Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FAUST20 - Doctor Fausto worden alle helsche geesten in hare gedaente voorgestelt, daeronder dat seven van de princepaelste waren met hare naemen ghenaemt.

Een sage (boek), 1592

Hoofdtekst

Doctor Fausto worden alle helsche geesten in hare gedaente voorgestelt, daeronder dat seven van de princepaelste waren met hare naemen ghenaemt.

DOctor Faustus’ prince - ende zijnen rechten meester - quam hem visiteren, waeromme dat hy niet weynich en verschrickte, overmits zijn grouwelicke gedaente. Want bovendien dattet in den somer was, so ginck er so een seer coude locht van den duyvel dat hy meynde te bevriesen. Den duyvel, die hem Belial noemde, die sprack tot Doctor Fauste: ‘Alsoo ghy te middernacht opwaeckte, so hebbe ick dijne ghedachten gesien. Ende zijn dese, als namelick dat ghy geerne sommige van de princepaelate helsche geesten mocht sien. Daeromme dat ic alhier met mijne voorneemste raden verschenen ben, opdat ghy deselve, naer u eygen begheeren, besien meucht.’ Doctor Faustus antwoorde: ‘Welaen, waer zijnse dan?’ ‘Daerbuyten’, seyde Belial.
Belial verscheen Doctori Fausto in de gedaente van eenen swarten beyr, dan dat alleene zijne ooren overeynde stonden. Zijne ooren waren brandende root ende hadde sneewitte hooghe tanden ende eenen langen steert die ontrent drie ellen lanck was. Aen zijnen hals hadde hy drie vlieghende vleughels. Aldus quam by Doctor Fausto den eenen geest naer den anderen in de stove, soodatser niet alle sitten en conden. Belialverclaerde Doctor Fausto den eenen naer den anderen, wie dat sy waren ende hoe dat sy genoemt waren. Vooreersten quamender in seven van de voornaemste geesten, als Lucifer, Doctoris Fausti rechter heere, denwelcken hy hem verschreven hadde. Ende desen was ontrent van eens mans lengde ende hy was harich, van coleure gelijck de eyckorentgens. Daernae volchde Belsebub. Deselve hadde een lijfverwich hayr ende een ossenhooft met twee seer groote horenen ende was ooc teenemael rou ende harich, met twee groote vleughelen die so scherp waren als de distelen des velts, half groen, half gheel, alleene dat boven over de vleugelen vyerstralen uut vloghen, ende hy hadde eenen coe-steert. Daernaer quam Astaroth in de stove, in de gedaente van eenen worme die op zijnen steert overeynde recht in de camer ginck. Hy en hadde gheene voeten, maer eenen grauwen steert, eenen dicken buyck. Boven hadde hy twee corte voeten die teenemael gheel waren - ende zijnen buyck was wittachtich ende ghelat - , eenen castaengebruynen rugghe, scherpe pinnen van eens vingers lenghde, gelijck eenen yghel. Daernaer quam Sathanas, die geheel wit-grijs was, rou over zijn lichaem, met een ezelshooft, maer zijnen steert was ghelijck eenen cattesteert, met clauwen die een elle lanck waren. Voorts tradt Anubius in. Die hadde een hontshooft. Hy was over zijn lijff half swart, half wit. Voorts hadde hy voeten ende hanghende ooren, ghelijck eenen hont, ende was vier ellen hooghe. Naer den desen quam Dythicanus inghetreden. Die was ontrent een elle lanc. Anders was hy gelijck eenen vogel ende ghelijck een perdrijsse, maer den hals was groen ende ghespickelt. Den lesten was Drachus, met vier corte voeten. Hy was gheel ende groen, maer het lijf was boven blauuachtich ende zijnen steert rootachtich. De seven metBelial ende den keteleere den achtsten, die waren aldus met de voorszeyde verwen ghecleet. De ander verschenen oock, in gelijcker gedaente, gelijck de onvernuftighe dieren, ghelijck als verckens, als herten ende hinden, als beyren, wolven, simmen, buffels, bocken, gheyten, als ezels, etc., ende dierghelijcke. In alsulcken ghedaente verschenen sy hem, sodatter sommige uut de stove vertrecken moesten. Doctor Faustus was hierover seer verwondert ende vraechde de seven voornaempste waeromme dat sy niet in ander ghedaente verschenen en waren. Sy antwoorden hem ende seyden dat sy haer in de helle niet anders veranderen en costen. Daeromme dat sy oock helsche dieren ende wormen zijn, hoewel dat sy grouwelicker ende onsienelicker waren als sy daer present waren. Doch costen sy altijdt eens menschen ghedaente aennemen als sy wilden. Daerop seyde Doctor Faustus, het was ghenoech, als sy alle seven daer waren, ende badt dat men de andere soude laten gaen, hetwelcke oock alsoo gheschiede. Daerop begheerde Faustus dat sy hem eens een proeve souden laten sien, hetwelcke sy deden, sodat den eenen naer den anderen hem veranderde, ghelijck sy tevoren ghedaen hadden, in de ghedaente van alderley ghedierte, jae, oock in groote voghelen, in slanghen, in cruypende dieren ende in viervoetighe dieren. Dit behaechde Doctor Faustus seer wel ende vraeehde oft hijt oock conde. Sy seyden ja, ende sy wierpen hem een tooverboecxken toe, omdat hy oock een proeve doen soude, ende hy dedet. Nu en conde Doctor Faustus niet laten, aleer sy haer afscheet namen, haer te vraghen wie dat alle vliechachtighe dieren gheschapen hadde. Daerop sy hem antwoorden dat na den val des menschen alle fenijnighe ghedierte heeft bestaen te wassen, opdat de mensche daerdoor soude beschadicht ende gheplaecht worden: ‘Van ghelijcken connen wy ons oock in alderley vliechachtich gedierte veranderen, sowel als in ander gedierte.’ Doctor Faustus wiert lachende ende seyde dat hy sulcks wel soude begheeren te siene. Ende het gheschiede oock alsoo, want soo haest als sy alle tsamen verdwenen waren, soo verschenen stracks daernaer in de camer van Doctor Faustus alderley vliechachtich gedierte, als biën, horsels, wespen, coe-vliegen, crekels, mieren, sprinchanen etc., sodat zijn geheele huys van alsulcken gedierte vol was. Ende in sonderheyt so wiert hy over tafel verdrietich ende seer ghequelt vanwegen dit quellende gedierte, ghelijck hem de mieren bepisten, de biën hem staken, de mugghen hem int aensicht vloghen, en de vloyen beten hem so, dat hy hem ghenoech te verweeren hadde. De luysen quelden hem op zijn hooft ende in zijn hemde, de spinnen quamen van boven nederdalende op hem, de ripsemen cropen op hem ende de wespen die staken hem. In somma: hy wiert van alle canten van dusdanighen ghedierte ghenoech gheplaecht, soodat hy seyde: ‘Ick en gheloove anders niet, dan dattet alle jonghe duyvels wesen moeten.’ Daeromme dat hy oock in de stove niet gheblijven en conde. Ende soo haest als hy uut de voorszeyde stove was, so was hy van de plaghen deses ghedierte teenemael ontslaghen, ende sy verswonden oock strackx alle tsamen.

