Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WVDUTRECHT02 - De Basilisk van Utrecht

Een sage (mondeling), donderdag 20 maart 2014

Hoofdtekst

Raymond den Boestert: We gaan weer een verhaal luisteren en ik wil Brenda Alink vragen om naar voren te komen.
Brenda Alink: Ik kom eraan.
R: O, je komt eraan, je neemt nog even een slokje water ennuh Brenda, ik verbaasde me erover. Ja, niet dat jij hier bent, maar dat jij echt een Utrechtse legende gaat vertellen.
B: Ja, zo ben ik te verstaan?
R: ‘T is een echte, echte Utrechts verhaal, he.
B: Zullen wij de cameraman een plezier doen en een stapje naar achteren doen? Is ‘t goed zo?
R: Anders passen we niet samen op.
B: Anders passen we er niet op. Ik neem nogal wat ruimte in.
R: Ik ga niet verklappen wat je gaat vertellen maar uh het is een verhaal wattuh nou 500 meter 800 meter van hier zich heeft afgespeeld, aan de oude gracht. Vele eeuwen geleden.
B: Mm, dat hopen we, dat laten ze in het midden, he. Wanneer dat was.
R: Maar in werkvelden of uh..
B: Mmmm, ja.
R: Zullen we gewoon gaan luisteren?
B: Ja, want ik heb wel zitten twijfelen of ik dit verhaal zou vertellen.
R: Waarom dan?
B: Het is wel hier in Utrecht, he.
R: En je dacht, er komen allemaal mensen uit de stad die hier wonen en die kennen ‘t al al en.
B: Misschien, nee daar had ik nog niet eens aan gedacht. Dat merkte ik pas toen jij zei dat je het ook al eens verteld had. Maar ja dat kan en ja want jij bent verteller natuurlijk he. Nee eigenlijk meer, zoals vandaag was het zulk mooie dag, en dan kijk je naar die terrassen - ik ben er vandaag niet geweest - maar een keer wel eens he.
R: Terrassen op Utrechtse werven.
B: En dan zitten ze vol en dan denk ik wat als ik dat dan met dit verhaal verpest. Dat je daar niet meer durft te zitten.
R: Dat je daar niet meer durft te zitten, nee.
B: Dat kan.
R: Dat kan.
B: Maar aan de andere kant dacht ik wel, ach een gewaarschuwd mens telt voor twee, he. Dus nu toch maar.
R: Dus nu toch maar.
B: Ja.
R: Brenda Alink.
[Applaus]
B: Ja. De ballonnen zijn een beetje, even weg doen.
R: Ja dat komt door het zingen, de ballonnen vlogen alle kanten op, ja.
B: Wel is d’r wel eens over nagedacht of die werfkelders wel zo veilig zijn. D’r wordt voldoende gedaan, ze worden geëxploiteerd der wordt van alles gedaan, he. De restaurantjes waar we het net al over hadden en die terrasje overvol in ieder geval aan de zonkant. En ik weet ook nog dat ik er geweest ben bij jou, toen met dat vertelevent, he. [Oe, ja]en als je daar binnenkomt dan ruik je eigenlijk al dat daar de ventilatie niet goed is. [Nee] Het is vochtig daar, he. [Ja] Ja, ja en weet je wat op vochtige en donkere plekken zit: ratten! [Ja] Ze zeggen dat wel niet want dan komt er geen hond meer in zo’n restaurant, natuurlijk. Maar ze zijn er wel. Maar ik heb dus ook gehoord dat er ook nog wel andere dingen zitten, erger dan ratten.
Als een oude haan van zeven jaar een ei legt op een nestje en een slang die uitbroedt, dan wordt er een basilisk geboren. Een verschrikkelijk monster. Een mengeling van een hele boel dieren eigenlijk. Natuurlijk een haan met vleugels als een draak, een neus van een arend en een staart van een slang. Op zijn kop heeft hij een grote kam als kroon, want de basilisk is de koning van de slangen. En heel veel basilisken hebben stekels op hun rug die ze recht overeind zetten als ze zich verdedigen maar vooral als ze in de aanval gaan en die zitten vol met gif. Maar het grootste gevaar van de basilisk zijn z’n ogen. Grote ronde ballen waar een gloeiend vuur instraalt, alsof er vlammen uitslaan. En als je daar in kijkt dan treft zo’n vlam en dringt naar binnen. Die vindt zijn weg naar je hart en slaat daar omheen en vreet het op. Vandaar naar verspreidt het vuur zich door je lijf en verteert je ingewanden, je darmen, je botten en zelfs je ziel tot as. In het jaar 512 was er eentje ontdekt in Dokkum en die had daar veel levens op zijn geweten. In zelfs maar één huis zestien mensen, negen mannen en drie vrouwen en zes kinderen in een kamer, pats dood. Dat huis hebben ze tot de grond toe afgebrandt. En ze hoopten dat de vlammen diep genoeg de kelder in waren gekomen waar dat beest zich verschanst hadden had. Maar zeker wisten ze het niet. Duizend jaar later in Oldeboorn - ook Friesland - zat er eentje in de put een diepe put. Daar kon je niet zomaar bij, dan moet je eigenlijk toch wel naar beneden kijken en dan stralen die de ogen omhoog. Die heeft ook veel slachtoffers gemaakt. Twaalf mannen, vier vrouwen en twee kinderen voordat ze eindelijk iets hadden gevonden dat dat beest weg was.
