Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

- Smileybende

Een (),

Onderwerp

TM 6053 - De engelenlach    TM 6053 - De engelenlach   

Beschrijving

De engelenlach

Tekst

Een groep (veelal allochtone) jongens sluit een meisje in dat 's nachts alleen over straat gaat en geeft haar de keuze tussen een ‘smiley’ of een groepsverkrachting. Als het meisje vervolgens voor de smiley kiest, snijden de jongens haar mondhoeken van oor tot oor open in een ‘eeuwige glimlach’. Ze stompen haar dan ook nog in de maag, zodat ze schreeuwt en de mondhoeken extra openscheuren. Vervolgens strooien ze zout in de open wond. In september 2003 begint dit schrikbarende verhaal over de ‘Smileybende’ te circuleren op internetfora, scholen en in studentenhuizen in Nederland. Het verspreidde zich als een lopend vuurtje door het land. Waar het eerst beperkt bleef tot specifieke kringen in een aantal steden, bereikte het via de media uiteindelijk het grootste deel van Nederland, en ontstonden er verschillende varianten. Hieronder eerst een klein overzicht van de verspreiding en de achtergrond van het verhaal; in de latere paragrafen wordt het verhaal gedetailleerder onder de loep genomen. Journalist en onderzoeker Peter Burger bestudeerde de verschillende versies en volgde de loop ervan vanaf de opkomst in september 2003 tot de verdwijning in Nederland eind 2003. Hij constateerde, onder andere in De Jacht op de Veluwepoema (Burger, 2006), dat het verhaal van de Smileybende al minstens een halve eeuw oud is. Bovendien heeft het in verschillende Europese landen gecirculeerd. De vroegst bekende versie van het verhaal stamt uit de jaren ’50, waar het gerucht over ‘scheermesbendes’ de ronde deed in Glasgow (Schotland) en in Newcastle-upon-Tyne (noordoosten van Engeland). Slachtoffers zouden hier, volgens het verhaal, getekend worden met een ‘Glasgow Grin’ (of Smile). Dit oorspronkelijke gerucht is waarschijnlijk ontstaan naar aanleiding van de Glasgowse ‘bendecultuur’ die daar heerst sinds de jaren ’30. Gezichtsverminkingen werden (en worden) door deze bendes vaak toegepast. Het zou dus goed kunnen dat de sage van het Smileybende-verhaal ‘geïnspireerd’ is door dit waargebeurde bendegeweld. Zo’n twintig jaar later, begin jaren ’70, verschijnt het verhaal in Liverpool, waar van een bende wordt gesproken die kruisen en nullen op gezichten krast (Bennett & Smith 2007). In 2001 dook het verhaal opnieuw op in Engeland, in het stadje Stalford, waar waarschuwingen verschenen voor een bende die zichzelf de ‘Smilies’ noemde. Net iets daarvoor, van november 1999 tot februari 2000, galmt een soortgelijk verhaal over de ‘Bende met de witte petten’ door de Franse straten. In 2001 brengt een straatbende de ‘glimlach van een clown’ toe aan slachtoffers in Spanje. In 2002 bereikt het verhaal van de ‘engelenlach’ Vlaamse kringen, om zo in 2003 uiteindelijk in Nederland te belanden. Hier staat de verminking in de vroegste versies van het verhaal ook bekend als de engelenlach (vandaar deze benaming voor het typenummer); even later spreken Nederlanders gewoon van een ‘smiley’. Als nu gekeken wordt naar feitelijke informatie over de Smileybende, zoals aangifte door slachtoffers bij de politie of duidelijke getuigenverklaringen, is de conclusie eenduidig: die feiten zijn er niet. Het horrorverhaal van de glimlachbende is op geen enkele wijze gegrond in de werkelijkheid; het is dus een broodjeaap. Verspreiding Smileybende in Nederland In Nederland verscheen het verhaal van de Smileybende in de eerste plaats in een aantal zuidelijke steden: Roosendaal, Zaltbommel, Rotterdam, Den Haag, Leiden en Naaldwijk (Burger, 2009). Een verspreiding van zuid naar noord dus, hetgeen overeenstemt met het feit dat het verhaal een jaar eerder in Vlaanderen de ronde deed. Aanvankelijk bleef het verhaal circuleren in slechts een aantal steden, maar na uitgebreide media-aandacht was het al gauw in heel Nederland bekend. Ondanks dat er nergens sluitend bewijs was voor de geruchten, in de vorm van slachtoffers of daders, bleven veel mensen geloven in de waarheid van de bende. Hoe valt dit te verklaren? Een belangrijke rol hierin werd gespeeld door de media. Door publicaties in kranten en gerenommeerde online nieuwssites begon het verhaal pas echt overal in Nederland bekend te worden. Of media erbij vermeldden dat het om een broodje aap ging bleek niet veel uit te maken: mensen negeerden het oordeel van de media, en gebruikten de nieuwsberichten slechts als aanknopingspunten voor nieuwe discussies over het verhaal – “Denk jij inderdaad dat het niet gebeurd is? Of toch wel?” Dit stemt overeen met psychologisch onderzoek waaruit naar voren komt dat mensen die ergens een bepaald gerucht vernemen, de neiging hebben om wél het gerucht te onthouden, maar niet in hoeverre het nu eigenlijk wel of niet waar is (Dubois, Rucker & Tormala, 2011). Zelfs autoriteiten konden blijkbaar niet ingezet worden om het virus de kop in te drukken: “De politie houdt het stil, zei de een, want ze zijn bang voor rassenrellen” (Burger, 2006). Autoriteiten hebben in het begin bovendien fouten gemaakt: de politie ontving bezorgde telefoontjes en hielp in alle paniek – en ondanks het gebrek aan feitelijke informatie – mee het verhaal te verspreiden. De politie-officier van Zaltbommel bijvoorbeeld ontkende geruchten dat de bende zich in Zaltbommel bevond, maar beweerde dat er wel een slachtoffer was gevallen in Roosendaal. Hoewel de geruchten daar wel hadden gespeeld, was ook daar geen spoor te bekennen van de bende of diens slachtoffers. Ook een medewerkster van het ministerie van Buitenlandse Zaken, van de afdeling Asiel- en Migratiezaken, authenticeerde onbedoeld het verhaal door een kettingmail over de Smileybende door te sturen en te voorzien van haar elektronische handtekening (Burger, 2009). Autoriteiten maakten dus fouten, die snel werden opgepikt en verspreid door de media. Naarmate het verhaal van de Smileybende zich verder verspreidde in Nederland, werden de daders in het verhaal ineens geïdentificeerd als mannen van Marokkaanse afkomst. Vooroordelen over Marokkaanse immigranten en criminaliteit, aangewakkerd door de 9/11 aanslagen die werden gepleegd in de naam van de islam, zijn hier ongetwijfeld van invloed geweest. Marokkaanse daders maakten het verhaal van de Smileybende voor velen ‘geloofwaardiger’: het werd een reflectie van al in de samenleving heersende gevoelens van angst tegenover de islam en Marokkaanse immigranten. Hierover verderop meer. Verschillende varianten van het verhaal: verschillen en overeenkomsten Het verhaal van de Smileybende heeft de afgelopen vijftig jaar telkens verschillende vormen aangenomen. Dit komt ten eerste omdat volksverhalen mondeling worden overgeleverd, en de verspreiding ervan dus op het (feilbare) geheugen van mensen aankomt. Uit onderzoek (Bartlett 1932, in: Fine 2001) blijkt dat mensen wel een ‘schets’ van het verhaal onthouden, maar vervolgens zelf de details invullen. Dit wordt ook wel ‘distortion’ (vertekening) genoemd, waarbij het zelf invullen van de vergeten details een proces van sociaal constructivisme is: mensen vullen in wat hen het meest