Onderwerp

SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.    SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.   

Beschrijving

Doctor Faustus krijgt bezoek van de duivel Belial. Het is zomer, maar van deze duivel ging een zeer koude lucht uit. Deze duivel biedt Faustus aan hem de voornaamste geesten van de Hel voor te stellen; hij heeft in Faustus' dromen gelezen dat dit een wens van hem is. Belial verschijnt aan hem in de gedaante van een zwarte beer, met brandend rode oren, zijn tanden sneeuwwit en hij had een lange staart van drie el lang. Aan zijn hals heeft hij drie vleugels. Daarna stelt hij zeven van de voornaamste geesten aan hem voor: Lucifer, de heer aan wie Faustus zich verschreven heeft, is manshoog en harig in de kleur van een eekhoorn. Daarna Belial, die ook zeer harig is en een ossenhoofd heeft, met horens. Ook heeft hij zeer scherpe vleugels en een koeienstaart. Daarna verschijnt Astaroth in de gedaante van een rechtopstaande worm. Hij heeft geen voeten, maar wel een grijze staart en een dikke buik. Hij is witachtig en glad en heeft een kastanjebruine rug, met scherpe pinnen, die ongeveer net zo lang zijn als vingers. Hierna verschijnt Sathanas, die geheel wit-grijs is. Hij heefteen ezelshoofd en een kattenstaart met klauwen van ongeveer een el lang. Hierna verschijnt Anubius. Deze heeft een hondenhoofd. Dythicanus is net een paradijsvogel, maar zijn hals was groen gespikkeld. De laatste is Drachus. Hij heeft vier korte voeten en hij is geheel groen, behalve boven. Daar is hij blauwachtig en zijn staart is roodachtig. Andere geesten verschijnen ook in allerlei gedaantes (beren, wolven, buffels, etc.)
Faust vraagt hen waarom zij juist deze vormen aannemen. De geesten antwoorden dat zij deze vormen in de Hel niet kunnen veranderen, maar dat zij er nog verschrikkelijker uit zien als zij in de Hel zelf zijn.
Faustus vraagt of de andere geesten willen gaan en vraagt alleen de zeven te blijven. Hij vraagt hen in allerlei gedaantes te veranderen. Dat doen ze en zij geven Faustus een toverboek, zodat hij het zelf ook kan.
Faustus vraagt als laatste aan hen wie alle vliegende dieren (lees; ongedierte) heeft geschapen. Zij antwoorden hem dat na de val deze dieren het doel hebben om de mensen te plagen. De geesten zeggen dat zij zich ook in dergelijke dieren kunnen veranderen. Faustus lacht en zegt dat hij dat wel eens wil zien. Hierop wordt Faustus gekweld door allerlei ongedierte (insecten en spinnen). Faustus ontvlucht zijn huis en de geesten verdwijnen.

Bron

Carel Baten, Warachtighe historie van doctor Johannes Faustus. (ed. René Blankers) Jasper Troyen (?), Dordrecht 1592, 19r-20v
http://www.dbnl.org/tekst/bate002wara02_01/bate002wara02_01_0022.php

Naam Overig in Tekst

Faustus    Faustus   

Belial    Belial   

Lucifer    Lucifer   

Belsebub    Belsebub   

Astaroth    Astaroth   

Sathanas    Sathanas   

Anubius    Anubius   

Dythicanus    Dythicanus   

Drachus    Drachus   

Plaats van Handelen

Wittenberg    Wittenberg