Die basilisken die wonen graag in vochtige donkere ruimtes zoals de krochten van gebergten, kelders en putten. En daarom denk ik ook dat een basilisk in Nijmegen – o sorry Nijmegen daar kom ik vandaan- in Utrecht in een van die werfkelders zijn gekomen. Hij is waarschijnlijk uit zijn ei gekropen. Geschrokken van het zonlicht – het zou op een dag zoals vandaag kunnen zijn geweest- had nog winter verwacht en het glinsterde op het water en de kelder in. Hoelang hij daar gezeten heeft weten we niet pas op het moment dat hij werd ontdekt en hij zat onder een brouwerij. En de brouwer stuurde een bepaald knecht naar beneden om wat te doen. Het is niet meer bekend wat dat was, misschien moest een vat bier halen, misschien moest hij wat verbouwen of wat verplaatsen. Maar wat ze nog wel weten is dattie niet terug kwam. D’r werden eerst wel grapjes over gemaakt: “oh, die heeft het wel goed daar beneden, ha”. En toen werd er een keer naar beneden geroepen: “he, kom je nog eens een keer terug of zit je je helemaal te bezatten?!”, “zeg uh, je drinkt niet alles op, he?!”, “of heb je daar soms een lekkeruh mokkeltje zitten?!”
Maar op een bepaald moment duurde het die brouwer te lang voordat de knecht terug kwam en dus stuurde die nog een man. En die liep naar beneden en die zag hem liggen.
’T as stroomde uit z’n mond en z’n neus en z’n oren, maar voordat hij alarm kan slaan, zag die iets bewegen en keek die zelf in de gloeiende ogen van de basilisk en hij voelde hoe de vlam bij hem naar binnendrong en om zijn hart greep en hij greep naar zijn borst streek en hij viel rochelend naar beneden en kon niks meer zeggen. En toen dat ontdekt werd sloot brak de paniek in Utrecht volledig uit. Hier is dus ook niet bijgehouden hoeveel doden er zijn gevallen zoals in Dokkum en Oldeboorn. Ze hadden maar een idee, dat beest moest weg. Maar hoe, ze hebben van alles geprobeerd zoals in de oude riddertijd met zwaarden en lansen en speren. Alleen maar dooien en niet de basilisk. Nee, zelfs vuur werkte niet. De brouwerij werd gesloten en dag en nacht stond er iemand op wacht bij de deur van de werfkelder. Want die moest groot alarm slaan als dat beest ook maar probeerde om eruit te komen. En niemand wist raad. Op een dag kwam er een jongeman bij deze bewaker. Een grote vrolijke lach, misschien een jaar of zeventien, jeugdig overmoed: “ik wil wel met die basislisk vechten”. “Ach jong, doe toch niet, dat is gevaarlijk” “Dat wee ‘k wel. Maar ik heb een blinddoek bij me en dan kan ik niet zijn ogen kijken”. En ik weet niet hoe het gaat. Ze zeggen dan dat Utrecht een stad is maar soms lijkt het wel een dorp, he. Zo’n gerucht gaat zo snel binnen no time ik weet niet waar ze vandaan kwamen stond die hele kade vol met mensen en iedereen bemoeide zich ermee en iedereen vond het eigenlijk wel sneu dat zo’n jonge knaap zo snel, ja tss. Het zou je zoon maar zijn. Ik heb d’r een van achtien. Je moet er toch niet aan denken. En ze vertelden ook allemaal van goede raad, he. Grote mensen hebben altijd goede raad. “Wat wil je meehebben voor wapen: een bijl, een hak hakmes of iets?” En eentje was nog lollig: “Neem een slinger mee met een steen net zoals David Goli David bij Goliath pats tussen de ogen gooide”. Maar de knaap bleef lachen en zei: “nee ik doe het op mijn manier.” Met een blinddoek en hij had een houten bord op zijn borst. “Doe het nou niet, als je die blinddoek voor hebt, dan weet je toch niet waar dat beest is. En als je dat niet weet hij heeft ook nog stekels met gif. Dan hoor je ‘m niet aankomen” en de knaap lachte alleen maar en liep naar de deur. Hij vroeg aan de bewaker om de blinddoek om wilde doen en de deur achter zich te sluiten. Want hij wist iets wat de anderen niet wisten. Als een basilisk in de aanval gaat – en hij wist dat deze stekels had - dan zet die die op en als je heel goed luistert TIK TIK TIK TIK kan je hem horen lopen. Maar dan moet het wel doodstil zijn. En hij ging naar binnen en zijn enige houvast was de muur aan de linkerkant en zachtjes liep die en hij luisterde. De basilisk zag ‘m. Zijn ogen gloeiden en het beest was zo geïrriteerd dat de jongeman niet dood nierviel en hij kwam dichterbij. En de basilisk besloot dan maar zijn gif in te zetten en hij zette zijn stekels op en daar had de jongeman opgewacht. Hij hoorde hem dichterbij komen: TIK, TIK, TIK, TIK, TIK TIK TIK TIK TIK TIK TIK TIK TIK. En op het juiste moment draaide hij het houten bord om. De ogen van de basislisk spuwden vuur en hij realiseerde zich te laat wat voor een fout die maakte. Het weerkaatste in de spiegel die aan de andere kant van het bord zat, recht terug in z’n ogen. En de vlam sloeg om z’n eigen hart en hij werd verteerd in een hoopje as.
Nou heb ik hoogstwaarschijnlijk wel wat mensen horen denken: ‘ach een haan! Haha, die een ei legt, dat kan toch helemaal niet!’ Ik zei wel een haan van zeven jaar, he! En eeuwenlang hebben ze gezorgd dat hanen niet ouder worden dan zeven jaar zes jaar. Om dat te voorkomen. Maar tegenwoordig heb je zo’n vreselijk veel bioboerderijen, zorgboerderijen. Het moet allemaal biodynamisch en in ‘t leed en het liefst nog van het beest dus je mag niet meer een haan van zes jaar de nek omdraaien op sommige plaatsen. Dus wie weet of die nog weer eens terugkomt. Dus ik zei zonet al een gewaarschuwd mens telt voor twee. Dus als jullie nog weer naar werfkelders willen gaan neem dan een spiegel mee.
[Applaus]

