Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

REUKWERKVENUS02 - Aardig geval

Een mop (boek), 1750

Hoofdtekst

Een jonge Boer, die trouwen zou,
Vroeg Moer: “Wat zal ik met myn vrouw
Van avond doen, als wy te kooy
Gegaan zyn na de bruilofs fooy?
Moet ik met haar den gantsche nagt
Dan praten?””Neen,” zei Tryntje, “wagt
Myn liefste kind, ik zal aan jou,
Wel zeggen wat ge met uw vrouw,
Moet doen, en zal daarom de deur,
Van myne bedstee met een scheur,
Van avond openlaten dat
Je maklyk hooren kund al wat
Ik zeggen zal.” “'t Is goed,” zei Klaas.
Hy was zoo moedig als een haas.
Des avonds laat ging onze kwant,
Met Neel zyn Bruid naar 't Lediekand.
En Tryn zyn Moer ging ook naar bed.
En had haar deurtje aangezet,
Sy riep, “Klaas geef uw Bruid een zoen.”
“'t Is wel, wat moet ik verder doen?“
Vroeg hy, weerom, sprak zyne Moer,
“Opklimmen”, en den zotten Boer,
Klom boven op het lediekand,
En riep: “Ik ben 'er aangeland”,
Syn Moer, weerom, “Doe nu jou best,
En stoord de vliegen uit het nest.“
Toen maakte hy een groot rumoer,
En viel van boven op de vloer
Ter neer, en kreeg met een een gat,
In zynen kop: dat bloedde wat.
Toen riep hy: “Moer ik heb, ik heb,
Een Gat gelyk een spinneweb.“
Seî zy: “Wel aan mijn liefste kind,
Dat moetje hebben”. “Maar ik vind
Ook bloed”, riep Klaas, zyn Moer weerom,
Riep: “Klaas dan hebje haar maagdom.“

Beschrijving

Een jonge boer, Klaas, weet niet wat hij met zijn vrouw moet doen tijdens de huwelijksnacht. Zijn moeder zegt dat hij de deur open moet laten staan en dat ze hem dan wel wat tips zal geven. Ze zegt dat hij de bruid moet kussen en erop moet klimmen. Klaas doet dat, maar valt van het bed. Hij heeft een gat in zijn hoofd en het bloedt. Hij roept naar zijn moeder: "Ik heb een gat." Waarop moeder antwoordt: "Ja, dat moet je hebben!" Dan zegt hij dat hij ook bloed ziet. De moeder reageert: "Dan heb je haar ontmaagd."

Bron

Het Reukwerk van Venus, zijnde een verzameling van koddige Snakerytjes, zeldzamen Voorvallen, en uitmuntende Puntdichten. Eiland der verliefden: 1750. pp. 73-75.

Naam Overig in Tekst

Klaas    Klaas   

Tryntje    Tryntje