Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

- Onuitwisbare bloedvlek

Een (),

Onderwerp

SINSAG 1128 - Unausloschliche Blutflecken.    SINSAG 1128 - Unausloschliche Blutflecken.   

Beschrijving

Unausloschliche Blutflecken.

Tekst

SINSAG 1128 Unauslöschliche Blutflecken

Vele jaren geleden woonde er een groot en machtig heer op Dieksterhoes. Hij had nog altijd een Moor bij zich, zo zwart als roet, die hij uit Spanje meegenomen had. De Moor was verliefd op de meid van heer Börg, maar de meid hield van een ander. Ze vond de Moor niet leuk omdat hij nog altijd vreemd praatte en met zijn ogen kon rollen. De Moor liep rond als een tijger en het duurde niet lang of er gebeurde iets. Hij heeft de knecht zomaar doodgestoken. Toen heeft de Moor ook de meid vermoord. Met dat grote mes heeft hij de meid doodgestoken. In stralen kwam het bloed er uit, de hele gang van Börg zat ermee onder, dat kan ik je wel vertellen. Dat moest natuurlijk opgeruimd worden, maar er was niets aan te doen. Het was geen doen, er bleef een grote bloedvlek zitten. Boenen en schuren hielp allemaal niets; hoe harder ze schuurden, hoe roder het werd. De knecht en de meid zijn toen begraven, en de Moor hebben ze opgehangen. Lange tijd heeft de bloedvlek daar gezeten, tot een eeuwige herinnering. Ik heb hem zelf nog gezien in bij Börg. – LAAN021 (Vrije vertaling uit het Gronings.)

Bovenstaand verhaal is een voorbeeld van een verhaal van type SINSAG 1128 ‘Unauslöschliche Blutflecken’. Het is slechts één van de vele Nederlandse verhalen die te maken hebben met een onuitwisbare bloedvlek. Andere voorbeelden zijn de verhalen over het Dijksterhuis in Pietersburen, waar een Moorse knecht een meisje zou hebben neergestoken. Of het verhaal over Sytse Batema die zijn dochter zou hebben vermoord en daarna zelfmoord zou hebben gepleegd. De bloedvlekken die bij deze misdrijven op de vloer of muur terecht kwamen, zouden niet meer weg te poetsen zijn. Zelfs als de vloer of muur vervangen werd, zouden de bloedvlekken blijven terugkomen. Vandaar ook de beschrijving in het Folkloristisch woordenboek: van Nederland en Vlaams België door K. Ter Laan:

‘Bloedvlekken, die niet meer uit te wissen zijn, herinneren aan gruwelijke moord.’

Er zijn talloze sprookjes, sagen, legenden en andere verhalen waarin bloed in het algemeen een rol speelt. De (onuitwisbare) bloedvlek in het bijzonder komt vooral voor in sagen en minder vaak in sprookjes. De reden waarom een bloedvlek achtergebleven is, verschilt per verhaal, maar over het algemeen gebeurt dit na een gruwelijke gebeurtenis, bijna altijd een moord en/of een zelfmoord. Sommige van deze verhalen gaan over mensen die een contract met de duivel hebben gesloten, zoals Faust, en die op een gegeven moment door de duivel worden meegenomen. Faust werd door de duivel door een tralie-raam naar buiten getrokken, waarbij zijn bloedvlekken op de muur kwamen en niet meer weg te krijgen waren. Hierbij gaat het in feite nog steeds om moord. Andere verhalen vertellen over de moord of zelfmoord die op de plek met de onuitwisbare bloedvlek gepleegd zou zijn, maar in sommige verhalen wordt niet uitgelegd welke gruwelijke gebeurtenis vooraf is gegaan aan het verschijnen van de onuitwisbare bloedvlekken. Hierbij wordt het echter wel duidelijk dat het om een verschrikkelijk gebeuren gaat. Het gaat hier bijvoorbeeld om een kamer met onuitwisbare bloedvlekken waar het ook spookt.
Het voorwerp waar het bloed op terecht komt, kan per verhaal verschillen. Standaard lijkt het om de muur of vloer van een huis te gaan. Er zijn echter ook varianten waarin bloed niet meer uit kleren of van gras te krijgen is. Daarnaast zijn er nog de zogenaamde ‘moordkruizen’, die op bomen verschijnen na een moord of een andere gruwelijke gebeurtenis. Net als bij de vloer en de muren maakt het niet uit dat de boom wordt omgehakt, de bloedvlekken komen alsnog terug.
Over het algemeen lijkt de bloedvlek onuitwisbaar te zijn omdat het een schandvlek is ter herinnering aan de zonde die daar gepleegd is. Volgens de Enzyklopädie des Märchens zijn de onuitwisbare bloedvlekken een teken van bloedvergieten, die als waarschuwing en herinnering aanwezig blijven.