logisch lijkt. Uit later onderzoek komt naar voren dat de details van een verhaal die onthouden, vergeten, of toegevoegd worden, verband houden met iemands overtuigingen, emoties, sociale contacten en vooroordelen (Fine, 2001). Vooral de ‘bad guys’ in het Smileybende-verhaal, zoals de hierboven vermelde Marokkanen in de Nederlandse versie, laten dit fenomeen goed zien. Maar verhalen veranderen niet alleen ten gevolge van een tekortschietend geheugen: mensen kunnen er ook bewust voor kiezen om details te veranderen in een verhaal. Zo kunnen ze bijvoorbeeld daders selecteren die behoren tot groepen die zijzelf als (anders en daarom) gevaarlijk beschouwen. Deze gevaarlijke ‘Other’ (uitgebreider besproken in de volgende paragraaf) verschilt dan op grond van bijvoorbeeld cultuur, etniciteit of politieke, religieuze of seksuele voorkeur. De daders in het Smileybende-verhaal zijn vaker mannen van sociale of etnische minderheden en/of er wordt ingespeeld op (in een land of omgeving) heersende gevoelens van angst en woede jegens bepaalde groepen, bijvoorbeeld bendes. In Glasgow en het oosten van Engeland waren de daders leden van de befaamde Schotse ‘scheermesbendes’. In 1989 in Londen werd de rol vervuld door voetbalhooligans van de club Chelsea, wier verminking ook wel bekend stond als de ‘Chelsea Smile’ (Burger, 2009). In Frankrijk stonden de daders eerst bekend als inwoners van Marseille, maar in latere versies van het verhaal werden het voetbalhooligans of Turkse immigranten. De verminkende glimlach werd daar wel ‘sourire kabyle’ of Algerijnse glimlach genoemd, naar een verwonding die in de jaren ’50 tijdens de Algerijnse oorlog werd toegebracht. Deze oorspronkelijke Algerijnse glimlach was echter geen verwonding van oor tot oor, maar een wat lagere ‘glimlach’: een doorgesneden keel. In Spanje werden leden van de bende bestempeld als neonazi’s of als behorend tot een bende van Zuid-Amerikaanse oorsprong, de ‘Latin Kings’. In België ontstonden drie versies met verschillende daders: Vlaamse adolescenten gingen uit van een Marokkaanse jeugdbende, volgens Franssprekende Belgen ging het om simpelweg ‘gekleurde buitenlanders’ en Marokkaanse meisjes waren juist weer bang voor Vlaamse racisten. In Nederland ten slotte waren de daders in een eerste versie van het verhaal nog een groep jongens van onbekende nationaliteit, daarna werden zowel Antillianen als Marokkanen als de daders aangewezen, en in de uiteindelijke versie waren volgens de grote meerderheid Marokkanen verantwoordelijk voor de misdaden. Behalve de identiteit van de daders bestaan er nog meer verschillen tussen de verschillende versies, zoals de naam voor de verminking: Glasgow Grin, Glasgow Smile, Chelsea Smile, Algerijnse glimlach, engelenlach en de eeuwige (glim)lach waren enkele gebruikte termen. Ook in de slachtoffers zat variatie: in Engeland waren dit kinderen, in Frankrijk, België en Nederland meestal meisjes (tieners/adolescenten) en in een aantal versies een jong koppel (vriend/vriendin). Er bestond in Nederland ook wel een versie waarbij het slachtoffer zelf geen keus had: dikke meisjes kregen een glimlachverminking toegebracht, terwijl dunne meisjes werden verkracht en daarna een ‘verdrietige smiley’-verminking kregen, in de vorm van uitgesneden mondhoeken naar beneden in plaats van naar boven (Burger, 2009). In Engeland ten slotte gebruikten mensen in sommige versies de creditcard van het slachtoffer om de ‘glimlach’ mee te maken. “Marokkanen hebben het gedaan” : hidden ethnic bias, of angst voor ‘De Ander’ en de invloed van de media Dat