op een van de huizen, wordt er ook vanuit de gemeente nauwelijks aandacht aan het verhaal besteed. De Kunstenaar Bert Knispel is wél zeer geïnteresseerd in haar verhaal en heeft een tentoonstelling over het verhaal opgezet. Tevens wil hij een boek over het verhaal uitbrengen. In Haarlem, waar de meermin volgens een aantal overleveringen naar toe is gebracht, is het verhaal wat bekender. In februari 2006 is er in het Haarlemmer Dagblad nog aandacht aan het verhaal besteed in een column. Hierop heeft de schrijver een aantal reacties gehad. Zo kreeg hij onder andere te horen dat de meermin bij de gelovige bakkersweduwe Wieneke in de Grote Houtstraat moet hebben gewoond. Dit duidt erop dat het verhaal in Haarlem nog wel enige bekendheid geniet.

Concluderend kunnen we stellen dat de sage van de zeemeermin van Edam zich op diverse manieren heeft verspreid. De variant waarin de meermin wordt gevangen door melkmeisjes of vissers heeft zich voornamelijk via de schriftelijke overlevering verspreidt. Behalve de verwijzing van Joannes a Leydis naar zijn mondelinge bronnen, heb ik geen verwijzingen gevonden naar andere mondingen bronnen.
Hoewel het verhaal zich logischerwijze via de opname in almanakken ook mondeling moet hebben verspreid, heb ik hiervan geen aanwijzingen kunnen vinden. De variant waarin de meermin wordt gevonden door een visser heeft zich wel via de mondelinge overlevering verspreidt.

Nu in de eenentwintigste eeuw het erfgoed weer meer en meer in de belangstelling komt te staan, is er een duidelijke toenemende interesse in volksverhalen.
In verschillende kranten en tijdschriften wordt aandacht aan volksverhalen besteedt. Zo is er in de Haarlemmer Courant van 23 februari 2006 een artikel verschenen over 'De Haarlemse meermin'. Wie weet is dit artikel een nieuw beginpunt van een grotere mondelinge verspreiding van het verhaal.

Literatuur

Primaire literatuur Aurelius, Cornelis. Divisiekroniek. Die Cronycke van Holland, Zeelandt ende Vrieslandt. Jan Seversz. Leiden.1517 Bakker. C. Geesten - en heksengeloof in Noord-Holland boven het IJ. De Gids. jrg.86. Amsterdam.1922 Cohen. J. Nederlandsche sagen en Legenden. Zutphen.1918. p.71-73 Guicciardini, Ludovico. Descrittione di tutti i Paesi Bassi altrimenti detti Germania Inferiore, 1567. p.375 Heussen, Hugo Franciscus van. Oudheden en Gestichten van Amstelland, Noordholland,en Westvriesland.Tweede deel. Christiaan Vermey. Leiden. 1722. P.227 Junius, Hadrianus. Toneel der Ghemuurde ende ongemuurde steden en vlecken van hollant en West-Vrieslant. Cap17. (Purmerenda) Leydis, Joannes Gerbrandis a. Chronicon Hollandiae.1470. Versie uit Sliggers. B (jr) Meerminnen en Meermannen.van Duinkerke tot Sylt. Kruseman. Den Haag, 1977. Snoyus, Reynerus. (Reinier Snoy). De rebus Batavicis libri XIII : nunquam antehac luce donati, emendati nunc demum & recogniti.p.? Mysterieuze Monsters 'grote mysteries'.Lekturama.1978 Parival, J.de. Les Delices des Pay-Bas.p.178 (De meermin van Edam.) Scharlensis, Ocka. Chronyk van Friesland, beginnende na ’s Waerelds Schepping 3070, eindigende na de Geboorte van Christi 1565”. Deze is later verbeterd door J. Vlytarp en A.C. Straviensis, Leeuwarden 1597. p. 43 Schoorel, Dirck Burgher van. Het Schoorlder Kronijckxken. Jacob Maagh. Alkmaar. Schrevelius, Theodorus. Harlemias, of Eerste stichting der stad Haarlem. Joannes Marshoorn. Haarlem. (Ik heb druk uit 1754 bekeken) J.R.W. Sinninghe. Hollandsch Sagenboek. Legenden en sage uit Noord- en Zuid-Holland. A. Storm van Leeuwen. 's Gravenhage.1943. p. 14 Soeteboom, Hendrik Jacobsz. De historie van Waterland: behelsende de oude, besondere en ghedenckwaerdige geschiedenisse van Waterlandt en de Waterlanders: mitgaders de steden van Edam, Munckendam, en de alle dorpen van Waterlandt : als mede een breede en generale beschrijvinge van 't begin, opgangh en voortgangh der stadt en heerlijckheyt van Purmer-endt. Rem Jansz Boerman 1658. P. 15 t/m 17 lettelijk overgenomen van Scriverius Vosmaer, Adriaen. Beschrijving van de zoogenaamde meermin der Stad Haarlem.1786 Wachtendorp, Caspar. Korte Hollandsche Geschiedenissen ofte Korte Hollandsche rym-Kronyck. 8e boek. Amsterdam. Wolf. Niederländische Sagen. Leipzig 1843 Secundaire literatuur Dekkers, Midas. Bestarium. Bert Bakker. Amsterdam 1977. P.67-73 (meermin.) Geldorp, Frans van. De zeemeermin van Edam. Haar legende en werkelijkheid.In:Het Peperhuis. jaargang 1969, no.3, oktober 1969 Leeuwen. Ko van. Haarlemse meermin: vis, vrouw of allebei? In: Haarlems Dagblad. 23 februari 2006. Schoorel, Dirck Burgher van. Het Schoorlder Kronycxken, waer in vertoont wert, hoe over eenige hondert jaren, veel steden en dorpen, by en om Wieringen waren...'t Amsterdam. [1702] J.R.W. Sinninghe. Hollandsch Sagenboek. Legenden en sagen uit Noord- en Zuid-Holland. A. Storm van Leeuwen. 's-Gravenhage 1943, p. 14-18. Sliggers. B (jr) Meerminnen en Meermannen.van Duinkerke tot Sylt. Kruseman. Den Haag, 1977. Soeteboom,Hendrik Jacobsz. De historie van Waterland: behelsende de oude, besondere en ghedenckwaerdige geschiedenisse van Waterlandt en de Waterlanders: mitgaders de steden van Edam, Munckendam, en de alle dorpen van Waterlandt : als mede een breede en generale beschrijvinge van 't begin, opgangh en voortgangh der stadt en heerlijckheyt van Purmer-endt. Rem Jansz Boerman 1658. P. 14-19 Vosmaer, Adriaen. Beschrijving van de zoogenaamde meermin der Stad Haarlem.1786 Andere bronnen: Bert Knispel. Interview en enkele gekregen documenten. Edam. 28 juli 2006. Volksverhalenbank.