De oudste versie van het verhaal met de onuitwisbare bloedvlekken komt voor in de Gesta Romanorum. Dit is een Latijnse collectie van anekdotes en verhalen, waarschijnlijk uit het einde van de dertiende of het begin van de veertiende eeuw. In dit verhaal krijgt een koningin een dochter van haar eigen zoon nadat haar man is overleden. Bang dat haar vreselijke daad bekend zal worden, pakt de koningin een mes en vermoordt het kind. Het bloed van het kind komt op haar linkerhand terecht en vormt vier rode cirkels die door geen enkele menselijke kracht weg te krijgen zijn. De Heilige Maagd verschijnt aan de biechtvader van de koningin en vertelt wat de koningin heeft gedaan en dat zij ontmaskerd moet worden. De biechtvader pakt de linkerhand van de koningin beet en trekt de handschoen er vanaf, waardoor hij het bewijs van haar zonde ziet. In de vier cirkels van bloed staan vier verschillende letters die samen het verhaal van de misdaad van de koningin vertellen. Nadat de koningin eindelijk alles heeft opgebiecht, wordt ze vergeven. Niet lang daarna sterft ze. Het verhaal wordt gevolg door een korte interpretatie: het bloed op de hand is de zonde. De Hoogste Rechter (God) kan altijd aan onze handen aflezen welke zonden wij hebben begaan. Dit verhaal laat zien dat het motief van de onuitwisbare bloedvlek al in de dertiende of veertiende eeuw gekoppeld was aan een gruweldaad. Dit is door de eeuwen heen niet veranderd.

Verhalen over onuitwisbare bloedvlekken zijn overal in Europa verspreid. In de Zimmerische Chronik, een kroniek van de familie Zimmern in Duitsland, geschreven rond de zestiende eeuw, komt een vermelding over het motief voor. Het gaat hier om het bloed van de oude graaf (van Kirchberg), dat nog voor honderd jaar te zien was en niet weggehaald kon worden omdat de graaf onschuldig zou zijn vermoord. Een zeemansverhaal van Nova Scotia (Canada) gaat over een kapitein en zijn familie die aan boord van een schip worden vermoord. Later wordt geprobeerd de bloedvlekken te verwijderen door nieuwe planken aan het schip toe te voegen, maar de bloedvlekken blijven terugkomen. Een Hongaars verhaal gaat over een man, Gerard, die van een berg naar beneden is gestort, de rivier de Donau in. Zijn bloed zou op de rotsen terecht zijn gekomen en tot op de dag van vandaag zou dat bloed er door de Donau niet uitgewassen kunnen worden. Het motief van de onuitwisbare bloedvlek, en daarmee het verhaaltype, is wereldwijd bekend en al zeker zeven eeuwen oud. Het motiefnummer staat bij Thompson bekend als: D1654.3 ‘Indelible blood’ of E422.1.11.5.1 ‘Ineradicable bloodstain after bloody tragedy’. Baughman heeft in zijn motief-index dit laatste motief opgedeeld in verschillende sub-motieven. De functie van deze onderverdeling is niet geheel duidelijk, maar het laat wel goed zien dat het waarom en waarop de onuitwisbare bloedvlekken verschijnen, kan verschillen.

E422.1.11.5.1 = Ineradicable bloodstain after bloody tragedy
a) Ineradicable bloodstain in stone or wood floor after bloody tragedy at spot.
b) Ineradicable bloodstain on ground following bloody tragedy.
c) Ineradicable bloodstain on plants following bloody tragedy
d) Ineradicable bloodstain in apples or pears after person murders another under a tree. The blood runs over the roots.
e) Ineradicable bloodstain as the result of bloodshed during murder. f) Ineradicable bloodstain from blood of suicide.
g) Ineradicable bloodstain at place of execution.
h) Ineradicable bloodstain at scene of massacre.
i) Ineradicable bloodstain at scene of bloody accident.

Het is de vraag of het zin heeft hier een apart motiefnummer aan toe te kennen omdat het nog steeds duidelijk om een gruwelijke gebeurtenis gaat en de uitkomst van de verschillende verhalen steeds bijna hetzelfde lijkt te zijn.

