Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FABRICIUS4 - Sneeuwwitje

Een sprookje (lp), zaterdag 01 januari 1972

SFA008008409.jpg

Hoofdtekst

Mooi sprookje deze, je zal wel zien. Lang geleden, toen nènè, van nènè, van jouw nènè, nog niet eens geboren, is d’r Boze Koningin. Mooi, maar gemeen mens, zeg. Zij heeft stiefdochtertje, kasian, wees deze. Zij is blank als sneeuw, daarom namanja: Sneeuwwit. Boze Koningin jaloers als zij altijd maar moet horen, zo mooi toch Sneeuwwitje. Zij maakt zich mooi op, met bedak en lipstick, zij doet al haar juwelen om, zij zet haar kroon op. Zij gaat voor haar spiegel zitten, zij vraagt: “Spiegel, spiegel aan de wand. Wie is de schoonste in de hele land?” En de spiegel, hij zegt: “Gij zijt schoon koningin, maar Sneeuwwitje, nog jong van jaren, rode wangen, zwarte haren, is duizendmaal schoner dan gij.” Boze Koningin natuurlijk de pest in. Zij ken niet verdragen. Zij wil dat niemand zo mooi als zij. Zij roept de jager. “Jager, ga morgen met Sneeuwwitje in de bos en schiet hem dood. Diangan main gila met mij hoor, breng mij zijn hart. Dan weet ik, zij is betoel dood.” De jager vindt vreselijk, maar hij moet wel ja. Hij wordt betaald door boze koningin. Als hij niet doet, hij krijgt ontslag. “Als moet, ik zal doen” zegt hij met een zucht.
Volgende dag, hij gaat met Sneeuwwitje in de bos. Zij vindt heerlijk in de bos. Zij geeft van haar boterham aan de vogels. “Kom maar vogeltjes!” Zij komen op haar schouders zitten, zij pikken uit haar hand. Allemaal dol op Sneeuwwitje. Als boterham al op, zij plukt bloemen, zij maakt mooie boeket van. Zij zegt: “Hier meneer de Jager, voor u vrouw deze.” De jager, hij wordt helemaal beroerd van. Zo lief toch die Sneeuwwitje. Hoe ken hij dood maken? Eindelijk hij moet haar wel zeggen. Zij schrikt. “Mij doodmaken, waarom deze?” “Tja, Boze Koningin heeft mij printa gegeven. Als ik niet doe, ik krijg ontslag.” “Nou soedah, als moet” zegt Sneeuwwitje bedroefd. Hij pakt net zijn geweer als achter de boom hij hoort wilde varken. Ineens hij denkt: “In plaats van Sneeuwwitje, ik schiet tjèlèng.” Hij zegt: “Loop maar gauw weg jij, ik weet al.” “Maar waarheen dan? Ik ken niet de weg in de bos.” “Geeft niet” zeggen de vogels “wij zullen je wel wijzen.” En zij fladderen van boom naar boom. “Hierheen!” “Nee niet die pad in, deze pas is goed.” Zij hoeft alleen maar te volgen. De jager helemaal opgelucht. Hij schiet wilde varken, snijdt de hart uit, brengt hem aan de Boze Konignin. “Deze betoel Sneeuwwitjes hard?” vraagt Boze Koningin “Betoel Koningin.” Zij trapt in en de jager hij denkt “Na, goed gelukt deze.” Sneeuwwitje, zij volgt maar de vogels. Maar als avond, de vogels gaan slapen en zij dwaalt helemaal alleen door de donkere bos. Zij hoort wilde dieren. Matjan en nog andere. Natuurlijk zij wordt bang. Maar komt een stem uit de bos: “Djangan takoet Sneeuwwit, wij doen jou niks hoor.” Natuurlijk omdat zij altijd zo lief voor dieren. Zij loopt maar, loopt maar door, tot helemaal in de berg. Eindelijk, zij ziet lichtje. Zij holt gauw naartoe. Hele kleine huisje maar, zij ken niet begrijpen. Zo klein. “Sepada!” Zij hoort niks, zij roept nog is: “Sepada!” Weer geen antwoord. Misschien niemand thuis, of zij slapen al. Deur niet op slot. “Tjoba, zal ik binnengaan?” Zij waagt erop. Bijna zij stoot haar hoofd. Zij moet helemaal bukken. Adoeh! Binnen ook alles zo klein. Lange tafel, maar zo laag ja. Zeven kleine stoeltjes, bijna als voor poppen. Op de tafel zeven bordjes, serpeti theeschoteltjes, zeven bekertjes net vingerhoed, zeven kleine lepel en vork. Ineens zij heeft door: “Huis van zeven dwergen deze!” Natuurlijk zij heeft honger, Sneeuwwitje. Haar boterham aan de vogels weggeven. Zij gaat in de dapoer kijken. Is d’r nog nasi over, allemaal in kleine pannetjes. Zij ken niet afblijven, alles eet zij op. Is d’r ook te drinken? Ze ziet fles met seterop asem. Toevallig zij is gek op. Zij drinkt hele fles leeg, nou ja kleine fles deze. “Als maar niet boos de zeven dwergen” zij denkt nog. Maar al te laat ja, is d’r niks meer over. Natuurlijk moe, van al dat lopen. Zij valt gewoon om. Is d’r niet ergens balé-balé om op te slapen. Zij gaat boven kijken. “Noh zeven bedjes.” Zij probeert deze bed, zij probeert andere bed. Allemaal te klein. Eén bed een beetje groter, zeker van de hoofdman. Zij ken net in liggen, als met opgetrokken knieën.
