Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

REUKWERKVENUS06 - Maagdom welbewaard

Een mop (boek), 1750

Hoofdtekst

Een zeker Meisje was onlangs ter Feest gebeden,
Als nu haar Moeder zag dat zy zou heenen treden,
Zoo sprak de goede vrouw aldus haar dogter aan:
“Wel aan mijn liefste kind gy zult te feeste gaan,
Maar hoord dog wat 'k uw op ditmaal wil belasten
Bewaar uw maagdom wel, en laat uw niet betasten,
Want het zal kwalyk gaan, indien ik anders hoor,
Dies houd uw vlakke hand, gestadelyk daar voor.”
Zy hoord haar Moeders les, en kwam ter feest genaken,
Daar zy niet anders ziet dan wonder vreemde zaken.
Men danst'er helder op, terwyl den speelman speeld,
De vrysters altemaal, die worden staag gestreeld,
Die worden staag gekust van al de jonge gasten,
Die haar van alle kand bevoelen, en betasten,
Zy ziet het met haar oog, en luisterd met haar oor,
Maar egter evenwel haar hand die blyft 'er voor,
Juist op dien eigen tyd zoo kwam daar aangetreden,
Een snyder wel gemaakt, en fris van al zyn leden,
Die voegd zig by de Meid, en sprak: “Myn lieve Kaat,
Het is als of je hand daar vast gemetseld staat.”
“Nee,” zei 't onnosel dier, “myn moeder heeft bevolen
Op dat myn maagdom dog van niemand word gestolen
Ik die bewaren zou, en als myn beste pand,
Wyl 't niet te vast en is zou houden met myn hand.”
De snyder sprak hier op: “Wel dat zyn beusel zaken,
Kom ik heb hier een naald om jou die vast te maken,
En garen boven dien, nu hebt ge 't naaijen vry.”
“Wel dat is goed,” zei Kaat. “Kom voegt uw dan by my.”
Hier op ging meester Jan haar maagdom vaster naajen,
En Kaatje liet het doen ook zonder eens te krajen,
Het was haar, zoo het scheen, een aangename zaak,
Jan naaiden nog een rys tot Kaatjes zoet vermaak,
Dog kord daar na dagd zy het was weer los geworden,
Dies wilde zy nog eens maar toe sprak onze jorden,
Dat hy geen draatje meer van al zyn garen had,
Ook moest hy boven dien zoo aanstonds na de stad.
Het feest dat was gedaan, en had een eind genomen;
Dies is de zoete Kaat ook weder t'huis gekomen.
Haar moeder vroeg terstond of zy haar maagdom nog
Bewaard had. “Zou ik niet,” sprak zy, “Jan van der mog
Die ik , myn moertje Lief, heb op het feest gevonden,
Die heeftse vast genaait, en wonder wel gebonden?
Maar met een steek of vier naar dat ik gissen kan,
Hy was zoo als het scheen een hups en geestig man,
Ik bad hem dat hy 't nog wat vaster wilde naaijen,
Maar ziet daar wist hy zig wel aardig uit te draaijen,
Hy kon niet meer, sprak hy, mits hy geen garen had,
Maar ziet ik voelde nog twee kluwen aan zyn gat.”

Onderwerp

AT 1542** - The Maiden's Honor    AT 1542** - The Maiden's Honor   

ATU 1542**    ATU 1542**   

Beschrijving

Een meisje (Kaat) gaat naar een feest. Haar moeder drukt haar op het hart dat ze haar maagdelijkheid niet mag verliezen. Op het feest ontmoet ze een jongen (Jan) en ze vertelt wat haar moeder heeft gezegd. Jan biedt aan om haar maagdelijkheid 'vast te naaien', zodat ze die niet kan verliezen. Hij heeft vier keer seks met haar, maar moet dan stoppen, omdat zijn 'garen op is'. Bij thuiskomst vertelt Kaat tegen haar moeder dat Jan haar heeft vastgenaaid en dat ze haar maagdelijkheid dus niet is verloren.

Bron

Het Reukwerk van Venus, zijnde een verzameling van koddige Snakerytjes, zeldzamen Voorvallen, en uitmuntende Puntdichten. Eiland der verliefden: 1750. pp. 156-159.
 

Naam Overig in Tekst

Kaat    Kaat   

Jan    Jan