Onderwerp

SINSAG 1341 - Basilisk tötet Menschen durch seinen Blick (stirbt beim Sehen des eigenen Bildes im Spiegel).    SINSAG 1341 - Basilisk tötet Menschen durch seinen Blick (stirbt beim Sehen des eigenen Bildes im Spiegel).   

Beschrijving

Er zit een basilisk onder een brouwerij in de werfkelders in Utrecht. Als men in de ogen van de basilisk kijkt dan wordt je van binnenuit verteerd. Er wordt een wacht ingesteld om de deuren van brouwerij te bewaken. Dan komt een jongen die de basilisk wil verslaan. De jongen gaat geblinddoekt en gewapend met een houten bord de werfkelder binnen. Als de basilisk naar hem toe komt, hoort de jongen het monster al aankomen door het getik van de gifstekels. Op het juiste moment draait de jongen zich om en draait zijn houten bord om: het is een spiegel. Zo kijkt de basilisk zichzelf in de ogen en wordt hij verteerd tot een hoopje as.

Bron

Wereldwijd Vertelcafé Utrecht

Motief

B12.2 - Basilisk‘s fatal glance.    B12.2 - Basilisk‘s fatal glance.   

B12.3 - Basilisk killed by seeing own image.    B12.3 - Basilisk killed by seeing own image.   

Commentaar

- Verteld tijdens het Wereldwijd Vertelcafé in Utrecht op Wereldverteldag. Het thema van Wereldverteldag 2014 was “Monsters en draken”.

Naam Overig in Tekst

David    David   

Goliath    Goliath   

Naam Locatie in Tekst

Dokkum    Dokkum   

Oldeboorn    Oldeboorn   

Nijmegen    Nijmegen   

Utrecht    Utrecht   

Friesland    Friesland   

Plaats van Handelen

Utrecht (Utrecht)    Utrecht (Utrecht)