Als al ingeslapen Sneeuwwitje, de dwergen zij komen thuis. Zij zingen vrolijk lied: “In de bos wij zoeken hout, in de bergen is d’r goud, maar als donker niet meer pluis. Daarom nu maar gauw naar huis.” “Noh, wie heeft er van mijn bordje gegeten?” zegt één dwerg. Ander dwerg hij roept “Wie heeft er uit mijn bekertje gedronken? En kijk dan mijn mes en mijn vork, iemand heeft gebruikt zeg.” Eén is gauw naar de dapoer gelopen. “Weg, alle nasi weg en seterop asem ook op.” Ze gaan boven kijken. “Mijn bed, helemaal verkreukelt.” “Mijn bed ook!” “Mijn bed ook!” “Ssst stil!” zegt de hoofdman. Hij staat maar te kijken naar de mooie meisje in zijn bed. De anderen ook gauw kijken. Heel voorzichtig, hij doet de klamboe even open om beter te kunnen zien. “Whaa, manis.” “Pas op! Niet wakker maken toch” zegt de hoofdman. “Maar waar moet jij dan slapen hoofdman?” “Nou geeft niet, ik slaap wel in de dapoer, lekker warm daar bij het arang-stel.” Hij gaat weer naar beden, ze blazen de kaars uit. Allemaal gauw in bed, de ogen dicht.
Volgende dag, Sneeuwwitje wordt wakker. Zij kijkt eerst verbaasd, helemaal vergeten waar zij is. De dwergen allang op. Alweer nieuwe nasi gekookt, ze maken koffie, zetten voor Sneeuwwitje bordje d’r bij, een bekertje, een stoeltje. Maar te klein, zij zit maar op de grond, ja. Met z’n achten nu, gezellig. “Wie dan jij?” vragen zij. Zij zegt wie zij is. Zij vertelt van Boze Koningin en van de jager. En de dwergen zeggen “Ah blijf maar bij ons. Zij komt nooit achter. Hier bij ons veilig ja.” Want allemaal al helemaal weg van Sneeuwwitje. De hoofdman hij zegt: “Tja, wij moeten weer naar de bos Sneeuwwitje. Pas weer thuis als al donker. Wil je goed op de huis passen? Deur maar op slot ja? Je kan nooit weten.” “Ja, zal doen. Zal niemand binnen laten,” zij belooft: “Zal lekker voor jullie koken, nanti als jullie thuis komen, tafeltje gedekt. Zeg maar wat.” “No, Nasi-goreng. Ken je wel?” “Natuurlijk ken wel, gemakkelijk, nasi goreng, nasi koening, gado gado.” “Wah ènak, gado gado, zijn we gek op.” En de dwergen, zij gaan weg. Sneeuwwitje doet deur op slot, pakt sapoe en emmer. Zij maakt hele huis schuin. Ze ruimte de tafel af, wast de borden, maakt de bedden op. Erg netjes, Sneeuwwitje. Maar in de paleis, de Boze Koningin, zij denkt “Sneeuwwitje dood, nou zullen we eens zien wie de mooiste in de hele land.” Zij vraagt haar spiegel: “Spiegel, Spiegel aan de wand, wie is nu de schoonste, in de hele land?” En de spiegel, hij ken niet liegen, hij zegt “Gij zijt schoon, Koningin, maar Sneeuwwitje, jong van jaren, rode wangen, zwarte haren, Sneeuwwitje bij de zeven dwergen ver weg in de zwarte bergen is duizend maal schoner dan gij.” Boze Koningin woedend natuurlijk. ‘Wha, niet dood Sneeuwwitje?” Zij roept de jager “Waar is Sneeuwwitje?” Jager, hij schrikt zich rot. “Snee-snee-sneeuwitje Koningin? Dood toch?” “Bohong jij, zij leeft. Je hebt mij bedonderd met die hart!” Hij durft niks meer te zeggen, hij krijgt ontslag op staande voet. Laatste maandtractament niet eens uitbetaald, kasian. “Wacht maar, wacht maar, wacht maar Sneeuwwitje, ik krijg je nog wel” denk Boze Koningin. Zij piekert, piekert, piekert. Eindelijk zij weet hoe. Zij gebruikt kleren van arme pasarvrouw, haar haren helemaal slordig, oude vieze sarong, zij pakt mand met appels en zo naar de zwarte bergen. “Waar is huisje van de zweven dwergen?’ De vogels zeggen haar verkeerd voor. “Deze kant uit”. Alleen de uil, verrader deze, hij wijst haar goed. Als al bij huisje aangekomen, hij vliegt weg, maar alle vogels pikken hem. Hij moet wegkruipen in holle boom. Boze Koningin klopt aan de deur. “Wie dan daar?” vraagt Sneeuwwitje. “Is arme oude pasarvrouw, noni. Noni zoete appel?” Appel? Zij veel trek in. ‘Tja zou wel willen ja, maar mag niet open doen van de zeven dwergen,” zij zegt. “Niet open doen, waarom deze? Kijk dan hoe lekker deze appel. Rode wangen net als jij en de hele dag nog niets verdient, noni.” Zij krijgt kasian Sneeuwwitje, zij doet open de deur, alleen maar een beetje. “Wha, mooie appels deze. Hoeveel dan?” “Goedkoop noni. Proef eerst maar één, kost niks.” Zij proeft, maar natuurlijk vergiftigd die appel. Eén hap al genoeg, zij valt dood op de grond. “Haha” lacht Boze Koningin. “Deze keer toch gelukt ja!” En zij smeert ‘em gauw. Niemand heeft gezien.
Als al donker, de dwergen komen thuis. Ze zingen weer vrolijk lied: “Wij zijn de zeven dwergen uit de zwarte berg, in het donker is het daar niet pluis, daarom nu maar gauw naar huis. Met goud belaên, met rammelende maag, Sneeuwwitje kookt voor ons vandaag.” “Wha, de deur niet op slot” zegt de hoofdman. “Als maar niks gebeurd met Sneeuwwitje!” Hun hart al helemaal geplokgeplokgeplok van schrik. Zij gaan naar binnen en daar Sneeuwwitje dood op de grond. “Adoeh! Adoeh! Ya Allah!”. Zij huilen en jammeren. De hoofdman probeert nog met kunstmatige ademhaling, maar helpt allemaal niets. Dood. Van verdriet, zij kunnen niet eten, niet slapen. “Soedah, niks aan te doen. Wij moeten haar begraven”, zegt de Hoofdman. Maar zij vinden zo’n akelig idee, zo’n mooi meisje in de donkere koude grond. Daarom zij maken glazen kist en zetten buiten in de bos neer. Op mooie open plek waar zij kunnen zien. Eén dwerg, hij houdt de wacht. Maar zo vreemd ja, Sneeuwwitje wel bleek, maar zij houdt rode wangen, net of toch niet helemaal dood. Ze kunnen niet begrijpen. Toevallig een jonge prins, hij gaat jagen in de bos. Een hert loopt voor hem uit. Hij wil schieten die kidang, maar telkens weer achter de bomen verdwenen. En zo ineens, hij komt bij glazen kist. Hij ziet Sneeuwwitje; meteen weg van haar. De mooiste meisje, hij heeft ooit gezien. “Hoe deze?” vraagt hij aan die dwerg die bij haar djaga. “Toch niet dood?” “Wel dood prins” zegt die dwerg. Hij ken bijna niet spreken van verdriet. “Maar als dood, hoe dan die rooie wangen?” Andere dwergen komen ook gauw aangelopen. “Ja raadsel deze prins, wij kunnen ook niet begrijpen.” “Net of toch nog een beetje leeft” zegt de prins. “Tjoba, ik neem haar mee naar mijn paleis.” Hij roept zijn bedienden “Eh! Pak op deze. Maar awas ja, want glazen kist. Denk erom.” “Ja prins, zullen wel voorzichtig zijn.” Maar natuurlijk, zij kijken niet goed uit. Zij stoten tegen een boom, glazen kist, kapot. De prins, hij wil al op z’n poot spelen, maar ineens: Sneeuwwitje beweegt en de giftige appel schiet uit zijn keel. Zij zit rechtop, zij kijkt verbaasd. “Hoe deze? Heb ik geslapen?” De dwergen zij huilen van ontroering. De prins, ook helemaal aangedaan. Zij leeft! Zij leeft! Mooie jonge prins deze. Als zij hem ziet, Sneeuwwitje heeft ook dadelijk van hem te pakken. “Wil je met mij mee naar de paleis Sneeuwwitje?” Natuurlijk zij wil wel. “Wij gaan trouwen” zegt de prins. Hij tilt haar op in zijn armen en zo naar de paleis. Zij trouwen en natuurlijk groot feest. De zeven dwergen, zij mogen haar sleep dragen. Boze Koningin ook uitgenodigd, maar alleen maar om te pesten. Zij pakt haar spiegel, zij vraagt: “Spiegel, spiegel aan de wand. Wie is de schoonste in de hele land?” En de spiegel heeft lol, hij zegt: “Gij zijt schoon Koningin, maar Sneeuwwitje, jong van jaren, rode wangen, zwarte haren, Sneeuwwitje met haar sneeuwwitte huid, nu van een jonge prins de bruid, is duizendmaal schoner dan gij.” Zij wordt zo razend, Boze Koningin. Zij smijt de spiegel tegen de grond. In duizend stukken en één scherf recht in haar hart. Dood, Boze Koningin. Maar Sneeuwwitje en de prins, zij leven lang en gelukkig. De zeven dwergen, nu allemaal hofdwergen. Mooi sprookje deze, zie je wel? Jammer al uit, ja?