Er is een aantal bekende verhalen waarin de onuitwisbare bloedvlekken een rol speelt. Het sprookje van Blauwbaard is hier een voorbeeld van. In dit verhaal geeft Blauwbaard een sleutel aan zijn vrouw, maar verbiedt haar de kamer ervan binnen te gaan. De vrouw doet dit toch en wanneer zij de kamer binnenkomt, ziet zij de vrouwen die Blauwbaard eerder heeft vermoord. Van schrik laat ze de sleutel vallen, waardoor er bloeddruppels op terecht komen. Deze bloedvlekken zijn op geen enkele mogelijke manier van de sleutel af te krijgen. Wanneer Blauwbaard weer thuiskomt, kan hij aan de bloedvlekken op de sleutel zien dat zijn vrouw ongehoorzaam is geweest en de kamer heeft betreden, waardoor ook zij zal moeten sterven. Ook in dit verhaal hebben de onuitwisbare bloedvlekken iets te maken met een gruwelijke gebeurtenis, hoewel de psychoanalyticus Bruno Bettelheim hier een andere interpretatie aan geeft. Hij kiest voor een seksuele interpretatie van de bebloede sleutel waarbij het bloed op de sleutel symbool zou staan voor de seksuele ontrouw en ontmaagding van de vrouw. Deze betekenis is totaal anders dan de verhalen met de onuitwisbare bloedvlekken die tot op heden zijn besproken en die met een gruwelijke gebeurtenis te maken hebben. Of de sleutel magisch is of niet en of de seksuele interpretatie correct is of niet, de onuitwisbare bloedvlekken zijn onlosmakelijk verbonden met een gruwelijke gebeurtenis. Zo ook in Macbeth van William Shakespeare. In dit verhaal wordt Lady Macbeth langzaam gek omdat ze zichzelf de moord op Duncan niet kan vergeven. Ze heeft deze moord weliswaar niet zelf gepleegd, maar heeft hier wel op aangestuurd en ze wordt gekweld door schuldige herinneringen. Lady Macbeth denkt bloedvlekken op haar handen te hebben, die voor het bloed van de onschuldig vermoorde Duncan staan, hoewel niemand anders deze bloedvlekken kan zien. Ze probeert telkens opnieuw haar handen te wassen, ten teken dat ze zichzelf van haar schuld probeert te bevrijden. Hier wordt het motief van de onuitwisbare bloedvlekken weer gebruikt in combinatie met een gruwelijke gebeurtenis en kan een gelijkenis met het verhaal in de Gesta Romanorum worden gezien.
Twee andere verhalen waarin dit motief lijkt terug te komen, zijn ‘The Black Bull of Norroway’, een Schots sprookje, en ‘The Feather of Finis the Falcon’, een Russisch sprookje. In beide sprookjes moet een meisje, dat voorbestemd is om met de prins te trouwen, een bloederig hemd van de prins schoonmaken. Andere vrouwen voor hen hebben geprobeerd de bloedvlekken uit het hemd te wassen, maar dit is ze niet gelukt. Pas als de meisjes het proberen, verdwijnen de bloedvlekken als vanzelf. De prins zou trouwen met het meisje dat de bloedvlekken uit zijn shirt kon krijgen en dat gebeurt uiteindelijk ook. Ook in deze verhalen zijn de bloedvlekken ontstaan door een gruwelijke gebeurtenis. In het eerste sprookje gaat het om een gevecht met de duivel en in het tweede sprookje is de prins gewond geraakt door de gemene zusters van zijn beloofde bruid. In tegenstelling echter tot de onuitwisbare bloedvlekken op de muren en vloeren, gaan de vlekken hier uit het shirt zodra het juiste meisje deze wast. In dit geval is het meer een test om de juiste bruid te vinden dan een herinnering of waarschuwing aan de gruwelijke gebeurtenis die er aan vooraf is gegaan.
Ook in moderne broodje-aapverhalen speelt het motief een rol:

Van de IBB-flats in Utrecht springen vaak studenten af. Op de plek waar ze dan terecht komen worden de stoeptegels omgedraaid. Op een keer moesten de tegels vernieuwd worden, omdat aan beide kanten van de tegels bloedvlekken zaten. - STSAG581

