Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

REUKWERKVENUS07 - Op het geval van den Parysen Draajer

Een mop (boek), 1750

Reukp194.jpg

Hoofdtekst

Ik hoorde op een tyd een raare zaak verhaalen,
Dog of het waarheid was en onderzoek ik niet,
Dewyl ik al te voor, ja tot verscheide malen,
Had diergelyk een zaak gehoort te zyn geschied,
Het was een waarde vriend die my dit quam vertellen,
Ik dogt 't is evenveel wat hier van weesen mag,
Of niet, ik zal hier van een vaars te zamen stellen;
En brengen dit geval in rymen aan den dag.
Een zeker jeugdig wyf was in den egt getreden,
Maar schoon zy zomtyds wel een klyne vreugt genoot
Van haren Man, zeer jong en welgemaakt van leeden,
Nog zag zy evenwel geen vrugt uit haren schoot,
Die zy op zeker tyd haar Man bestond te vragen;
Wat dat het wezen mag dat zy geen vrugten droeg,
“Ik moet, my liefste kind, daar over my beklagen,”
Sprak zy, “want ziet, gy weet, ik doe myn best genoeg
En schoon ik deê nog meer, het zou my niet verdriete,
Indien ik maar van jou een aardig spruitje zag.
Indien ik maar een Zoon of Dogter mag genieten,
En brengen van uw zaat eens vrugten voor den dag.
Daar is onze buurt een vrouw van hoger jaaren
Als ik op heden ben, die aan haar egten Man,
Schier jaar op jaar een Zoon of Dogter komt te baren
Daar ik in tegendeel niet swanger worden kan,
Ja, veelen myns gelyks, ik kan het niet gehengen!
Die zie ik menigmaal, tot myner smaad en schand,
Een kind, tot haar vermaak en vreugt, ter weereld brengen,
Dies zegt men heden eens, myn allerwaarste pand,
Wat 's hier de reeden van?” De Man, die stont verlegen,
Onzeker wat dat hy tot antwoord geven zou,
Waar na hy evenwel had weinig tyds gezwegen?
Zoo sprak de goede ziel aldus tot zyne vrouw:
“Hoort wat de oorzaak zy, ik wil het niet verswygen,
Al ziet gy meenig wyf by ons in onze buurt
Of elders, hartje lief, die veele kindren krygen,
Ik zeg een zeeker Man word hier toe afgehuurt.
Het is een vreemdeling, die komt de kind'ren maken,
Voor zeker zomme gelds, ja voor geen laage prys,
Als hy ontboden word tot diergelijke zaaken,
Zyn naam is naar ik hoor den Draajer van Parys.”
“Wel,” sprak het wyf daar op, “is 't dus hier meê gelegen,
Zoo weet ik, lieve Man, wat dat de reeden is,
Dat ik tot heeden toe geen kindren heb gekregen.”
Zy dagt dat dit verhaal was zeeker en gewis,
Maar ging dus verder voort: “Ik zou hem eens ontbieden,
Al is die prys wat hoog, wy hebben gelds genoeg.”
“Wel aan,” sprak toen de Man, “uw wille zal geschiede.”
Hy ging met een van huis, en aanstonds naar de kroeg
Om daar een pintje wyn, of mol, of bier te drinken,
Daar hy gezelschap vond, en vreugt, en groot vermaak,
Den een van spele sprak, den andren weer van vinke.
Jan ken niet onder dies verhaalde deze zaak,
Al wat hy met zyn wyf hier over had gesproken,
En wat zy had gevraagt, en hy geantwoord had,
En hoe hy vriendelyk 't gesprek had afgebroken,
En hoe hy daags daar na moest ryzen uit de stad,
Ook in een dag twee drie niet weder t'huis zou kome.
Juist op dien eigen stond zat daar een zeeker snaak,
Die heeft op dit gesprek nauwkeurig agt genomen,
Die hoorde dit verhaal met wonder groot vermaak,
Zoo haast als nu de Man zyn afscheid had genomen,
En was op rys gegaan, vertrok ook dezen held.
Hy dagt: nu is den tyd van myn plysier gekomen,
Hy lagten om den gek, die hem dit had verteld.
Hy ging dan naar het huis, al met geswinde schreden,
Hy klopte aan de poort, die hem geopend wierd,
En zo als maar het wyf naar vooren kwam getreden;
Sprak hy: “Juffrouw, uw Man, die heeft my hier gestiert,
Om dat ik eens by u een aardig kind zou drajen.
Wy zyn geakkordeert dog voor geringe prys,
Maar daar moet even wel geen haan of hen na krajen.”
“Wel zyt gy dan mijn Heer den Draajer van Parys?”
Vroeg hem 't onnosel Dier, “zoo wilt maar binnen komen.”
“Die ben ik,” sprak de Guit, “ik ben genoeg bekend,
Dies hebt gy voor geen kwaat of ongeval te schrome,
Het is uw eigen Man, die my hier heenen zend,
Die my gebooden heeft om u met kind te maken,
Het legt nu maar aan uw of gy het hebben wil.”
“Voorzeker,” sprak het wyf, “gy meugt my vry genaken,
Ik heb al lang geweest om ens van uw gedrild
Te worden. Wilt dan maar in deze kamer treden.”
De draajer was gereed, zy greep hem by de hand,
En sprak: “hier zal ik my voor uw gezigt ontkleden,
En voorts zal ik met uw hier op het ledekant
Gaan leggen, om van nagt een kind te laaten draajen,
Myn Akker is al lang geënt, geploegt, gebraakt.”
“Dan zal ik,” sprak de Guit, “daar in voorspoedig zaajen
En doen daar by myn best dat het aan 't groejen raakt.”
Hier op zoo gingen zy te zamen aan het drillen.
“Ik hebbe,” sprak het wyf, “de Vis al in de Vuik,
Hy byt wel wakker toe, al weer ik met myn billen,
Hy spuwd my zoo, ik voel heet water in den buik.
Za wakker, doe je best! Ik zal uw wel beloonen.
Zoo dit myn man eens wist, hy wierd van vreugde gek.
Hy zou zyn milde hand aan uw voorzeker tonen!”
Die bloed die beet zig wel uit blydschap in de nek.
Na dat de Draajer nu had zyn vermaak genooten,
En niet meer draajen kon, sprak hy: “het is gedaan.”
Het wyf dat gaf hem geld, en heeft de deur ontsloten
En zei: “zie daar myn vriend, nu kund gy heenen gaan.”
“Ik wensch u goeden dag, hebt gy my weer van noden,”
Dit was zyn laaste woort, “Juffrouw zo schryft my dan;
Want zie, ik kom wel haast wanneer ik werd ontboden.
Doet dog de groetenis van my aan uwen Man.”
De Draajer die vertrok van vreugden opgenomen,
Hy had 't wyf gedrild, en kreeg daar voor nog geld.
Haar Man is kort daar na ook weder t'huis gekomen,
Aan wien zy, ook terstond de gantsche saak vertelt;
Sy dankt hem duizendmaal, zy dankt hem menig werven
Dat hy den Drajer zond. “Hy heeft zyn best gedaan”,
Sprak zy. De Man die dagt byna van spyt te sterven,
Geen wonder want hy zag zyn kop vol horens staan.
Zoo gaat het, goede vriend, die zig begeeft tot trouwe,
Moet weten wat dat hem staat met het wyf te doen,
En of hy is in staat haar akker te bebouwen.
Men kan een vrouw alleen niet paaijen met een zoen,
Die dan zyn onmagt kend, die moet het nimmer wage
Te trouwe, met een wyf van jong en jeugdig bloed,
Of hy zal tot zyn schand ten laasten hoorens draagen.
Een Man die niet en kan is voor den trouw niet goed.
Wel Meisjes, wie gy zyt, wil dan het eerst proberen.
Ziet eerst wat hy vermag, die gy verkieze zult;
Want is den knoop gelegt, Gy kund niet wederkeren.
Hoe menig word er niet op zulk een wys gekult!
Wie graag en happig is, die moet dan van te voren,
Eerst toesten of hy ook wel by by den Regter staat,
Die zy heeft tot het bed, en haar plysier verkooren,
Op dat zy niet en zugt wanneer het is te laat,
En hy die niet en heeft dan maar een klyn vermogen,
Neemt voor het egte bed geen jong nog h[...]g wyf.
Gy die hier agt op geeft zult nimmer zyn bedrogen,
En zo gy anders doet 't geeft morren en gekyf.