het verhaal van de Smileybende juist in 2003 zo aansloeg in Nederland (en andere Europese landen), is waarschijnlijk geen toeval. De aanslagen die plaatsvonden op 11 september 2001 in Amerika bijvoorbeeld hadden een enorme impact op landen over de hele wereld. Het verhaal van de Smileybende vond zo een vruchtbare bodem in al heersende angstgevoelens en gevoelens van haat tegenover ‘de’ vijand – voor veel mensen gegeneraliseerd naar alle moslims en inwoners van de Arabische wereld. Bij het verhaal van de Smileybende werden dit dus Marokkanen. Fine (2001) noemt een gerucht dat woede reflecteert ook wel een “wedge-driving rumor”, oftewel een verhaal dat een wij-zij scheiding bewerkstelligt. De ‘zij’ - in dit geval Marokkanen, en Marokkaanse mannen in het bijzonder - worden zo op één hoop gegooid en bestempeld als de kwaadaardige ‘Other’. Dit blijkt wel uit reacties op internetfora, zoals de volgende van ‘Sjoerd’ (in reactie op het Smileybende-verhaal) op 25 oktober 2003: “Nu zou ik die marrokaantjes echt wel in een rolstoel willen zetten en van de berg af duwen, stelletje rashoeren *boze smiley* *boze smiley*”. Na de aanslagen van 9/11 vonden er bovendien nog een aantal schokkende gebeurtenissen plaats die zorgden voor spanningen tussen Nederland en moslimimmigranten. Op 7 juli 2005 vonden in Londen terroristische aanslagen plaats in de bus en metro. Experts wezen hier de islamitische paramilitaire organisatie Al Qaida aan als de dader. Ook in Madrid vonden op 11 maart 2004 terroristische aanslagen plaats op vier treinstations. Of Al Qaida hier ook achter zat is niet duidelijk, maar de islamitische organisatie werd wel als een mogelijke dader beschouwd. In Nederland in 2002 werd de rechtse politicus Pim Fortuyn vermoord – weliswaar door een blanke dader, maar in de publieke beleving veelal wel vanwege diens anti-islamitische standpunten. Twee jaar later, in 2004, werd filmmaker en columnist Theo van Gogh – iemand met soortgelijke anti-islamitische ideeën – om het leven gebracht, dit keer door een moslim fundamentalist. Al deze gebeurtenissen hebben bijgedragen aan vooroordelen en wantrouwen van sommige mensen tegenover moslimimmigranten in Nederland. Een ‘Marokkaanse’ Smileybende maakte het verhaal zo ‘geloofwaardiger’ en meer vatbaar voor verspreiding. Meder (2009) merkt ook op: “The willingness to believe the tales, in which immigrants are portrayed as criminals and Muslims as terrorists, is an indication for hidden ethnic and religious bias.” (p.268). Het ‘verbergen’ van deze etnische en religieuze vooroordelen in een verhaal, heeft dus ook een functie: zich verschuilend achter de ‘waargebeurde’ status van het verhaal, kunnen mensen hun vooroordelen uiten zonder beschuldigd te worden van racisme. En dan is er nog het beeld dat veel Nederlandse autochtonen hebben van allochtone criminaliteit in Nederland. Als je sommige cijfers moet geloven, zijn er de afgelopen jaren inderdaad veel misdaden gepleegd door Marokkaanse allochtonen: hoogleraar Criminologie Frank Bovenkerk vermeldt in de Volkskrant (juni 2009) dat 55% van de Marokkaanse adolescenten tussen 18 en 24 jaar in aanraking komt met de politie, tegenover 18,4% van de autochtone mannen. Het recente jaarrapport 2011 van integratie heeft het over 65% van de Marokkanen die tussen de 12 en 23 jaar weleens is opgepakt, tegenover 25% van de autochtonen. Bij de cijfers van Bovenkerk zijn echter datzelfde jaar nog vraagtekens gezet na vervolgonderzoek: de autochtone jongeren zouden vastzitten voor ernstige misdrijven en de allochtone slechts veelal voor ‘verdenkingen’ en kleinere delicten. Bovendien zou de politie Marokkaanse allochtone jongeren beter in de gaten houden en eerder oppakken dan Nederlandse jongeren (De Waard, 2009). Ook de media spelen hierin weer een grote rol; in de wisselwerking die er bestaat tussen media en mediagebruikers. De media zijn geneigd om juist die onderwerpen te selecteren waar de gemiddelde mediagebruiker in geïnteresseerd is (gebaseerd op bijvoorbeeld geruchten, die weer vooroordelen bevatten); tegelijkertijd bepalen de media wat ‘nieuws’ is voor de mediagebruiker (Shadid, 2005). Maar het gaat nog verder, want de media hebben ook invloed op de identiteit en het gedrag van mediagebruikers die in de media als crimineel worden neergezet: zoals Burger (2008) opmerkt zijn “mediabeelden van misdaad evenzeer afspiegeling als model; deelnemers aan gecriminaliseerde subculturen modelleren hun gedrag naar voorbeelden uit de media en inspireren door hun daden en uitingen tegelijkertijd nieuwe […] mediaproducten.” Er is dus sprake van een ingewikkelde wisselwerking tussen werkelijkheid, vooroordelen en media/geruchten. Dit kan ook weer ostension in de hand werken – zie hierover de volgende paragraaf. Ostension Juist door de ingewikkelde wisselwerking tussen realiteit, media en geruchten, wil het ook nog wel gebeuren dat een broodjeaapverhaal toch waarheid wordt – een fenomeen dat ook wel wordt aangeduid met de term ostension. Dégh & Vászonyi (1983, in: Burger 2008) onderscheiden naast ostension ook nog drie afgezwakte vormen van dit fenomeen. Bij het verhaal van de Smileybende was (‘gelukkig’) enkel sprake van twee van deze afgezwakte vormen, pseudo-ostension en proto-ostension. Pseudo-ostension houdt in dat mensen als ‘ grap’ of hoax anderen doen geloven dat het verhaal echt gebeurd is. Twee jongens van 15 en 17 jaar uit Rotterdam deden zich bijvoorbeeld voor als leden van de Smileybende in oktober 2003. Ze riepen de uit het verhaal bekende vraag “Wil je verkracht of wil je een smiley?” naar meisjes op straat, zonder dat hierop vervolgens de actie uit het verhaal volgde. Ze zijn opgepakt door de politie (Burger, 2006). Ook was er een meisje dat aan kwam zetten met krassen op haar gezicht en claimde dat ze was aangevallen door vier jongens met een mes (Burger, 2008). Later bleek dat ze het verhaal verzonnen had en dat ze de wonden zelf had toegebracht – dit onterechte toe-eigenen van het Smileybende-verhaal is een voorbeeld van proto-ostension. Deze vormen van ‘acting out the story’, al is het doen-alsof, werkten natuurlijk wel weer geruchten over het verhaal in de hand. Het Smileybende-verhaal anno 2012 Hoewel het verhaal van de Smileybende eind 2003 doodbloedde in Nederland en niet meer in de media kwam, blijven de geruchten sindsdien (ook vandaag de dag) nog sporadisch rondgaan op internetfora. Een zoektocht via Google laat zien dat het verhaal bijvoorbeeld weer even speelde op Nederlandse internetfora in 2008 en eind 2010. Het wordt in discussies door de meesten wel bestempeld als een broodjeaap, al zijn er wat uitzonderingen. Het volgende nog recentere bericht van ThisIsMyWay bijvoorbeeld, geplaatst op 25-01-2012 op het forum van de site “Go Supermodel”: Onderwerp: smileybende is in onze stad öÔ jups, altans , dat zeggen ze. het staat in de kranten enz.. en de hele school praat erover :s brrr... sommigen durven zelfs niet meer te voet naar huis gaan ô.