Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MARKUS10

Een sage (boek), 1907

Hoofdtekst

Het was in het voorjaar van het jaar 1859, dat de zaal van het gerechtshof wel op een bazar geleek van allerlei gestolen goederen, die in het rond hoog opgestapeld waren; velen zullen zich nog wel de dievenbende van Schültz, zooals hij zich noemde, herinneren, hoewel zijn eigenlijke naam Friederich Wilhelm Hilff was.
Genoemde heer maakte met zijne bende den geheelen omtrek van Arnhem onveilig, en menige smid en timmerman zal met welgevallen aan dien tijd terugdenken, toen men op de meeste buitenplaatsen om de stad en op de singels veiligheidsmaatregelen tegen inbraak nam. De daders, die zeer brutaal optraden, waren niet te vatten, totdat het eindelijk den nieuwbenoemden commissaris van politie A.P.G.K. Zynenwartel gelukken mocht, de geheelen dievenbende met de Amsterdamsche helers en heelsters gevangen te nemen.
Het hoofd der bende, Schültz, zag er uit als een fatsoenlijk burgerman, die, naar men zeggen zou, zijn schaapjes op het droge had; hij logeerde in "het Haasje" en had eene geregelde levenswijze. Nadat hij 's avonds in een of ander koffiehuis zijn kruikje bier gedronken had, kwam hij om een uur of tien in zijn logement, gebruikte zijn avondeten, stak de kaars aan, groette het gezelschap en ging naar bed met verzoek, tusschen zeven en acht uur gewekt te worden. Als alles in ruste was, klom hij het huis uit en ging zijn slag slaan, kroop daarna weder in de kooi en liet zich wekken. Dit ging zoo geruime tijd voort, zonder dat men erg in dien bedaarden man had.
Als een staaltje van 's mans brutaliteit wil ik even opmerken, dat bij den heer M. Weimar ten Cate aan den Utrechtschen straatweg ingebroken was; de groote waakhonden vond men met pramen op den neus in het hok liggen. 's Morgens omstreeks half acht hadden zich tal van menschen om het huis verzameld; de mare was al door de stad verspreid, dat de onbekende dief weder aan het werk was geweest. Een heer met een cylinder op en eene verlakt lederen tasch in de hand, zich naar het station begevende, passeerde daar ook, en vroeg aan den aldaar gestationneerden agent van de politie, wat er gaande was; hij liet zich op de hoogte brengen en vervolgde zijn weg. Later herkende de agent in den heer, welke hem aangesproken had, Schültz, die tijdens het gesprek in zijne tasch het zilveren servies en andere voorwerpen van waarde had, die hij 's nachts, na ze gestolen te hebben, in een duiker bij het spoor, aan de z.g. "Rotsblokken" verborgen en zoo juist opgehaald had.
Toen hij eens van het gerechtshof naar "het pakhuis van Rappard", de gevangenis op de Beek, met zijne collega's tusschen gewapende rijksveldwachters geboeid werd overgebracht (de heeren hadden toen nog geen equipage), gaf hij op de stoep van het huis van bewaring aan den brigadier-majoor Sol zijne handboeien en het gebroken slot over met de woorden: "Ge moet die paternosters beter aanleggen, majoor, zoo geeft 't niets." Onderweg had hij zijne handboeien verbroken.
In Duitschland was hij reeds uit zes gevangenissen ontvlucht en hier zou het hem ook bijna gelukt zijn, als het niet bijtijds ontdekt was. Hij kreeg de hoogste straf, zijnde 20 jaar tuchthuis.

Beschrijving

Schültz was een nette burgerman die 's nachts op dievenpad ging. Toen de politie bij een huis stond waar hij ingebroken had, ging hij vragen wat er aan de hand was, terwijl hij de gestolen goederen bij zich had. Later, toen hij gearresteerd was, was het hem gelukt zijn handboeien te verbreken. Hij was al uit 6 gevangenissen ontvlucht.

Bron

Markus, A.: Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw: met geschiedkundige aantekeningen (Arnhem 1907), 112-114.

Naam Overig in Tekst

Friederich Wilhelm Hilff    Friederich Wilhelm Hilff   

A.P.G.K. Zynenwartel    A.P.G.K. Zynenwartel   

Sol    Sol   

Schültz    Schültz   

M. Weimar ten Cate    M. Weimar ten Cate   

Naam Locatie in Tekst

Duitschland    Duitschland   

Rappard    Rappard   

Arnhem    Arnhem   

Beek    Beek   

Utrechtschen straatweg    Utrechtschen straatweg   

Plaats van Handelen

Arnhem (Gelderland)    Arnhem (Gelderland)   

Word count

535