Onderwerp

ATU 0709    ATU 0709   

Beschrijving

Als de toverspiegel zegt dat de boze koningin niet mooier is dan haar stiefdochter Sneeuwwitje, moet de jager haar vermoorden. Hij laat haar echter gaan en brengt het hart van een wijd zwijn terug naar het paleis. Sneeuwwitje vindt onderkomen bij zeven dwergen. Als de boze koningin merkt dat Sneeuwwitje niet dood is, verkleedt zij zich als koopvrouw en geeft Sneeuwwitje een giftige appel. De dode Sneeuwwitje wordt door de dwergen in een glazen kist gelegd. Een prins wordt verliefd op haar, en als de kist valt, komt zij weer tot leven. Prins en Sneeuwwitje trouwen met elkaar, de boze koningin slaat de toverspiegel stuk: één stuk glas raakt haar hart en ze sterft,

Bron

Sprookjes op z'n Indisch, verteld door Johan Fabricius (langspeelplaat)

Commentaar

Het sprookje wordt verteld in het Nederlands-Indisch. Woordenlijst:

nènè = grootmoeder
namanja = haar naam
bedak = poeder
diangan main gila = hou me niet voor de gek
betoel = heus
perinta = bevel
tjèlèng = wild varken
matjan = tijger
djangan takoet = weesniet bang
sepada! = zoiets als: volk!
tjoba = laat eens zien
adoeh! = uitroep van schrik, angst, pijn, verdriet, enz.
seperti = net als
dapoer = keuken
nasi = rijst
seterop asem = tamarinde-siroop
balé-balé = rustbed uit bamboe
klamboe = muskietennet
manis = zoet, lief
arang-stel = houtskool-komfoor
nanti = straks
nasi-koening = gele rijst (met saffraan)
ènak = lekker
sapoe = bezem
émber = emmer
bohong = gelogen!
soeka? = lust je?
wah! = uitroep van verbazing, bewondering, enz.
ya Allah! = (in dit geval) uitroep van verdriet
kidang = hert
djaga = oppassen, uitkijken, enz.
awas = pas op!

Naam Overig in Tekst

Sneeuwwitje    Sneeuwwitje