Ô ... smileybende is zo een bende dat zegt : eeuwige lach of verkr8ing en als je eeuwige lach kiest snijden ze de uiteinde van je lippen open en doen ze er zout op en heb je een eeuwige lach ik woon in belgie, limburg,sint-truiden het zou een moeilijke keuze zijn als het iemand overkomt ik wens dit niemand toe voordelen engelenglimlach: ER ZIJN GEEN VOORDELEN nadelen: glimlach voor ALTIJD, littekens voor altijd, trauma voordelen verkr8ing:er zijn GEEN voordelen nadelen: teruggetrokken, trauma, enz.... wegrennen is geen optie: ZE ZIJN TOCH ALTIJD IN GROEP Een zoektocht naar nieuwsberichten in kranten of online nieuwssites over de Smileybende rond deze datum in Limburg levert niets op. Een enkeling op het forum reageert sceptisch, maar veel (waarschijnlijk jonge meisjes, gezien het onderwerp van de website) angstig en geschokt. Na twee pagina’s krijgen de daders een identiteit: Canzone d'amore schreef: Het is een marokkaans verbond. altijd weer die buitenlands jongens!!! […] dat is zo. in rotterdam waren ze als eerste. MAROKKANEN deden het. en nu nog steeds. Ook anderen beweren in reacties op ThisIsMyWay dat ze over de Smileybende hebben gelezen in ‘kranten op school’. Weer anderen hebben via een vriendin van een vriendin (friend of a friend, ‘FOAF’) gehoord van iemand die dit is overkomen, en nu onder de littekens zit. Er ontstaat ook een discussie omtrent de vraag waar de meiden voor zouden kiezen als het hen zelf zou overkomen; de verkrachting of de smiley. Naarmate de discussie vordert komen er steeds meer ‘ongelovigen’ die zich beroepen op het gebrek aan feitelijk bewijs. Op pagina 41 citeert iemand Peter Burger, met zijn conclusie dat het verhaal een broodjeaap is. Dan pas besluit de beheerder de topic te sluiten. De ‘Chelsea Smile’ dook recentelijk (2008) op in een Schots artikel, naar aanleiding van een onderzoek naar jeugdbendes in Glasgow (Bannister & Fraser, 2008). Het artikel rapporteert dat kinderen daar geloven in een bende van ‘Chelsea Clowns’, die aangescherpte tanden hebben, in bossen wonen en in witte bussen rondrijden. Als ze kinderen te pakken krijgen, brengen ze de glimlachverminking tot stand door credit cards in hun mond te duwen en hun slachtoffer in de maag te stompen. In de wijde omtrek is in Glasgow echter geen enkele bende bekend met deze naam of methode; het is volgens de auteurs slechts een cautionary tale. Toch lijkt het in Glasgow niet zo’n vergezochte waarschuwing: de gezichtsverminkingen op zich, zonder een specifiek verhaal erbij, zijn recentelijk nog in het nieuws gekomen in Schotland. Deze nieuwsberichten zijn geen broodjeaap: een ziekenhuis in Glasgow meldde in 2008 elke week minstens één keer te maken te hebben met een Glasgow smile (Daily Express, 27-10-2008). Een artikel in The Sun een jaar later plaatste een interview met een lid van één van de vele criminele bendes die de straten van Glasgow rijk is. Deze jongen merkt over de verminkende glimlach op: "Drug dealers here use the Glasgow smile as retribution. They slash with a Stanley knife from the corner of mouth to ear. It often cuts through a nerve that works muscles for facial expression — and, contrary to the name, the victims are unable to smile afterwards” (The Sun, 15-10-2009). Ook ‘onschuldige’ burgers die niets met het straatleven te maken hebben zouden volgens hem worden verwond met messteken in het gezicht. De frequentie van de verminkingen zou volgens The Sun liggen aan Schotland’s ‘messencultuur’, die voortkomt uit de heersende sociale verloedering. Recent onderzoek aan de hand van data van traumachirurgen laat ook zien dat de verminkingen helaas geen fabeltje zijn: “Every six hours in the city, someone suffered a serious facial injury” (The Guardian, 19-12-2011). Zoals Meder (2004) opmerkt, zijn verhalen besmettelijk, en er is regelmatig sprake van nieuwe ‘besmettingshaarden’. Ellis (2001, in: Meder 2004) omschrijft verhalen ook wel als ‘memes’: culturele eenheden die zich als virussen kunnen verspreiden en mensen infecteren. Zeker waar een ingewikkelde wisselwerking tussen feit en fictie bestaat, zijn verhalen niet gemakkelijk uit te roeien. De recente vermeldingen van de Smileybende in Nederland en Schotland tonen aan dat het verhaal nog niet uitgestorven is. Vermeldingen van ‘feitelijk’ (bende)geweld, zoals de gezichtsverminkingen in Schotland, dragen bovendien bij aan de geloofwaardigheid van het verhaal. Het is dus misschien niet eens de vraag of, maar waar en wanneer, het virus van het Smileybendeverhaal weer de kop op steekt…

Literatuur

Bronnen: -Banister, J. & Fraser, A. (2008). Youth gang identification: learning and social development in restricted geographies. Scottish Journal of Criminal Justice Studies, 14. pp. 96-114. -Bartlett, F. (1932). Remembering. Cambridge: Cambridge University Press. -Baudrillard, J. (1988). Simulacra and Simulations. In: Selected Writings. Ed. Mark Poster. Stanford; Stanford University Press, pp. 164-184. -Bennett, G. & Smith, P. (eds). (2007). Urban Legends: A collection of international tall tales and terrors. London: Greenwood Press. -Burger, P. (2006). De Jacht op de Veluwepoema: Sagen en Geruchten uit het Moderne Leven. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, pp. 108-117. -Burger, P. (2008). De levenskracht van marginale verhalen over misdaad: Moderne sagen, ostension en criminology. In: D. Siegel, F. Van Gemert & F. Bovenkerk (red.), Culturele Criminologie. Den Haag: Boom Juridische Uitgevers, pp. 83-95. -Burger, P. (2009). The Smiley Gang Panic. Western Folklore, 68(2/3). Pp. 275-295. -Dubois, D., Rucker, D.D., & Tormala, Z.L. (2011). From rumors to facts, and facts to rumors: The role of certainty decay in consumer communications. Journal of Marketing Research, 48, p. 1020-1032. -Fine, G.A. & Turner, P.A. (2001). Whispers on the Color Line: Rumor and Race in America. Berkeley and Los Angeles, CA: University of California Press. -Meder, T. (2009). They are Among Us and They are Against Us: Contemporary Horror Stories about Muslims and Immigrants in The Netherlands. Western Folklore, 68(2/3), pp. 257-274. -Meder, T. (2004). Levensechte leugens? Moslimvrees en allochtonenangst in de media. In: P. Burger & W. Koetsenruijter (red.), Mediahypes en moderne sagen. Leiden: SNL, pp. 95-116. -Shadid, W. (2005). Berichtgeving over moslims en de islam in de westerse media: Beeldvorming, oorzaken en alternatieve strategieën. Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, vol. 33, no.4. -Waard, E. De. (2009). Mythen rond “allochtone criminaliteit” ontkracht. Doorbraak, vol.3, oktober 2009. Internet: -Centraal Bureau voor de Statistiek. (13-04-2011). Cijfers, Allochtonen, Bevolking (trend). http://www.cbs.nl/ -Harvey, O. (16-10-2009). “If the booze doesn’t get you the blade will”. The Sun. http://www.thesun.co.uk/sol/homepage/features/2683007/Suns-look-at-Broken-Britain-day-four-Glasgows-East-End.html -Henley, J. (19-12-2011). Karyn McCluskey: the woman who took on Glasgow’s gangs. The Guardian. http://www.guardian.co.uk/society/2011/dec/19/karyn-mccluskey-glasgow-gangs -Mills, R. (27-10-2008). Surgeon says hospitals treat a knife victim every six hours. The Express. http://www.express.co.uk/posts/view/68037/Surgeon-says-hospitals-treat-a-knife-victim-every-six-hours -Go Supermodel forum. http://nl.gosupermodel.com/community/