Hierbij gaat het niet zozeer om de bloedvlekken die steeds weer terugkomen, want bij het vervangen van de tegels verdwijnen de bloedvlekken en komen niet op magische wijze weer terug. In Amerika gaat het verhaal rond over een luxe auto die goedkoop wordt verkocht omdat er een lijklucht in de auto zou hangen die niet weg zou zijn te krijgen. Hierbij gaat het weliswaar niet om bloedvlekken, maar het idee achter het verhaal is hetzelfde: een achtergebleven geur (in plaats van bloedvlekken) die ervoor zorgt dat de gruwelijke gebeurtenis (er zal ooit een lijk in de auto hebben gelegen) niet vergeten wordt. Ook het verhaal van Luther die een inktpot naar de duivel gooide is een variatie op het motief. De inktvlek op de muur zou nog voor lange tijd te bezichtigen zijn geweest omdat men de vlek niet kon verwijderen.

Het is duidelijk geworden dat het motief de onuitwisbare bloedvlek vooral ter herinnering en waarschuwing dient, maar bloed is van zichzelf al lastig te verwijderen. Wie heeft er niet ooit een mug op de muur doodgeslagen, om vervolgens te worden geconfronteerd met de achtergebleven bloedvlek? Of een bloedneus die je witte T-shirt deels rood achterliet? Een ieder die wel eens heeft geprobeerd een bloedvlek te verwijderen, zal weten hoe lastig dit is. Op internet worden verscheidene middelen genoemd die hierbij kunnen helpen. Hoewel een deel van de oplossingen gebruik maakt van moderne schoonmaakmiddelen, die eeuwen geleden dus nog niet verkrijgbaar waren, zijn er ook een aantal middelen die vroeger ook al gebruikt konden worden. De eerste oplossing die standaard wordt aangedragen bij het verwijderen van bloedvlekken, is koud water. Warm water zou ervoor zorgen dat de bloedvlek sneller stolt en nog moeilijker te verwijderen is. Daarnaast wordt een mengsel van zout en koud water genoemd, waarbij het zout het bloed zou opnemen. Ten derde is er sprake van melk, dat als een soort wondermiddel zou werken. Water, zout en melk zijn producten die eeuwen geleden al verkrijgbaar waren en die dus vroeger ook al zouden kunnen zijn gebruikt bij het verwijderen van bloedvlekken. Toch kunnen bloedvlekken hardnekkig blijven zitten, waardoor het niet ondenkbaar is dat er verhalen zijn ontstaan over onuitwisbare bloedvlekken.

Of het motief de komende jaren zal blijven bestaan, is niet met zekerheid te zeggen. Op basis van een verhaal van een moord op een predikant in 1668 kan echter wel een inschatting worden gemaakt. Het verhaal van de vermoorde dominee wordt besproken in het boek Spoken op het kerkhof door John Exalto en Fred van Lieburg. Het verhaal gaat over een kerkje in Waterlandskerkje (een plaats in Zeeland) waarin een preekstoel stond met daarop enkele bloedvlekken. Die bloedvlekken zouden onuitwisbaar zijn en getuigen van de gruwelijke gebeurtenissen die op 25 november 1668 plaats vonden in de kerk van de Oudemanspolder. De gruwelijke gebeurtenis die hieraan vooraf is gegaan, ging over een troep gewapende mannen die de kerk aanvielen en de predikant om het leven brachten. Ook andere kerkgangers werden aangevallen en de kerk zelf werd overhoop gehaald. Dit verhaal komt oorspronkelijk uit de protestantse vertelcultuur. Door de jaren heen is het verhaal veranderd en aangepast, waarbij op een gegeven moment de onuitwisbare bloedvlekken kwamen opduiken. Fred van Lieburg denkt zelf dat dit aan het einde van achttiende of het begin van de negentiende eeuw is gebeurd. Waarom de onuitwisbare bloedvlekken aan het verhaal zijn toegevoegd, wordt duidelijk dankzij een mogelijke verklaring van dominee Was, die onderzoek naar het verhaal heeft gedaan. Hij legt uit dat de bloedvlekken waarschijnlijk aan het verhaal zijn toegevoegd om de gruwelijke daad en de daaraan verbonden bloedschuld te blijven herinneren, als een soort waarschuwing. Dit maakt de functie van het verhaal als herinnering en aanklacht duidelijk. Hoewel dit verhaal een religieuze oorsprong heeft, hebben zeker niet alle verhalen over onuitwisbare bloedvlekken eenzelfde achtergrond. Van Lieburg legt uit dat verhaaltypen een transformatie kunnen ondergaan en dat vertelmotieven, zoals de onuitwisbare bloedvlek, terug kunnen komen in nieuwe overleveringen, zoals de broodje-aapverhalen die hierboven besproken zijn. Hoewel de religieuze oorsprong van dit verhaal geheel verdwenen is, blijft het motief bestaan. Waarschijnlijk zal dit de komende jaren ook nog zo blijven. Om hier een voorbeeld van te geven, zal ter afsluiting naar een laatste moderne verhaalsoort worden gekeken waarin het motief een rol speelt.