Onderwerp

TM 8052 - De gigolo (tart het gezag)    TM 8052 - De gigolo (tart het gezag)   

Beschrijving

Een jong stel is pas getrouwd. Ze hebben regelmatig seks, maar de vrouw raakt maar niet zwanger. Ze vraagt aan haar man hoe dit toch kan. Ze wil zo graag een kind van hem. De man zegt dat kinderen gemaakt worden door de zogenaamde 'Draaier van Parijs'. Die komt dan langs en wordt betaald om een kind te maken bij een vrouw. Daarna gaat de man voor een paar dagen op reis. Een andere man heeft het gesprek afgeluisterd en ziet zijn kans. Hij gaat bij de vrouw langs en doet alsof hij de Draaier van Parijs is en zegt dat hij gestuurd is door haar echtgenoot. De vrouw is blij en heeft seks met de 'Draaier' en betaalt hem hiervoor. Als haar echtgenoot terugkomt, vertelt ze hem blij wat er gebeurd is. De man is echter minder blij, hij sterft bijna van spijt.
De moraal van het verhaal: kijk eerst wat voor vlees je in de kuip hebt, voordat je met iemand trouwt.

Bron

Het Reukwerk van Venus, zijnde een verzameling van koddige Snakerytjes, zeldzamen Voorvallen, en uitmuntende Puntdichten. Eiland der verliefden: 1750. pp. 186-194.

Commentaar

Dit verhaal lijkt een variant op de Middelnederlandse boerde 'Vanden Cnape van Dordrecht ene sotte boerde', het Oudfranse fabliau 'Le foteor' (de neuker) en het Duitse 'Bürgermeister und Königssohn'. Niet in alle versies is de man een professionele gigolo.

Naam Overig in Tekst

Draaier van Parijs    Draaier van Parijs   

Jan    Jan   

Naam Locatie in Tekst

Parijs    Parijs