Het gaat hier om de zogenaamde ‘urban legends’ of ‘contemporary legends’. Deze hedendaagse sagen en legenden zijn, net als andere verhalen, altijd in verandering. De kern van ‘urban legends’ lijkt uit bekende motieven te bestaan, die te pas en te onpas worden gebruikt om een (nieuw) verhaal te vertellen. Het lijkt een beetje op geruchten, die soms opeens opkomen, dan weer afzakken, om daarna weer terug te komen. Sinds de twintigste eeuw is er ook een duidelijke opkomst van het ‘ghost toerisme’ en ‘legend tripping’ te zien. Spookwandelingen langs historische plekken waarbij spannende verhalen worden verteld, zijn tegenwoordig in bijna alle grote steden te vinden. Brunvand zegt hierover dat ‘urban legends’ en ‘contemporary legends’ zullen blijven circuleren omdat het simpelweg te verleidelijke verhalen zijn om zomaar weg te vagen. Zo is het ook met het motief van de onuitwisbare bloedvlek. Dit wordt tegenwoordig gebruikt in toerisme, om een kasteel of een andere plek aan te kondigen. Een voorbeeld hiervan is kasteel Waardenburg, waarvan op de website wordt gezegd dat er een kamer is waar onuitwisbare bloedvlekken zouden hebben gezeten. Ook andere locaties gaan hier graag in mee, hoewel er niet altijd daadwerkelijk een verhaal over een onuitwisbare bloedvlek heeft bestaan. Zelfs muziek-bands verwijzen naar de onuitwisbare bloedvlekken. Wellicht doen zij dit niet bewust en weten ze niet welke rol het motief in de literatuur speelt, maar ze houden toch het motief in stand en zorgen ervoor dat het niet geheel verdwijnt. Zo ontstaan er door de eeuwen heen nieuwe verhalen waarin het motief van de onuitwisbare bloedvlek een rol speelt. Gezien de lange geschiedenis van het motief van de onuitwisbare bloedvlek lijkt het waarschijnlijk dat dit motief de komende jaren ook nog zal blijven bestaan. Tevens zal de associatie met een gruwelijke gebeurtenis niet snel opzij worden gezet, omdat deze deel uitmaakt van de verklaring waarom de bloedvlek onuitwisbaar is, zoals duidelijk werd bij het verhaal over de vermoorde predikant.

Literatuur

Baughman, Ernest W., Type and Motif-Index of the Folktales of England and North America. (Den Haag, 1966).
Bettelheim, Bruno, The Uses of Enchantment: The meaning and importance of fairy tales. (New York, 1975). 299-303.
“Blut”. Handwörterbuch des Deutschen Aberglaubens. Band I. Berlijn, 1927.
Bönisch-Brednich, Brigitte. “Blut”. Enzyklopädie des Märchens. Band 11. (Berlijn, 2004).
Brunvand, Jan H., The Truth Never Stands in the Way of a Good Story. (Urbana, 2000).
Degünther, Alina, Good and Evil in Shakespeare’s King Lear and Macbeth. Publicatie van een thesis. (Hamburg, 2014). 16-18.
Exalto, John en Fred van Lieburg, Spoken op het kerkhof. (Zoetermeer, 2009).
Kuatuhe, Karl, ‘Seemannglaube’ in Am Ur-Quell: Monatschrift für Volkskunde, Band IV, Heft VI. (1893).
Lang, Andrew, The Blue Fairy Book. (New York, 1965).
Sinninghe, J.R.W., Katalog der niederländischen Märchen-, Ursprungsagen-, Sagen- und Legendenvarianten. (Helsinki,1943).
Ter Laan, K., Folkloristisch Woordenboek van Nederland en Vlaanderen. (’s-Gravenhage, 1949).
Thompson, Stith, Motif-Index of Folk-Literature. Vol. I. (Kopenhagen, 1956).
Vos, Gail de, What happens next: Contemporary Urban Legends and Popular Culture. (Santa Barbara, 2012).
Wheeler, Post, Sprookjes uit het oude Rusland. (New York, 1946).